“Toezichthouder moet zowel flexibel als voorspelbaar zijn”

19 Dec

Een toezichthouder moet zowel flexibel als voorspelbaar zijn. Dit zei Florentin Blanc tijdens een seminar over “Executive discretion and regulatory decision making” in Den Haag. De adviseur van de Wereldbank bepleit dat toezichthouders guidance en advies geven. Ook dienen zij te werken aan hun eigen professionaliteit, zodat zij op een goede manier omgaan met de ruimte die de wet biedt.

Tijdens het internationale seminar (op 5 december, in de Academie voor Wetgeving) werd nauwelijks betwist dat een toezichthouder enige discretionaire ruimte heeft en moet hebben.

Academie voor wetgeving

Donald Macrae, consultant op het gebied van regulering:

“Ik geloof niet dat elke regel in alle omstandigheden moet worden nageleefd en gehandhaafd.”

Graham Russell, die leiding geeft aan het Better Regulation Delivery Office in het Verenigd Koninkrijk:

“Met wetgeving bevriezen we de wereld even, maar het is maar een momentopname.” 

En de Brusselse econome Sandra Rousseau:

“Het is vaak onmogelijk om de optimale handhavingsstrategie tevoren vast te stellen. Flexibiliteit is nodig.”

Idée fixe

Het scherpe onderscheid tussen het maken en het toepassen van regels is een ‘idée fixe’, aldus professor Annetje Ottow, voormalig collegelid bij toezichthouder OPTA en nu non-executive director bij de Competition and Markets Authority in het Verenigd Koninkrijk. Zij bepleitte een “creatieve’ benadering: “De vraag is: hoe gebruikt de toezichthouder de ruimte die de wet geeft?” Daarbij zou vertrouwd moeten worden op de expertise van de toezichthouder.

“Een glijdende schaal” en “een dynamisch fenomeen. Deze kwalificaties gaf de Groningse hoogleraar Herman Broring. Een wet moet voldoende precies zijn maar dit lex certa-beginsel blijkt nogal flexibel.

Uit het Engelse woord “regulator” blijkt al dat er ook bij de toepassing van wetgeving nog wat te regelen valt. Maar ook in Angelsaksische landen is niet onomstreden hoeveel ruimte een toezichthouder moet krijgen en vooral hoe die moet worden gebruikt. Graham Russell:

“Good regulation is choosing the right methods to move from risks to outcomes.”

Aanspreekbaar
In de ogen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is het noodzakelijk dat een toezichthouder voorbij de letter van de wet kijkt, maar moet hij daarop wel aanspreekbaar zijn. WRR-voorzitter Andre Knottnerus:

“No discretion without accountability.”

Volgens de Litouwse onderzoekster Eglé Mauricé moeten toezichthouders niet alleen juridische argumenten gebruiken, maar ook verwijzen naar normen en waarden. Zo kunnen ze hun legitimiteit en effectiviteit versterken.

Inspecteurs kunnen geholpen worden bij het gebruik van hun discretionaire bevoegdheden. Checklists kunnen voorkomen dat handhavers misbruik maken van de discretionaire ruimte, aldus Florentin Blanc. Wendy McVeigh van de Health and Safety Executive wees op tools als Regulator’s Development Needs Analysis Tool (RDNA) en Enforcement Management Model (EMM).

Balans
Verwacht van een toezichthouder niet dat hij zelf de juiste balans vindt, was de boodschap van Ira Helsloot. De hoogleraar Besturen van veiligheid noemde een aantal omstandigheden die daaraan in de weg staan: het is gemakkelijk om andermans geld uit te geven, adviseurs zijn single-minded, professionals willen zich professionaliseren en organisaties zijn meer geinteresseerd in hun eigen onafhankelijkheid dan in samenwerking.

Helsloot vertrouwt liever op de krachten van de markt. Als voorbeeld noemde hij de veiligheidscultuur in de luchtvaart, met veel regels maar weinig toezicht. “Passagiers willen niet vliegen met gevaarlijke maatschappijen.”

Theodor Kockelkoren, waarnemend voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, toonde zich sceptisch over de werking van de markt.

“Mensen zijn minder rationeel dan gedacht. Ik ben ervoor dat iedereen eigen keuzes mag maken, maar dat wordt anders als het systeem instort.”

Moeilijk
Het is voor een toezichthouder moeilijk om selectief en proportioneel om te gaan met veiligheidsrisico’s, constateerde Jan van Tol, programmaleider Risico’s en verantwoordelijkheden bij het ministerie van BZK. Het belang van veiligheid is al snel zo overheersend dat de voor- en nadelen van ingrijpen niet werkelijk meer worden afgewogen.

“Meer vrijheid voor de toezichthouder leidt niet automatisch tot het vermijden van de risico-regel-reflex. Uiteindelijk is de vraag: Welke rol wil of moet een toezichthouder spelen?”

Reageren?

Dat kan hier!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: