Archive | september, 2013

“WRR houdt op waar het interessant wordt”

17 Sep

Het recente advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid biedt weinig concrete, nieuwe aanknopingspunten om te komen tot een betekenisvolle visie op toezicht. Dit betogen Martin de Bree en Aute Kasdorp. De auteurs, verbonden aan de Erasmus Universiteit, voelen weinig voor een nieuwe kaderstellende visie op toezicht.

Lees hier de bijdrage van De Bree en Kasdorp. Een korte en bewerkte versie verscheen op 17 september in het Financieele Dagblad.

Het toezicht kan effectiever

Het overheidstoezicht kan beter. Het gaat niet om strenger of soepeler, maar om effectiever. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) roept in een vorige week gepubliceerd advies op te stoppen met de pavlovreflex om telkens te klagen over kosten en lasten van het zelfrijzend bakmeel van toezichthouders maar bij elk incident in de maatschappij juist te roepen om méér toezicht en strengere handhaving.

In plaats van dit schizofrene getouwtrek moeten overheid, toezichthouders en andere maatschappelijke stakeholders een ruimer perspectief hanteren, met de nadruk op de maatschappelijke bijdrage van toezicht. En op basis daarvan samen investeren in slim toezicht, waarvan de effecten duidelijk aanwijsbaar zijn.

20130917-082826.jpg

Daar heeft de WRR groot gelijk in. Het werd hoog tijd dat dit eens aan de orde werd gesteld door een gezaghebbend orgaan als de WRR. Het is alleen de vraag of het opstellen van een nieuwe ‘kaderstellende rijksvisie op toezicht’, waar de WRR voor pleit, veel zou bijdragen aan beter toezicht. Het advies van de Raad biedt in ieder geval weinig concrete, nieuwe aanknopingspunten om te komen tot een betekenisvolle visie. Wat gaat nog een beleidstuk dan toevoegen?

De WRR heeft een indrukwekkende hoeveelheid stukken gelezen en experts gesproken. Hij heeft hierover uitgebreid en genuanceerd verslag gedaan. Maar in zijn aanbevelingen houdt hij op waar het interessant wordt. Een paar voorbeelden illustreren dit.

De WRR snijdt bijvoorbeeld de actuele kwestie aan van de effectiviteit van ‘intern toezicht’ (bijvoorbeeld van commissarissen), met name in de semipublieke sector. De Raad vraagt zich daarbij af ‘of het raad-van-toezichtmodel wel (altijd) geschikt is als bestuursmodel’ in deze sector. ‘Ligt daar misschien een rol voor het externe toezicht?’ Maar net als de geïnteresseerde lezer meer rechtop gaat zitten, blijkt dat het blijft bij vragen stellen. Toch zou wetenschappelijke inbreng die helpt om dergelijke vragen te beantwoorden juist welkom zijn.

De WRR vraagt terecht aandacht voor het inzichtelijk maken van de effecten van toezicht, al benoemt de Raad dat het vaak lastig is aan te tonen welk effect is toe te schrijven aan de toezichthouder en niet aan andere krachten. Het opvallende is dat de WRR vooral benadrukt dat nieuwe vormen van toezicht zoals ‘systeemtoezicht’ en ‘privaatrechtelijk toezicht’ gebaseerd moeten zijn op bewijs dat deze innovatie werkt.

Dat is lastig, want nieuw toezicht heeft zich per definitie nog niet bewezen. Zou de eis van wetenschappelijk bewijs niet des te meer moeten gelden voor de traditionele, nu al volop gehanteerde vormen van toezicht? Als hier al wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan, stemt dit vaak niet hoopvol. Toezichthouders weten bijvoorbeeld dat een eenzijdige nadruk op strenge handhaving op zijn best tijdelijk werkt en vaak de bereidheid tot spontane naleving van de regels ondergraaft.

De WRR pleit voor een brede taakopvatting voor de toezichthouder, vooruit kijkend en gericht op het maatschappelijke effect waarvoor hij is opgericht. Daar is ook geen ontkomen aan, al zou je willen: de maatschappij accepte

20130917-082858.jpg

ert niet meer dat een toezichthouder zich beperkt tot legalistisch regeltjes afvinken. Iedereen die betrokken is bij overheidstoezic

ht moet bijdragen aan een ‘horizontale’ dialoog over dit toezicht, zoals past in de moderne tijd. Beleidsmakers en toezichthouders moeten hier hun voordeel mee doen, in plaats van ouderwets eenzijdig – ‘verticaal’ – te bepalen hoe het toezicht zijn doelen moet bereiken, zegt de WRR. Daar kun je bijna niet tegen zijn, al lijkt zo’n rijksvisie vaststellen dan ook wat ouderwets.

Merkwaardig wordt het als de Raad in één moeite door lijkt vast te stellen dat iets dergelijks moet gelden voor de concrete uitoefening van het toezicht: er moet meer aandacht zijn voor ‘horizontaal toezicht’ (toezicht op basis van afspraken met de onder toezicht staande bedrijven). Dat is zoiets als roepen dat timmermannen meer moeten zagen en minder hameren; zo algemeen gesteld is het betekenisloos. Welke vorm van toezicht effectief is, hangt maar net af van de context en de klus die de toezichthouder heeft te klaren.

Wat de WRR vooral duidelijk maakt is dat er voor toezicht veel opties op tafel liggen. Waar het om gaat is te weten welk toezicht in welke context effectief is. Het pleidooi van de WRR voor meer wetenschappelijke studie naar effectief toezicht en toepassing daarvan in de praktijk verdient daarom enthousiaste navolging. Laat de overheid zich daarop richten, in plaats van op een ‘kaderstellende rijksvisie’.

Aute Kasdorp is promovendus Modern Toezicht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Martin de Bree is verbonden aan de Rotterdam School of Management Erasmus University en directeur van Next Step Management.

 

 

“WRR-advies over toezicht te algemeen”

17 Sep

De voorstellen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid blijven steken in algemeenheden. Dit is de stelling van Aute Kasdorp en Martin de Bree in het Financieele Dagblad van dinsdag 17 september.

De schrijvers steunen het pleidooi van de WRR voor meer wetenschappelijke studie naar toezicht en de toepassing daarvan.

Op de ToezichtTafel vindt u later een uitgebreide bijdrage van De Bree en Kasdorp.

Hoort “vertrouwensbenadering” in visie op toezicht?

12 Sep

Het kabinet wil de “vertrouwensbenadering” in het toezicht. Dit staat in de Verzamelbrief Regeldruk. Hiermee ligt de vraag ook op de ToezichtTafel: hoort de vertrouwensbenadering in een nieuwe visie op toezicht?

Het kabinet omarmt de vertrouwensbenadering:

“De vertrouwensbenadering is een manier van denken die verder verinnerlijkt moet worden bij overheid en bedrijfsleven. Het kabinet verwacht dat er een stimulerende werking van de vertrouwensbenadering uitgaat waarbij bedrijven die bij de groep ‘goed nalevende bedrijven’ willen horen nog meer hun verantwoordelijkheid nemen in ruil voor vermindering van toezichtlasten.”

Het kabinet hoopt dat toezichtlasten zo verschuiven van goed presterende naar slecht presterende bedrijven.

“Met de vertrouwensbenadering kan bij goed nalevende bedrijven die hun verantwoordelijkheid nemen en het proces van risicobeheersing zelf goed organiseren het toezicht worden beperkt tot reality-check’s en een meldings/informatieplicht voorn het bedrijf. Hierdoor hebben inspecties meer tijd om zich te richten op risicovolle en slecht presterende bedrijven.”

In de vertrouwensbenadering worden handhavingsconvenanten afgesloten met goed presterende bedrijven en kan het toezicht worden beperkt. Maar het vertrouwen is niet onbegrensd:

“Belangrijke kanttekening is dat er nooit sprake kan zijn van ‘blind’ vertrouwen. Verder wijst het kabinet erop dat soms EU-regelgeving dwingend voorschrijft hoe de handhaving moet geschieden (bijvoorbeeld door het aantal inspectiebezoeken per bedrijf per jaar te normeren).” 

Het kabinet reageert in de Verzamelbrief Regeldruk onder meer op het advies van de Commissie Vertrouwensbenadering onder leiding van Karla Peijs. Bij de uitwerking van de vertrouwensbenadering is onder meer de Inspectieraad aan zet. De verenigde rijksinspecties hebben ook een rol te spelen in het streven naar “lastenluwe handhaving van implementatieregelgeving”.

Reageren

U kunt reageren onder deze pagina. Ook kunt u deelnemen aan de discussiegroep op LinkedIn. Of u kunt meedoen aan enquete:

WRR-rapport leidt tot Kamervraag over toezicht op woningcorporaties

11 Sep

“Kunt u aangeven hoe u de zeven aanbevelingen uit het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) “Toezien op publiek belangen” gaat toepassen bij de vormgeving van het toezicht op de corporatiesector? Deze vraag heeft Paulus Jansen (SP) gesteld aan minister Blok.

Afbeelding

De minister zei bij de presentatie van het rapport dat het kabinet nog met een reactie komt op het WRR-rapport. Eerder maakte hij zijn voornemens bekend voor het toezicht op woningcorporaties.

Paulus Jansen stelt nu verschillende vragen over de relatie tussen deze plannen en de aanbevelingen van de WRR. Lees hier alle vragen, bijvoorbeeld over de invulling van het toezicht en het budget daarvoor. Hij schreef ook een blog over het rapport.

Presentatie WRR-rapport in tweets

9 Sep

logo_web_40_x_60_bigger-1Klik hier voor een overzicht van tweets over de presentatie van het WRR-rapport “Toezien op publieke belangen”.

Het overzicht is met Storify opgesteld door @Toezichtnieuws.

Het V-woord in het toezicht

9 Sep
Andre_Knottnerus_-_41k

WRR-voorzitter André Knottnerus

Ook in de wereld van toezicht is het V-woord gevallen. “Goed toezicht vergt een consistente en samenhangende beleidsvisie”, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport “Toezien op publieke belangen“. Al bij de presentatie is deze oproep de WRR op vraagtekens komen te staan. Een visie, moet dat echt?

Het V-woord blijkt ook in de wereld van het toezicht niet onomstreden. Zoals premier Rutte een visie meteen associeert met formats, mallen en blauwdrukken (link), zo waren ook bij de presentatie van het WRR-rapport niet bijster enthousiaste reacties te horen op de aanbeveling om de (kaderstellende) visie op toezicht te herijken.

Een bloemlezing:

  • Pauline Meurs, lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid ziet meer in empirisch onderzoek dan in een kaderstellende visie.
  • Ko de Ridder, voorzitter van de beroepsvereniging Vide, waarschuwt dat niet alle toezichthouders over een kam moeten worden geschoren. Hij pleit juist voor meer aandacht voor differentiatie.
  • IGZ-voorzitter Ronnie van Diemen loopt niet warm voor een kaderstellende visie. In haar ogen zou die veel energie vragen en weinig resultaat opleveren. Zij concentreert zich liever op een sectorvisie.
  • ACM-voorzitter Chris Fonteijn bekent de eerder kaderstellende visie op toezicht ooit echt bestudeerd te hebben. Maar hij zegt daarbij ook: “Als het denkproces maar tot stand komt.”

Voorzitter André Knottnerus lichtte na de discussie toe waarom de WRR pleit voor het herijken van de kaderstellende rijksvisie en de daarvan afgeleide departementale visies. Het gaat het adviescollege om ontwikkelen van de inhoud, niet om het vervaardigen van een stuk papier. En de WRR is bereid aan deze verdere discussie bij te dragen.

Minister Blok kondigde aan dat het kabinet later met een reactie op het rapport komt. Daarop wacht de ToezichtTafel niet. Hier kunt u verder praten over de ontwikkeling van een visie op toezicht. Ook kunt u terecht bij de discussiegroep op LinkedIn.

WRR: “Toezicht moet beter worden benut”

9 Sep

wrr-toezien

Het toezicht van de rijksoverheid moet beter worden benut. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het advies Toezien op publieke belangen.

Op maandag 9 september heeft WRR-voorzitter Knottnerus het eerste exemplaar van het rapport overhandigd aan minister Blok (Wonen en Rijksdienst). De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit hierin voor een “verruimd perspectief op rijkstoezicht”.

Klik hier voor het rapport.

Klik hier voor het persbericht.

Klik hier voor de video.

Aan de ToezichtTafel willen we het debat over toezicht voortzetten. Minister Blok heeft aangekondigd nog met een kabinetsreactie te komen.
Reageren?
Dat kan, hier of via LinkedIn.
%d bloggers liken dit: