Archive | juni, 2014

“Rol ILT is niet oplossen van problemen in samenleving”

25 Jun

“De inspectie is een onafhankelijke toezichthouder en haar primaire taak is de bevordering van de naleving van wet- en regelgeving vanuit een wettelijke bevoegdheid. Dit is het belangrijkste uitgangspunt voor de rolopvatting van de inspectie. Dat betekent dat de inspectie geen beleid maakt, geen adviseur is voor de sector en geen problemen oplost in de samenleving.”

Dit schrijft de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Meerjarenplan 2014-2018. De toezichthouder ziet “de noodzaak voor deze rolinvulling” bevestigd in de zaak-Otapan:

De commissie Zevenbergen constateert in haar rapport dat de voormalige VROM-Inspectie de verantwoordelijkheid voor het vinden van een oplossing voor het vervuilde schip op zich heeft genomen, waarbij de toezichthoudende/handhavende rol van de inspectie volgens de commissie in het geding is gekomen. In de evaluatie van de verbetermaatregelen die sinds 2006 genomen zijn, constateert de commissie Zevenbergen dat de inspectie in de nieuwe organisatiestructuur onafhankelijker is gepositioneerd dan voorheen en een helder afgebakende rolopvatting heeft (focus op handhaving en inspectie).

De inspectie schrijft “buiten deze kerntaak” wel rapporten op verzoek verzoek van de minister of staatssecretaris. “Deze rapporten worden altijd openbaar gemaakt omdat deze voor de hele sector of de samenleving van belang zijn. Rapporten met politieke relevantie worden door de minister aan de Tweede Kamer aangeboden.”

Kennisverlies

De inspectie meldt in het meerjarenplan dat taakstellingen hebben geleid tot kennisverlies, vooral in de bedrijfsvoering. Daardoor is de kwaliteit van de financiële administratie “onder druk” komen te staan. De ILT voorziet de komende jaren een grote uitstroom en wil nu al gaan werven voor de toekomst.

Spanning

De ILT waarschuwt ook weer dat de Nederlandse manier van toezicht houden afwijkt van andere landen. Zo kan “horizontaal toezicht” alleen toepassen op Nederlandse bedrijfsvoering.

“Terwijl op nationaal niveau steeds meer gebruik wordt gemaakt van toezichtvormen als horizontaal toezicht en systeemtoezicht om de wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid in het transport en de leefomgeving te handhaven, is de tendens in internationale wetgeving nog steeds sterk volumegestuurd en objectgericht. Dat zorgt voor een zekere spanning tussen nationale toezichtmethoden en internationale verplichtingen, zowel bij de ondertoezichtstaanden als bij de inspectie.”

De inspectie hoopt dat internationale bedrijven met een handhavingsconvenant op termijn druk gaan uitoefenen op buitenlandse autoriteiten.

Lees hier het Meerjarenplan 2014-2018.

Dijksma: toezichthouder moet reflecteren en actief naar buiten treden

24 Jun

Staatssecretaris Sharon Dijksma (EZ) vindt niet dat de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit met uitspraken over de veehouderij zijn boekje te buiten is gegaan:

“Ik vind het belangrijk dat de IG van de NVWA als toezichthouder reflecteert op ontwikkelingen en dilemma’s die de borging van de voedselveiligheid in Nederland aangaan en daarbij waar nodig actief naar buiten treedt. Dit past bij een moderne en professionele toezichthouder. De WRR onderstreept in haar rapport Toezien op publieke belangen (WRR-rapport 89, 2013) het belang van de reflectieve functie van de toezichthouder.”

Dijksma reageert hiermee op vragen uit de Tweede Kamer. De VVD vroeg zich af of het een taak van de inspecteur-generaal is om uitspraken te doen over beleid. De staatssecretaris wuift de kritiek weg en stelt dat de inspecteur-generaal haar beleid heeft verwoord.

Het kabinet werkt nog aan het standpunt over het rapport Toezien op publieke belangen, dat vorig jaar september verscheen.

 

Vacatures bij Kansspelautoriteit

24 Jun

De Kansspelautoriteit heeft vier vacatures:IMG_0793

  • Senior adviseur kansspelmarkt die ervaring heeft met marktanalyses.
  • Specialistisch adviseur onlinetechnologie met ervaring in het beoordeling van online bedrijfssystemen en de strategische advisering daarover.
  • Senior inspecteur met ervaring in en een neus voor opsporing en toezicht.
  • Senior analist in fijnmazige detectie en toezichtstrategie.

Klik hier voor meer informatie.

Toezicht als investeren in vernieuwing

22 Jun

Niet alleen ondernemingen maar ook markttoezichthouders hebben een nieuw business model nodig. Zij moeten investeren in verandering, de zittende macht uitdagen en ruimte maken voor nieuwe toetreders. Dit zei innovatie-expert Charles Leadbeater tijdens de conferentie “Innovation in Oversight / Oversight and Innovation“.

foto-17

Innovatie-expert Charles Leadbeater laat zich ook inspireren door Johan Cruyff

Met de conferentie vierde de Autoriteit Consument & Markt op 20 juni het 1-jarig bestaan. Het katoenen jubileum werd luister bijgezet met de opening door koningin Máxima. Op de agenda stond de vernieuwing van toezicht, inclusief de vraag hoe toezichthouders moeten omgaan met innovatie.

Undersight

Ben je de brandweerwagen of de rookmelder, was de keuze die Leadbeater aan zijn gehoor voorlegde. In zijn ogen is niet alleen “oversight” maar ook “undersight” nodig. Innovatie zit vaak in een klein hoekje. En dus moet een toezichthouder als de ACM op zoek naar de vernieuwers: “Get down to find them!”

Frustraties

Leadbeater pleitte voor “Regulation als public leaderschip”. Markttoezichthouders zouden de spirit van veranderaars binnen moeten halen. Hij wees er ook op dat verandering vaak daar begint waar consumenten gefrustreerd raken. En dus moeten toezichthouders frustraties stimuleren en consumenten mobiliseren.

Koningin Máxima had toen al een lans gebroken voor de versterking van de vraagkant van de markt: ‘Consumer empowerment’ is a necessary condition for well-functioning markets. For the full promise of financial inclusion to be realized, consumers need financial capability and protection.”

Dynamiek

De digitale transformatie maakt een nieuwe aanpak in regulering noodzakelijk, stelde Annet Aris, verbonden aan INSEAD. “Kun je toezicht houden op een bewegend doel“, was een dag later de titel van haar column in het Financieele Dagblad.

Moeten er bijvoorbeeld geen transatlatische regels komen? En kunnen we nog wel enkele jaren vooruit reguleren? Moet regulering nog steeds gericht worden op producten en diensten, of steeds meer op data?

Nudging

Eenvoud en gemak, dat is de richting waarin regulering zich moet ontwikkelen volgens Cass Sunstein, schrijver van de boeken “Nudge” en “Simpler”. Keuzes van mensen kunnen beïnvloed worden zonder ge- en verboden. Daartoe moet informatie bijvoorbeeld wel gemakkelijk vergelijkbaar zijn.

Sunstein was niet verrast door de mededeling dat in Nederland ook kritische geluiden klinken over nudging. Volgens de voormalig adviseur van president Obama dreigt deze ethische discussie nog wel eens “lost in abstraction” te raken. In de praktijk valt het reuze mee met het doembeeld van een Nanny State. Bij nudging mag geen sprake zijn van manipulatie; mensen behouden het recht zelf hun gedrag te kiezen. Sunsteins antwoord op de zorgen luidt: “volledige transparantie en democratische verantwoording”.

Maatregelen

Toezichthouders worden niet afgerekend op “nudging” maar op het aantal harde maatregelen zij hebben genomen, nuanceerde Sunsteins landgenoot Bill Kovacic. Volgens de voormalig voorzitter van de Federal Trade Commission moet de ACM zich vooral richten op marktfalen en zelf geen winnaars of verliezers in de markt aanwijzen.

Kovacic toonde zich positief over de fusie van drie toezichthouders tot ACM, maar noemde de combinatie van taken ook een “gok”, waarvan de bestemming onzeker is: “Synergie gaat niet vanzelf.” Ook het markttoezicht moet durven te experimenteren, evaluaties kunnen weer leiden tot nieuwe aanpassingen. “Innovatie is alleen mogelijk als we risico’s nemen.”

 

Zorgen bij rijksinspecties over doorberekenen van handhavingskosten

16 Jun

Bij rijksinspecties bestaan zorgen over het laten meebetalen aan toezicht door het bedrijfsleven. Dit blijkt uit een onlangs openbaar geworden advies van de Inspectieraad.

Het samenwerkingsverband maakt zich zorgen maakt over de consequenties voor de onafhankelijkheid en rechtsgelijkheid. “Ook is er het gevaar van bureaucratisering en juridificering. Een systeem van doorberekening kan leiden tot een toename van de administratieve lasten voor zowel de betrokken overheidsorganisaties als de bedrijven.”

Schakering
“Binnen de Inspectieraad bestaat een rijke schakering aan opvattingen over het al dan niet laten meebetalen aan toezicht door bedrijven”. Volgens het samenwerkingsverband van rijksinspecties is het “uiteindelijk een politieke, beleidsinhoudelijke keuze om bedrijven te laten meebetalen”, waarbij kostendekkendheid “een belangrijk aspect” is. “Rijksinspecties hebben de taak om in deze discussie de kosten van het toezicht inzichtelijk te maken ten behoeve van het kostprijsmodel.”

Discussie
Het advies bevat een pleidooi voor een brede discussie over “alle vormen van direct en indirecte bijdragen”. In een onderzoek zouden deze vormen “in theorie en praktijk per sector” in kaart moeten worden gebracht, aldus het samenwerkingsverband van rijksinspecties. Vervolgens zou een algemeen kader moeten worden gemaakt.”Vervolgens is het de individuele keuze van de departementen dit verder vorm te geven in de sectorale toezichtarrangementen.”

Maat houden 2014
Het advies dateert van 18 november 2013, maar is op 13 juni 2014 openbaar gemaakt. Het is “meegenomen” in het rapport Maat houden 2014, dat het kabinet onlangs aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. Staatssecretaris Mansveld vroeg om een advies over het meebetalen aan toezicht door “majeure risicobedrijven”. De Inspectieraad heeft het verzoek ruim opgevat en beperkt zich niet tot deze bedrijven.

Verwacht: nieuwe principes over organisatie van toezicht

8 Jun

De OESO publiceert op 30 juni principes voor de organisatie van toezicht. Dan verschijnt de publicatie The Governance of Regulators.

Foto OECD

Foto OECD

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling wil met de principes guidance geven voor “institutionele arrangementen” van toezicht. Er komen principes op zeven gebieden:

  1. Role clarity:
    Over de (wettelijke) omschrijving van het doel van een toezichthouder.
  2. Preventing undue influence and maintaining trust:
    Over onafhankelijke besluitvorming, binnen de kaders van lange-termijn-beleid.
  3. Decision-making and governing body structure for independent regulators:
    Over de bestuursstructuur en de relatie tot de minister.
  4. Accountability and transparency:
    Over verwachtingen en verantwoording.
  5. Engagement:
    Over het betrekken van belanghebbenden.
  6. Funding:
    Over de bekostiging van toezichthouders.
  7. Performance evaluation:
    Over het meten van prestaties van toezichthouders.

De zeven terreinen kwamen al aan de orde in het consultatiedocument dat de OESO in juni 2013 publiceerde. De reacties op de consultatie en de inbreng van landen zijn nu verwerkt.

In mei van dit jaar publiceerde de OESO het rapport Regulatory Enforcement and Inspections. Daarin staan principes over het ontwerpen van beleid, instituties en instrumenten op het terrein van handhaving en inspectie.

Proefschrift Meike Bokhorst: toezichthouder moet ruimte bieden

4 Jun

Open normen en doelregelgeving kunnen alleen tot minder regeldruk en meer draagvlak leiden als toezichthouders meer ruimte geven. Dit is een van de boodschappen in het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit‘ van Meike Bokhorst.

foto proefschrift meike bokhorstBokhorst promoveerde onlangs op “de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag” en houdt daarbij ook een spiegel voor aan toezichthouders. Zij constateert dat open normen en doelregels worden gebruikt om regeldruk te verminderen, maar dat die in de praktijk juist leiden tot nadere voorschriften. “In plaats van vooraf te reguleren door middel van wetgeving laat de overheid de normstelling vrij, maar reguleert wel achteraf door middel van toezicht op het eindresultaat.” Er komen gedetailleerde toezichtkaders om naleving te bevorderen en vooral iedereen gelijk te behandelen.

“Inspecties zoals de IGZ en marktautoriteiten zoals de ACM hebben als taak op zich genomen om met het veld algemene regels nader in te vullen of zelf beleidsregels te ontwikkelen.”

Doelvoorschriften hebben alleen zin als de “geadresseerden” de gelegenheid krijgen om de norm zelf in te vullen. Zij zouden dan ook meer ruimte moeten krijgen maar ook meer ruimte moeten opeisen, vindt Bokhorst. Ze verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat organisaties niet erg geneigd om zelf open normen in te vullen:

“Ze stellen zich volgzaam en afhankelijk op, omdat ze denken dat d eoverheid bevoegd is tot het stellen van nadere regels, omdat de overheid over machtsmiddelen beschikt(zoals last onder dwangsom of publicatie op internet), omdat organisaties bang zijn voor reputatieschade bij problemen met de overheid of omdat ze uitgaan van de inhoudelijke deskundigheid en het gezag van de toezichthouder.”

Als alternatieve reguleringsstijlen zoals “coregulering” niet werken heeft dat niet alleen gevolgen voor de ervaren regeldruk, maar ook voor de legitimiteit, voor de acceptatie van normen. Regels kunnen aanvaard worden omdat ze democratisch zijn vastgesteld, maar er zijn ook andere manieren om tot draagvlak te komen. Bijvoorbeeld door groepen zelf te laten meewerken aan de normen. Of door gezaghebbende politieke, religieuze of maatschappelijke leiders in te zetten.

Het is een kwestie van wetgevingsbeleid hoe alternatieve stijlen van regulering worden gebruikt. Bokhorsts eerste stelling stemt niet optimistisch: “Anno 2014 is het Nederlandse wetgevingsbeleid op sterven na dood.”. Ook het politieke debat vindt ze teleurstellend:

“Er is alleen nog een kwantitatief debat over de lasten en de druk die regels veroorzaken en er is niet of nauwelijks een meer fundamentele discussie over het type normstelling dat we wel legitiem vinden.”

Het wetgevingsbeleid zou niet alleen oog moeten hebben voor de kwaliteit van wetten en de “effectiviteit van publieke doelrealisatie”, maar ook voor “de legitimiteit van de gekozen maatschappelijke verantwoordelijkheidsverdeling”, aldus de wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Als de wetgever maatschappelijke organisaties inzet bij het stellen van normen, kunnen ook “legitimiteitseisen” worden gesteld, bijvoorbeeld over de medezeggenschap.

Ministeries zijn voor draagvlak niet volledig afhankelijk van vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Zij kunnen ook rechtstreeks in contact treden met betrokkenen, bijvoorbeeld door het organiseren van focusgroepen of openbare hoorzittingen. Ook internetconsultaties kunnen een bredere groep van belanghebbenden bereiken.

Lees hier het persbericht van de Universiteit van Tilburg: Nederlandse wetgever zaait zeggenschap maar oogst nieuwe legitimiteitsproblemen

Paul van Dijk

%d bloggers liken dit: