Archief | oktober, 2013

Reactie: Markttoezichthouders hebben missiewerk te doen

16 Okt

“ACM opereert buiten wet, kopte het Financieele Dagblad op woensdag 16 oktober. Mededingingsadvocaten zijn bang dat de Autoriteit Consument & Markt ook optreedt tegen gedrag dat niet verboden is. De kritiek toont dat markttoezichthouders nog missiewerk te doen hebben, om draagvlak te verwerven voor hun aanpak.

IMG_0818Het markttoezicht heeft in de afgelopen jaren een stevige “missiegedreven” doctrine ontwikkeld. Het besef is gegroeid dat de maatschappij niet alleen wil dat overtredingen worden bestraft, maar vooral dat problemen worden opgelost – of beter nog: voorkomen. Toezichthouders kunnen zich niet zomaar verschuilen achter het ontbreken van wettelijke bevoegdheden. Zij besteden niet alleen aandacht aan illegaal maar ook aan (ander) schadelijk gedrag. En zij maken niet alleen gebruik van wettelijke instrumenten maar gaan ook in gesprek met ondernemingen.

Het Markttoezichthoudersberaad schrijft in de “Criteria voor goed toezicht” dat toezicht

“meer omvat dan slechts de strikte toepassing van bevoegdheden bij het uitvoeren en handhaven van bepaalde wetten en regels”.

Om er in een voetnoot aan toe te voegen:

“Dit laat uiteraard onverlet dat missiegedreven toezicht wordt uitgevoerd binnen de geldende wettelijke bepalingen.”

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleitte onlangs voor “reflectief” toezicht:

“Een reflectieve toezichthouder signaleert en agendeert dus ook legaal, maar scha- delijk gedrag. Bovendien kan hij de aandacht vestigen op voorbeelden en good practices en zo een positief stimulerende rol vervullen.”

Kritiek

De missiegedreven doctrine heeft school gemaakt in het markttoezicht, maar is daarbuiten nog niet algemeen aanvaard. Er is kritiek aan het adres van niet alleen de ACM maar ook de AFM. Gaan de toezichthouders niet hun boekje te buiten? Zeker voor een juridische one trick pony is de situatie helder: wat niet in de wet staat, bestaat niet, of mag niet bestaan.

Er is discussie over de  legitimiteit van bijdragen aan het publieke debat, maar ook van ander optreden “buiten de wet”. Hoewel deze kritiek niet altijd begrip verraadt voor de maatschappelijke rationaliteit van toezicht, kunnen markttoezichthouders het zich niet veroorloven om hun schouders op te halen. In elk geval is het niet handig de suggestie te wekken dat de wet er niet zoveel toe doet.

Het gaat niet alleen om woorden; de zorgen in de advocatuur en in het bedrijfsleven zijn niet geheel onbegrijpelijk. Advocaat Jolling de Pree gaat in het FD in op het voorbeeld van informele kennismakingsgesprekken, waarin ook de dreiging van vervolgonderzoeken aan de orde kan komen:

“Bestuurders zitten tegenover een autoriteit die hoge boetes op kan leggen. Ook aan bestuurders zelf. Bedrijven zijn dan al snel geneigd om hun gedrag aan te passen als ze zo een langdurig onderzoek kunnen voorkomen. Maar dan is helemaal niet duidelijk of er echt sprake is van een probleem.”

Volgens de krant benadrukt ACM-voorzitter Fonteijn dat zo’n gesprek niet in een intimiderende setting plaatsvindt.

“En een bestuurder kan altijd thuisblijven.”

Empathie

Markttoezichthouders doen er verstandig aan enige empathie te tonen voor de zorgen van advocaten, bedrijven en burgers. Het is duidelijk dat tenminste een toelichting op de gekozen aanpak noodzakelijk is. En we moeten zelfs voor mogelijk houden dat de praktijk hier en daar aanpassing behoeft.

Een toezichthouder heeft meer legitieme mogelijkheden dan een legalist in de wet kan vinden. Toch zijn er ook grenzen aan de inzet van instrumenten.  Ronald Gerritse, de onlangs overleden AFM-voorzitter,  waarschuwde in een speech voor detournement de pouvoir:

“Een toezichthouder kan verder gaan dan handhaving van de wet alleen, als schadelijk gedrag daar aanleiding toe geeft en onder de voorwaarde dat hij zijn gezag of zijn bevoegdheden niet misbruikt. En hij kan terug naar de wetgever als de wet te weinig mogelijkheden biedt om schadelijk gedrag daadwerkelijk te beperken.”

Markttoezichthouders kunnen de legitimiteit van hun optreden versterken door hierover het gesprek aan te gaan. Over de algemene doctrine die zij hebben gekozen, maar ook over casuïstiek waarin zij deze aanpak toepassen. Als een markttoezichthouder een probleem wil aanpakken zonder (al) een overtreding te vermoeden, is een extra investering nodig om draagvlak voor het optreden te verwerven. Ook kunnen autoriteiten duidelijk(er) maken wat de (rechts)positie is van bedrijven en burgers, bijvoorbeeld in “informele” gesprekken.

Markttoezichthouders hebben veel geïnvesteerd in het ontwikkelen van een aanpak, meer dan in het verwerven van draagvlak voor deze werkwijze. De kritiek van advocaten, hoe gemakzuchtig soms ook, is een signaal dat er ruimte is voor verbetering. Het markttoezicht heeft nog missiewerk te doen.

Paul van Dijk

Paul van Dijk is adviseur op het gebied van regulering, toezicht en communicatie. Hij was eerder werkzaam bij NMa en AFM.

Discussie

Aan de ToezichtTafel bieden we ruimte voor discussie over toezicht, ook over de aanpak van (markt)toezicht. Hoe kijkt u aan tegen de aanpak van markttoezichthouders? Wat denkt u van de kritiek van de mededingingsadvocaten? Hoe zou het markttoezicht hierop moeten reageren?


Mededingingsadvocaten in FD: ACM opereert buiten wet

16 Okt

Het Financieele Dagblad van woensdag 16 oktober schrijft dat “prominente mededingingsadvocaten kritisch zijn over de werkwijze van de nieuwe toezichthouder Autoriteit Consument & Markt. “ACM zou volgens hen pas ove moeten gaan tot onderhandelingen met bedrijven als er duidelijke aanwijzingen zijn dat een bedrijf een inbreuk maakt op mededingingsregels.”

Aanleiding is de “nieuwe meer informele en pragmatische stijl van handhaven”, aldus het FD. Zo gaat ACM vaker in gesprek met bedrijven over gedrag dat mogelijk in strijd is met het mededingingsrecht. Dan bereik je het zelfde resultaat, maar dan zonder jarenlang procederen en het opleggen van boetes, zo stelt Chris Fonteijn, de voorzitter van ACM”

Winfred Knibbeler vreest dat de ACM met oplossingen komt voor problemen die niet bestaan. Paul Glazener stelt dat de ACM zich buiten het kader van de wet plaatst. Volgens Jolling de Pree ligt bestuurlijke intimidatie door de ACM op de loer als tijdens informele kennismakingsgesprekken, zonder advocaaat, ook de dreiging van een verder onderzoek wordt besproken.

Reacties

Wat denk jij? Reageer hier!

 

Van ‘Twin Peaks’ naar ‘Triple Peaks’?

10 Okt

Petrosjan Damen pleit voor het verschuiven van de focus in het denken over het sturen van gedrag. Hij breekt een lans voor “reliance“, een combinatie van (simpel gesteld) controle en vertrouwen. Als alternatief voor het huidige systeem van compliance. Lees hier zijn betoog:

In februari 2011 poneerde ik de stelling “Schaf toezichthoudende rol AFM en DNB af’, die op de voorpagina van het FD terecht kwam. Het doel van die gechargeerde stelling was om een discussie op gang te brengen over de effectiviteit van het toezicht op de financiële sector. Destijds, dus ruim 2 1/2 jaar geleden, nam ik een (wat ik noem) ‘controlereflex’ waar bij de politiek en in de publieke opinie: iedereen riep om meer en strenger toezicht. Dit toezicht verschoof, in mijn waarneming, ook sterk van ‘principle based’ naar ‘rule based’. Ik was (en ben) er van overtuigd dat deze vorm van toezicht het zelfdenkend vermogen van de sector afremt. Vandaar dat ik met mijn stelling een signaal af wilde geven.

18434db

Op 8 oktober 2013 mocht ik mijn stelling toelichten tijdens een zogenaamde BuitensteBinnen-sessie bij de AFM. Dat resulteerde in een erg interessante dialoog over de effectiviteit van het toezicht en de dilemma’s waar je tegen aan loopt als toezichthouder. Tijdens deze sessie heb ik met de aanwezige AFM’ers mijn ideeën gedeeld zoals die zich hebben ontwikkeld sinds mijn stelling uit 2011.

Nu, maar ook toen, ben/was ik van mening dat de meest effectieve vorm van stuurmechanismen wordt gevormd door een combinatie van (simpel gesteld) controle en vertrouwen. Ook bij die combinatie, die ik aanduid met de term ‘Reliance’ (als alternatief voor het huidige systeem dat ik, kort door de bocht, aanduid met de term Compliance), hebben toezichthouders een erg waardevolle rol te vervullen. Nog steeds pleit ik echter voor een wezenlijke verschuiving in het denken over het sturen van gedrag (iets wat gedragstoezicht bepleit, nietwaar?). Ik geloof namelijk onder andere in een verschuiving van het voorkomen en bestraffen van ongewenst gedrag naar het stimuleren van gewenst gedrag. Daarbij begrijp ik goed dat er een spanningsveld op kan treden tussen de stimulerende rol en de controlerende rol van de toezichthouders. Vandaar mijn (niet geheel serieuze) suggestie om van een ‘twin peaks’ model, waarbij prudentieel- en gedragstoezicht zijn gescheiden, over te gaan naar een ‘triple peaks’ model. Hierbij kan de stimulerende rol worden ingenomen door een derde instelling, die op afstand (niet teveel, maar net genoeg) staat van DNB en AFM.

Zie sintering voor zowel mijn stelling uit 2011 als voor een stukje (op managementsite.nl) over mijn oproep om van ‘Compliance naar Reliance’ te gaan. Ik ben benieuwd naar jullie kijk op de verschuivingen die ik bepleit.

Reageren

Reageren kan hier, maar ook op de ToezichtTafel op LinkedIn, waar Petrosjan Damen een nieuwe discussie is gestart.

Markttoezichthouder ACM wil meer “duiding” van politiek

10 Okt

Voorzitter Chris Fonteijn van de Autoriteit Consument & Markt wil “preciezere regels” van de overheid. Dit zei hij in een interview met het Financieele Dagblad.

“Wij zijn in beginsel een economische toezichthouder. Je komt voor lastige beslissingen te staan als je in die economische beslissingen ook niet-economische belangen moet meewegen.”

Volgens Fonteijn zou de politiek bijvoorbeeld duiding moeten geven  over de vraag hoe belangrijk dierenwelzijn is ten opzichte van een hogere prijs voor de consument.

Duidelijkheid

chris-fonteijn-smallFonteijn verwacht binnenkort meer duidelijkheid te geven over over hoe mededingingsregels zich verhouden tot duurzaamheidsinitiatieven. Dit zei hij donderdag in een speech. “Daarbij is ook Beleidsregel Mededinging en Duurzame Ontwikkeling van het Ministerie van Economische Zaken van belang die binnenkort zal worden vastgesteld.” Eerder verscheen van de ACM een position paper. “De position paper en de beleidsregel liggen dus in elkaars verlengde en zijn in goed overleg tot stand gekomen.”

Energieakkoord

De ACM-voorzitter verdedigde de beoordeling van het Energieakkoord.

“Alles optellend heeft ACM moeten constateren dat de milieuvoordelen te beperkt zijn om op te wegen tegen de prijsverhoging voor de gebruikers. Voor zover alsnog tot sluiting zou worden besloten, dient er een manier te worden gevonden die maakt dat de mededingingsregels zich hier niet tegen verzetten.”

Onafhankelijkheid

Volgens Fonteijn toont de gang van zaken aan hoe onafhankelijk de ACM is.

“Natuurlijk is er ruimte voor discussie en zijn wij bereid tot overleg met belanghebbenden over de gevoerde argumentatie. Maar de eindbeslissing nemen wij zelfstandig los van politieke inmenging of beïnvloeding door belangengroepen.

De ACM-voorzitter benadrukte “dat de minister en zijn departement bij mij nooit enige vraagteken hebben laten bestaan over onze onafhankelijke status en het belang daarvan”.

Reageren

Is meer politieke duiding voor toezichthouders een goed idee? Geldt voor markttoezichthouders iets anders dan voor inspecties? Reageren kan hier op de ToezichtTafel!

%d bloggers liken dit: