Besturingsmodel DNB weer op de schop?

23 Jan

De Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal beveelt aan het besturingsmodel van de Nederlandsche Bank te veranderen. De president zou weer eindverantwoordelijk en extern aanspreekpunt moeten worden voor het macro- en het microprudentiele toezicht. Gaat het huidige model na twee jaar weer op de schop? Wat waren en zijn de argumenten?

Een van de aanbevelingen van de commissie luidt:

“Herijk de governance van De Nederlandsche Bank. Herstel de verantwoordelijkheidsstructuur in de directie waarbij de president eindverantwoordelijk is en extern aanspreekpunt is voor het macro- en het microprudentiële toezicht. De president draagt zorg voor de coördinatie van de invulling van de verschillende rollen van De Nederlandsche Bank als adviseur van de minister en als toezichthouder (aanbeveling voor de minister van Financiën en De Nederlandsche Bank).”

De commissie gebruikt hiervoor verschillende argumenten

  • De gewijzigde governance van DNB is formeel “van beperkte betekenis”. Er is immers “onveranderd” sprake van collegiaal bestuur.
  • Het is de vraag of dit model voldoende waarborgen biedt voor het voorkomen van wat met SNS Reaal is gebeurd.
  • De afstemming tussen macro- en microprudentieel toezicht is onvoldoende gewaarborgd.
  • De positie van de directeuren toezicht komt in het geding. “Het is denkbaar dat de voorzitter toezicht als eerste aanspreekpunt naar voren treedt en daardoor te veel in de publicitaire en politieke wind komt te staan. Dat kan tot moeizame interne verhoudingen leiden.”
  • Het model vermindert de slagvaardigheid van de andere directeur toezicht die niet als het eerste aanspreekpunt geldt.
  • Het functioneren van de toezichtraad naast de directie zorgt voor een onnodig gecompliceerde overlegstructuur en bestuurlijke vormgeving.
  • “De Evaluatiecommissie kiest voor een aanspreekpunt. Het onderscheid tussen monetair beleid en toezicht is door Europese ontwikkelingen minder nijpend geworden.”

Raad van State

De Raad van State was in 2011 ook kritisch over het voorstel om de governance van DNB te veranderen naar het huidige model. Het college, waar commissielid Hoekstra toen staatsraad was, had vragen over de noodzaak maar ook over de doeltreffendheid en uitvoerbaarheid:

  • Is, nu er collegialiteit van bestuur blijft, wel te voorkomen dat de uitoefening van de prudentiële toezichttaak door risico’s van reputatieschade haar weerslag haar weerslag heeft op de President waar het betreft diens taken op monetair gebied. Uitgaande van die collegialiteit zal ook de president zich “zich niet kunnen onttrekken aan de beeldvorming over de taakvervulling door DNB als zodanig op het terrein van het financieel toezicht, en aan het afleggen van verantwoording ook over de vervulling van deze taak”.
  • Het nieuwe besturingsmodel kan “in zichzelf” in de uitvoering nieuwe problemen creëren. Zo zouden “collegiale verhoudingen onder druk kunnen komen te staan als voor de uitoefening van de toezichttaak binnen de directie als geheel drie niveaus ontstaan: de President, de voorzitter toezicht en de directeur(en) toezicht”.

De Jager

Toenmalig minister De Jager zette door, op zoek naar “een duidelijkere herkenbaarheid” van het onderscheid tussen de verantwoordelijkheid als centrale bank (in het Europese stelsel) en de prudentiële toezichttaken. En dit “zonder dat dit ten koste gaat van de inhoudelijke samenhang tussen deze hoofdtaken”. In de reactie op de Raad van State staan de volgende argumenten:

  • “Het moeten vervullen van beide hoofdtaken, met een zo verschillend zwaartepunt, maakt dat het leiding geven aan DNB een complexe aangelegenheid is. Dit maakt een versteviging van de herkenbaarheid van de verschillende verantwoordelijkheden binnen DNB van belang.”
  • Door een voorzitter Toezicht  te introduceren “wordt een duidelijk primair aanspreekpunt gecreëerd voor onderwerpen die betrekking hebben op toezichttaken en kan de onafhankelijkheid van de president beter worden geborgd doordat hij niet primair wordt aangesproken op aangelegenheden die de prudentiële toezichtstaak van DNB betreffen. Hierdoor kan het risico op reputatieschade voor de president als onafhankelijke monetaire autoriteit voor operationele risico’s die liggen in de toezichtsfeer zoveel mogelijk worden beperkt.”
  • De “versterking” van de bestuursstructuur laat onverlet dat de directie gezamenlijk eindverantwoordelijk blijft voor het toezicht op de financiële sector. “Zodoende kan de samenhang van de hoofdtaken op prudentieel gebied, zoals hiervoor reeds genoemd, geborgd blijven.”

Reactie

Minister Dijsselbloem en DNB verwachten binnen enkele weken een reactie te kunnen geven op de aanbevelingen van de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS REAAL.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: