Archief | december, 2013

“Toezichthouder moet zowel flexibel als voorspelbaar zijn”

19 Dec

Een toezichthouder moet zowel flexibel als voorspelbaar zijn. Dit zei Florentin Blanc tijdens een seminar over “Executive discretion and regulatory decision making” in Den Haag. De adviseur van de Wereldbank bepleit dat toezichthouders guidance en advies geven. Ook dienen zij te werken aan hun eigen professionaliteit, zodat zij op een goede manier omgaan met de ruimte die de wet biedt.

Tijdens het internationale seminar (op 5 december, in de Academie voor Wetgeving) werd nauwelijks betwist dat een toezichthouder enige discretionaire ruimte heeft en moet hebben.

Academie voor wetgeving

Donald Macrae, consultant op het gebied van regulering:

“Ik geloof niet dat elke regel in alle omstandigheden moet worden nageleefd en gehandhaafd.”

Graham Russell, die leiding geeft aan het Better Regulation Delivery Office in het Verenigd Koninkrijk:

“Met wetgeving bevriezen we de wereld even, maar het is maar een momentopname.” 

En de Brusselse econome Sandra Rousseau:

“Het is vaak onmogelijk om de optimale handhavingsstrategie tevoren vast te stellen. Flexibiliteit is nodig.”

Idée fixe

Het scherpe onderscheid tussen het maken en het toepassen van regels is een ‘idée fixe’, aldus professor Annetje Ottow, voormalig collegelid bij toezichthouder OPTA en nu non-executive director bij de Competition and Markets Authority in het Verenigd Koninkrijk. Zij bepleitte een “creatieve’ benadering: “De vraag is: hoe gebruikt de toezichthouder de ruimte die de wet geeft?” Daarbij zou vertrouwd moeten worden op de expertise van de toezichthouder.

“Een glijdende schaal” en “een dynamisch fenomeen. Deze kwalificaties gaf de Groningse hoogleraar Herman Broring. Een wet moet voldoende precies zijn maar dit lex certa-beginsel blijkt nogal flexibel.

Uit het Engelse woord “regulator” blijkt al dat er ook bij de toepassing van wetgeving nog wat te regelen valt. Maar ook in Angelsaksische landen is niet onomstreden hoeveel ruimte een toezichthouder moet krijgen en vooral hoe die moet worden gebruikt. Graham Russell:

“Good regulation is choosing the right methods to move from risks to outcomes.”

Aanspreekbaar
In de ogen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is het noodzakelijk dat een toezichthouder voorbij de letter van de wet kijkt, maar moet hij daarop wel aanspreekbaar zijn. WRR-voorzitter Andre Knottnerus:

“No discretion without accountability.”

Volgens de Litouwse onderzoekster Eglé Mauricé moeten toezichthouders niet alleen juridische argumenten gebruiken, maar ook verwijzen naar normen en waarden. Zo kunnen ze hun legitimiteit en effectiviteit versterken.

Inspecteurs kunnen geholpen worden bij het gebruik van hun discretionaire bevoegdheden. Checklists kunnen voorkomen dat handhavers misbruik maken van de discretionaire ruimte, aldus Florentin Blanc. Wendy McVeigh van de Health and Safety Executive wees op tools als Regulator’s Development Needs Analysis Tool (RDNA) en Enforcement Management Model (EMM).

Balans
Verwacht van een toezichthouder niet dat hij zelf de juiste balans vindt, was de boodschap van Ira Helsloot. De hoogleraar Besturen van veiligheid noemde een aantal omstandigheden die daaraan in de weg staan: het is gemakkelijk om andermans geld uit te geven, adviseurs zijn single-minded, professionals willen zich professionaliseren en organisaties zijn meer geinteresseerd in hun eigen onafhankelijkheid dan in samenwerking.

Helsloot vertrouwt liever op de krachten van de markt. Als voorbeeld noemde hij de veiligheidscultuur in de luchtvaart, met veel regels maar weinig toezicht. “Passagiers willen niet vliegen met gevaarlijke maatschappijen.”

Theodor Kockelkoren, waarnemend voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, toonde zich sceptisch over de werking van de markt.

“Mensen zijn minder rationeel dan gedacht. Ik ben ervoor dat iedereen eigen keuzes mag maken, maar dat wordt anders als het systeem instort.”

Moeilijk
Het is voor een toezichthouder moeilijk om selectief en proportioneel om te gaan met veiligheidsrisico’s, constateerde Jan van Tol, programmaleider Risico’s en verantwoordelijkheden bij het ministerie van BZK. Het belang van veiligheid is al snel zo overheersend dat de voor- en nadelen van ingrijpen niet werkelijk meer worden afgewogen.

“Meer vrijheid voor de toezichthouder leidt niet automatisch tot het vermijden van de risico-regel-reflex. Uiteindelijk is de vraag: Welke rol wil of moet een toezichthouder spelen?”

Reageren?

Dat kan hier!

Kabinet: externe toezichthouder moet meer in gesprek met semipublieke instellingen

12 Dec

Externe toezichthouders moeten niet alleen oog hebben voor meetbare resultaten maar ook voor minder meetbare kwaliteit en waarden van semipublieke instellingen. Rapportages moeten meer dan nu worden gebruikt om met elkaar in gesprek te gaan.

Dit schrijft het kabinet in reactie op het rapport van de commissie-Halsema (Commissie Maatschappelijk verantwoord bestuur en toezicht in semipublieke sectoren):

Zoals de commissie in haar rapport aangeeft zou de externe toezichthouder, naast meetbare resultaten, ook de minder meetbare kwaliteit en waarden van semipublieke instellingen in ogenschouw moeten nemen. Het kabinet onderschrijft de notie dat externe toezichthouders in de toekomst meer dan nu rapportages van instellingen zouden moeten benutten om in gesprek te gaan met instellingen. Deze worden zo een instrument voor noodzakelijke reflectie. Zij moeten dus niet enkel oog hebben voor de vraag of instellingen aan hun rapportageverplichtingen en kwantificeerbare parameters voldoen.

De commissie beval aan de rol en positie van de externe toezichthouder helderder te definiëren en de verschillen tussen sectoren in kaart te brengen, deze te verklaren en hieruit best practices te destilleren. ‘ Het is daarbij raadzaam het (externe) financiële toezicht en het kwaliteitstoezicht meer geïntegreerd bij hetzelfde vakministerie te beleggen en dit ook dichter bij de minister te organiseren.”

Het kabinet onderschrijft dat het kwaliteitstoezicht en – indien van toepassing – het (externe) financiële toezicht gelijkwaardig aan elkaar belegd moeten worden. Het financieel toezicht moet niet ondergeschikt zijn aan het kwaliteitstoezicht of andersom.

Het kabinet wil nader ingaan op de aanbeveling over extern toezicht in de reactie op het rapport ‘Toezien op publieke belangen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Kabinet komt medio 2014 met standpunt over kosten toezicht

7 Dec

Het kabinet wil medio 2014 een standpunt uitbrengen over het doorberekenen van toezichtkosten. Intussen vraagt het ministerie van Financiën reacties op het voorstel om de overheidsbijdrage in het financieel toezicht af te schaffen.

Het ministerie van Financiën is gestart met de consultatieprocedure over het voorstel om de kosten van het financieel toezicht volledig te laten betalen door de ondernemingen onder toezicht van de Nederlandsche Bank en Autoriteit Financiële Markten. In het regeerakkoord is afgesproken de overheidsbijdrage af te schaffen. Volgens het voorstel moeten de toezichthouders boete-opbrengsten boven 2,5 miljoen afdragen aan de schatkist.

Standpunt

Het kabinet verwacht medio 2014 met een standpunt te komen over de doorberekening van toezichtkosten. In een brief laat staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) weten dat zij inmiddels een advies heeft ontvangen van de Inspectieraad. “Daarnaast wordt momenteel in interdepartementaal verband het toetsingskader ‘Maat Houden’ uit 1996 tegen het licht gehouden.”

WRR

Het kabinet werkt ook aan een reactie op ‘Toezien op publieke belangen‘. In dit rapport constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een trend naar het bekostigen van toezicht door het verhogen van boeteopbrengsten of het doorberekenen van kosten aan de onder toezicht gestelden. De WRR beveelt aan: ‘Heroverweeg het uitgangspunt om toezicht in beginsel geheel uit de algemene middelen te betalen’:

‘Mits niet louter ingegeven door incidenten of ad hoc budgettaire motieven en met waarborgen voor behoud van onafhankelijkheid, verdient doorberekening van kosten en profijt van toezicht nadere overweging. Hierdoor is immers niet alleen adequate toerusting van het toezicht beter mogelijk, maar wordt ook een evenwichtiger verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid en onder toezicht gestelde partijen bevorderd. Daarbij verdient ook de mogelijkheid van uitbreiding van privaatrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aandacht. Het is uiteraard niet de bedoeling dat meebetalen aan toezicht leidt tot een ongebreidelde groei van toezichthouders die de rekening kunnen neerleggen bij ‘klanten’ die geen keuze hebben.’

Reageren?

Welke lijn moet het kabinet kiezen? Wie betaalt het toezicht? De overheid of de onder toezicht gestelde?

Lees hier het rapport Maat houden uit 1996.

%d bloggers liken dit: