Archive | februari, 2014

Reflectief toezicht vergt reflectie toezichthouder

26 Feb
“Versterk de reflectieve functie van de rijkstoezichthouders”, luidt de vierde aanbeveling van het WRR-rapport Toezien op publieke belangen. Hoe moet het kabinet hierop reageren? De ToezichtTafel doet een oproep aan de toezichthouders: reflecteer en kom zelf met een voorstel!
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dicht toezichthouders bijzondere mogelijkheden toe. Toezichthouders hebben “unieke kennis over de staat van hun sector”. Toezicht kan een “nuttige feedback-rol” spelen in de beleidscyclus. En “toezichthouders kunnen vanuit hun knooppuntpositie wijzen op aansluitingsproblemen tussen de werk- vloer, de instellingen en het beleid.”
Daar gaat een toezichthart natuurlijk sneller van kloppen. Maar als toezichthouders instemmen met deze analyse en aanbeveling, dienen ze ook de (hooggespannen) verwachtingen waar te maken: laten zien dat hun kennis uniek is, niet zomaar maar nuttige feedback geven. Bespiegelen is een hele klus. Is elke toezichthouder bijvoorbeeld al in staat om een “staat van de sector” op te maken?
De WRR  beveelt aan dat de toezichthouders hun rapportages en de wetgevingsbrieven in het openbaar toelichten aan de Tweede Kamer. Ook dat zal menig toezichthouder als muziek in de oren klinken. Maar welke informatie gaat de toezichthouder leveren? Krijgt de politiek meningen of ook feiten? En gaat de toezichthouder dan ook luisteren naar de politiek? Of moet de onafhankelijkheid dan beschermd worden tegen de “waan van de dag”?
Als politiek en beleid ruimte geven aan de reflectieve functie, dan dienen toezichthouders deze ruimte effectief te benutten. Het kabinet doet er goed aan de toezichthouders meteen zelf te laten reflecteren: wat kunnen ze brengen, wat komen ze halen? Het kabinet moet de aanbeveling overnemen en kan de bal weer bij de toezichthouders leggen: hoe denken zij de reflectieve functie te vervullen?
Schaduwstandpunt
Het kabinet werkt nog aan een reactie op de aanbevelingen van de WRR. Aan de ToezichtTafel maken we alvast een schaduwstandpunt.
Reflecteer mee
Dient de reflectieve functie van toezichthouders te worden versterkt? En zo ja, hoe dan? Plaats hier een reactie.
Paul van Dijk

“Een goede toezichthouder is…”

20 Feb

Het Markttoezichthoudersberaad hoopt dat de eigen criteria voor goed toezicht worden gebruikt als ministeries toezichthouders laten evalueren. Dit blijkt uit een toelichting op de criteria.

De samenvatting van de criteria:

Schermafbeelding 2014-02-20 om 11.07.36

Het toetsingskader kan worden gebruikt als toezichthouders in opdracht van de verantwoordelijke ministeries worden geëvalueerd, aldus het Markttoezichthoudersberaad. “Toezichthouders kunnen beter van elkaar leren als hun resultaten goed meetbaar en vergelijkbaar zijn.”

Het Markttoezichthoudersberaad is een samenwerkingsverband van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), het College bescherming persoonsgegevens (CBP), de Nederlandsche Bank (DNB), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Kansspelautoriteit.

In 2013 vroeg het beraad om reacties op een eerdere versie van het “visiedocument”. Na deze consultatie zijn de criteria nu vastgesteld.

Wat moet nieuwe kabinetsvisie op toezicht zeggen over Regionale Uitvoeringsdiensten?

18 Feb

Per 1 januari 2014 zijn alle Regionale Uitvoeringsdiensten opgericht en vormen zij een landelijk dekkend systeem. Wat moet een nieuwe (derde) kaderstellende visie zeggen over de RUD’s? Lees hier het schaduw-standpunt van de ToezichtTafel.

Een Regionale Uitvoeringsdienst, ook wel Omgevingsdienst genoemd, is één loket voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu (minimaal het Basistakenpakket) en mogelijk ook bouwen, natuur en water. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben (een deel van) hun taken op het genoemde terrein opgedragen aan de RUD’s. Daarmee is een substantieel deel van het lokale toezicht gereorganiseerd. De diensten worden geacht met meer kennis van zaken te kunnen opereren.

De RUD’s zijn verantwoordelijk voor het toezicht op een groot deelvan de Nederlandse bedrijven. Afstemming van het toezicht met de landelijke inspecties is daarom noodzakelijk. Dat heeft een aantal consequenties.

Kwaliteit
Voor alle RUD’s geldt de 3de Kaderstellende Visie op Toezicht onverkort.
Het functioneren en de geleverde kwaliteit van de RUD’s zal in de jaren 2016-2017 worden geëvalueerd door de Inspectie L&T.

Onafhankelijkheid
Om de slagvaardigheid van de RUD’s te vergroten zullen alle gemeenten en provincies de besluitvorming inzake individuele gevallen mandateren aan de directeur van de betreffende RUD. Dit zal uiterlijk per 1-1-2015 geregeld moeten zijn.

Samenwerking met rijksinspecties
Omdat bij de bedrijven waarop toezicht gehouden wordt door de RUD’s ook een aantal landelijke inspecties actief is, is fstemming van controles en eventuele vervolgacties nodig om toezichtlasten te kunnen beperken en efficient toezicht te kunnen houden. Daarom zullen daar waar mogelijk toezichtacties worden ingepland zodat deze via Inspectieview inzichtelijk zijn voor andere toezichthouders. Eventueel kunnen acties worden gecombineerd.

Aansluiting op Inspectieview is daartoe noodzakelijk. Voor BRZO-RUD’s is de uiterlijke datum waarop dat moet zijn gerealiseerd 1-1-2015. Voor de andere RUD’s is dat uiterlijk 1-1-2016.

Het inplannen van bezoeken aan BRZO-inrichtingen geldt uiterlijk vanaf half 2015, voor de overige inrichtingen vanaf 2016.

Er komt een vertegenwoordiging van de RUD’s als volwaardig lid in de Inspectieraad.

Informatie-uitwisseling
Om toezichtlasten te kunnen beperken en risico-gericht toezicht te kunnen houden is uitwisseling van gegevens via Inspectieview noodzakelijk. Om gegevens goed te kunnen uitwisselen dienen afspraken te worden gemaakt over te verzamelen data en de kwaliteit daarvan. Inspecties en RUD’s zullen daarover nadere afspraken maken die in 2015 worden geformaliseerd.

Op basis van toezicht krijgt elke toezichthouder een beeld van het geïnspecteerde bedrijf, het zogenaamde nalevingsprofiel. Er wordt van uit gegaan dat het nalevingsprofiel van een bedrijf van de ene toezichthouder informatief is voor de andere toezichthouders. Het is echter nog onvoldoende aangetoond in welke mate dit het geval is. Daarom zullen de Inspectieraad en de gezamenlijke RUD’s een wetenschappelijk onderzoek entameren naar de relaties tussen de nalevingsprofielen. Dit onderzoek zal begin 2015 dienen te zijn afgerond.

Toezichthouders van zowel RUD’s als verschillende rijksinspecties bezoeken bedrijven. Tijdens deze bezoeken kunnen zij zaken waarnemen die niet direct tot hun bevoegdheid of domein van toezicht behoren, maar die wel belangrijk kunnen zijn voor andere toezichthouders. Er zal daarom in 2014 een pilot worden gestart inzake snelle uitwisseling van signalen, bijvoorbeeld middels een app, tussen (enkele) RUD’s en (enkele) rijksinspecties.

BRZO
Er komt een gestructureerd overleg (BRZO+) tussen BRZO-RUD’s en de relevante inspecties, de veiligheidsregio en het Openbaar Ministerie.
De in december 2013 vastgestelde handhavingsstrategie wordt actief door alle betrokken toezichthouders uitgevoerd. De strategie wordt in de eerste helft van 2015 geëvalueerd.

De samenwerking in het BRZO+ alsmede de realisatie van dehandhavingsstrategie wordt in 2016 door de Inspectie V&J geëvalueerd.

Reageren
Ben je het eens of oneens met dit schaduw-standpunt? Laat hier een reactie achter.

Rob Velders

Martijn Tummers: “Kiezen tussen toezien en toekijken”

16 Feb

Het WRR-rapport over toezicht is niet de opmaat naar nog maar weer eens een algemene visie op toezicht. Volgens Martijn Tummers is de keuze nu wel: daadwerkelijk gaan toezien of blijven toekijken. Lees hier zijn blog en klik daarna door naar zijn artikel.

Vanzelfsprekend, een visie kan helpen bij het kijken naar een bepaalde zaak in het hier en er iets van te vinden. Een visie kan ook vanuit een verder strekkende blik helpen bij de  invulling hoe je doel te bereiken.

Martijn Tummers

Martijn Tummers

Hoe het ook zij, een visie biedt dan houvast. En houvast is prettig in situaties die met onzekerheid zijn omgeven.

Heeft het toezicht meer houvast nodig? Is er reden om aan te nemen dat het toezicht last heeft van onzekerheden? En biedt een nieuwe algemene visie daarin enig soelaas? Heeft toezicht het vertrouwen in onafhankelijkheid beschaamd of raakte het toezicht bekneld tussen de vele belangen en krachten waartussen het moet acteren?

Het toezicht zal zijn eigen ruimte moeten creëren met eigen keuzen met welke krachten en belangen het meebeweegt of niet.  Elke toezichthouder zal zijn eigen missiegedreven visie met kernwaarden moeten formuleren, om te komen tot de maatschappelijke meerwaarde van toezicht. Lees hoe de WRR toezicht de weg wijst in: Pudeur brengt inspecteur malheur.

Martijn Tummers

Aanbeveling 1: Herijk de rijksvisie op toezicht

6 Feb

“Herijk de rijksvisie op toezicht”, luidt de eerste aanbeveling van de WRR. Hoe moet het kabinet hierop reageren? Het eerste schaduwstandpunt aan de ToezichtTafel: ja, maar! 

De (eerste) “kaderstellende visie op toezicht” verscheen in 2001, vier jaar later kwam de toezichtvisie ”Minder last, meer effect“. En in de afgelopen jaren werd nog wel gewerkt aan een “KVOT3” (zie de tussenstand),  maar de huidige verantwoordelijke minister Stef Blok toont zich tot nu toe niet zeer enthousiast over een nieuwe visie.foto-15

De WRR vindt dat de rijksvisie herijkt moet worden. En daar heeft de WRR gelijk in. Uit het rapport Toezien op publieke belangen blijkt dat er genoeg vragen te beantwoorden zijn. Een kleine greep:

  • Het kabinet heeft zich in het regeerakkoord voorgenomen: “Niet toegeven aan de reflex om op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving”. Ook kiest de coalitie voor een “samenhangende aanpak in de verschillende sectoren op het terrein van ordening, sturing en toezicht”. Er is een Ministeriële Commissie Publieke Belangen, er is een progamma Risico’s en verantwoordelijkheden, maar het zou goed zijn als het kabinet de voornemens uitwerkt.
  • Wat is goed toezicht? Zijn politiek en toezicht het eens over de manier waarop toezicht moet worden gehouden? Menig toezichthouder noemt zich nu missiegedreven, maar wat vinden het kabinet en het parlement daar eigenlijk van? En waarom zijn er ook binnen het toezicht fundamenteel verschillende principes en werkwijzen?
  • Hoe moeten toezichthouders worden georganiseerd? De verschillende toezichthouders kennen verschillende rechtsvormen en organisatiestructuren. Waarom zijn bijvoorbeeld markttoezichthouders zelfstandige bestuursorganen en rijksinspecties niet?
  • En wie zal dat betalen? Het rapport ‘Maat houden‘ gaf ooit enig houvast voor de vraag of kosten van toezicht mogen worden doorberekend. Inmiddels zijn de remmen los en wil het kabinet de financiële sector laten opdraaien voor de handhaving van de regels.

Het kabinet ontkomt niet aan een herijking van de visie op toezicht. Er zijn antwoorden nodig op vragen, al was het maar omdat er een wettelijke verplichting bestaat om te reageren op de WRR. Minister Blok, die vorig jaar zei dat hij “trots” is op het toezicht, moet ook zelf aan het werk; er is behoefte aan beleid.

Discussie

Aan de ToezichtTafel is niet iedereen enthousiast over een nieuwe rijksvisie, blijkt uit reacties.

“Wat gaat nog een beleidstuk toevoegen?”

“Waarom een nieuwe visie maken als de bestaande visie nog voldoet?”

De critici zien ook mogelijkheden. Er moet verder gewerkt worden aan effectiviteit. Of voorstelbaar is

“dat de abstracte voorstellen van de WRR worden uitgewerkt in een concrete handleiding”.

Ook uit andere reacties blijkt dat er weinig behoefte is aan zomaar een beleidsnotitie:

“De visies tot nu toe waren meer papieren tijger dan wat anders. In deze tijd past een andere benadering. Niet 1 moederdocument waarin de waarheid over toezicht staat, maar gerichte deeldiscussies waar beleidsmakers, toezichthouders en publiek wat aan hebben.”

Praktisch

Tot welk schaduwstandpunt komen we aan de ToezichtTafel? We zeggen ja tegen een herijking, maar die moet praktisch toepasbaar zijn. Geen vuistdikke nota. Antwoorden op vragen. Bouwstenen voor afwegingen.

De herijking is ook niet zozeer een product maar vooral een proces. En daaraan moet niet alleen het kabinet deelnemen. Opvallend is dat het rapport van de WRR wel tot enkele artikelen maar niet tot een werkelijke publieke gedachtewisseling heeft geleid. Waar is de reactie van de toezichthouders? En hoe denken bedrijven hierover? Wat is het standpunt van consumenten?

De ToezichtTafel wil de discussie graag verder helpen. Het kabinet werkt nu aan een eigen reactie, aan de ToezichtTafel bereiden we onze eigen schaduwstandpunten voor. In februari verschijnen hier bijdragen over de zeven aanbevelingen van de WRR. Doet u mee?

%d bloggers liken dit: