Archief | september, 2014

Schaduwstandpunt toezicht naar Tweede Kamer

29 Sep

De ToezichtTafel heeft een schaduwstandpunt over toezicht aan de Tweede Kamer gestuurd. Op dinsdag 30 september staat de kabinetsreactie over “Toezien op publieke belangen” op de agenda van de procedurevergadering van de commissie voor Wonen en Rijksdienst. Lees hier onze bijdrage aan de discussie:

Aan de commissie voor Wonen en Rijksdienst
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Via cie.wr@tweedekamer.nl

Den Haag, 29 september 2014

Betreft: kabinetsreactie op WRR-rapport “Toezien op publieke belangen”

Geachte leden van de vaste commissie voor Wonen en Rijksdienst,

Graag vragen wij uw aandacht voor het schaduwstandpunt van de ToezichtTafel over het WRR-rapport “Toezien op publieke belangen”. Wij hopen hiermee een bijdrage te leveren aan de discussie over de kabinetsreactie, die op 12 september aan de Tweede Kamer is aangeboden en die op 30 september is geagendeerd in de procedurevergadering van uw commissie.

In dit schaduwstandpunt benoemen wij een aantal aspecten die naar ons oordeel uw aandacht verdienen. Het kabinet acht, in tegenstelling tot de WRR, een “herijking” van de rijksvisie op toezicht niet nodig. Wij denken daar anders over. Toezicht is te belangrijk om aan toezichthouders over te laten. Daarom zou het goed  zijn een rondetafelgesprek te organiseren.

Wij gaan hierna in op enkele – dus niet alle – belangrijke aspecten:

  1. Herijking van visie op toezicht
  2. Eisen aan toezicht
  3. Positionering en onafhankelijkheid
  4. Financiering
  5. Verantwoording
  6. Regeldruk
  7. Voorstel: rondetafelgesprek

1. Herijking van visie op toezicht

Het kabinet acht het niet noodzakelijk de rijksvisie te herijken “gegeven de actualiteit” van de kaderstellende visie op toezicht uit 2005. Wij plaatsen daarbij enkele kanttekeningen:

  • We kunnen niet zeggen dat het sinds 2005 rustig is rond toezicht. Ook dit jaar niet. Er is ophef over de aankondiging van bedrijfsbezoeken door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Het functioneren van de Nederlandse Zorgautoriteit lag onder vuur, net als het toezicht op voedselbereiding (paardenvleesaffaire). Eind oktober verschijnt het rapport van de parlementaire enquetecommissie over woningcorporaties, waarin ongetwijfeld ook noten over toezicht worden gekraakt. De Nationale ombudsman hekelde zeer onlangs het gebrek aan onafhankelijkheid van rijksinspecties.
  • Er zijn in het rijkstoezicht tal van verschillen die niet zomaar verklaarbaar zijn. Rijksinspecties als IGZ en NVWA vallen onder ministeriële verantwoordelijkheid, markttoezichthouders als AFM en ACM zijn zelfstandige bestuursorganen. Ook de rolopvatting verschilt: veel toezichthouders zien het als hun missie om niet louter regels te handhaven maar problemen op te lossen (en bijvoorbeeld veiligheid te vergroten), maar een toezichthouder als de ILT neemt juist afstand van deze benadering.
  • In het afgelopen decennium hebben ministeries en toezichthouders zelf een antwoord gezocht op de vraag wat goed toezicht is. Het Markttoezichthoudersberaad publiceerde eigen criteria voor goed markttoezicht; een beleidsreactie bleef uit. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/OECD) publiceerde dit jaar principes voor toezicht; onduidelijk is of die geacht worden te gelden in Nederland.
  • Inspecties en markttoezichthouders komen geregeld in lastige posities; stevige bezuinigingen en hoge verwachtingen gaan hand in hand. Na een incident worden toezichthouders ter verantwoording geroepen en klinkt een pleidooi voor meer toezicht. Zie in dit verband ook de analyse door de Algemene Rekenkamer van de ontwikkelingen bij de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit.

De WRR vindt dat de kaderstellende visies op toezicht (uit 2001 en 2005) “op strategisch niveau” herijking behoeven. Het kabinet laat deze kans lopen, waardoor een aantal vragen onbeantwoord blijft. Hoe past de huidige visie op toezicht binnen het bredere overheidsbeleid (zoals het algemeen wetgevingsbeleid, het programma Risico’s en verantwoordelijkheden, de Hervormingsagenda rijksdienst)? Wat zijn de criteria van goed toezicht? Hoe zijn verschillen te verklaren? Wat hebben we in het afgelopen decennium geleerd?

De eerste aanbeveling van de WRR “Herijk de kaderstellende rijksvisie op toezicht” verdient het om omarmd te worden!

2. Eisen aan toezicht

Wat verwachten we van toezichthouders? De politiek zou deze vraag niet alleen moeten stellen na – weer – een incident. Regering en parlement dienen zich uit te spreken over de eisen aan toezicht. Wat is in hun ogen de rol van toezichthouders bij het oplossen van maatschappelijke problemen? Zijn ze het eens met de toezichthouders zelf?

Onze suggestie hierbij is om de luiken te openen. Ook buiten Nederland wordt nagedacht over regels en toezicht. Het is interessant de Nederlandse praktijk te toetsen aan OESO-principes.

Dit jaar zijn Best Practice Principles vastgesteld over Regulatory Enforcement and Inspections:

  1. Evidence-based enforcement
  2. Selectivity
  3. Risk-focus and proportionality
  4. Responsive regulation
  5. Long-term vision
  6. Co-ordination and consolidation
  7. Transparent governance
  8. Information integration
  9. Clear and fair process
  10. Compliance promotion
  11. Professionalism

Eveneens dit jaar publiceerde de OESO Best Practice Principles for the Governance of Regulators, over:

  1. Role clarity
  2. Preventing undue influence and maintaining trust
  3. Decision making and governing body structure for independent regulators
  4. Accountability and transparency
  5. Engagement
  6. Funding
  7. Performance evaluation

Regering en parlement zouden zich moeten uitspreken over de vraag wat zij van toezichthouders verwachten, mede in het licht van internationaal gehanteerde principes.

3. Positionering en onafhankelijkheid

In de ogen van het kabinet is onafhankelijkheid niet alleen een kwestie van “organisatorische positionering”, maar vooral ook van opstelling en houding. Terecht. Hiermee is de vraag van positionering niet minder relevant.

In de Nederlandse praktijk zien we grote verschillen, bijvoorbeeld tussen markttoezichthouders (zelfstandige bestuursorganen) en rijksinspecties (onder ministeriële verantwoordelijkheid). Het kabinet zegt later te komen met een standpunt over de mogelijke verankering van de onafhankelijke positionering in een ministeriële regeling. Is een regeling op wetsniveau niet passender?

Een belangrijke vraag, onlangs verder aangevuurd door het debat over de NZa, is hoe beleid en toezicht zich tot elkaar hebben te verhouden, ook in de praktijk. Het kabinet belijdt onafhankelijkheid, maar bepleit ook een “samenspel” tussen beleid en toezicht, vanuit een “gezamenlijke verantwoordelijkheid”. En de WRR breekt een lans voor ‘reflectief’ toezicht; toezichthouders moeten feedback geven om beleid te agenderen, voor te bereiden en te evalueren.

Ook de verhouding tot het parlement dient in beeld te komen. Komen kritische signalen van rijksinspecties en markttoezichthouders  (ongekuist) bij de Tweede Kamer? En welke opstelling kiest de Tweede Kamer zelf? Moet het parlement iets willen zeggen over prioriteiten, methodiek en casuïstiek?

Het kabinet laat het “samenspel” van beleid en toezicht over aan departement en toezichthouder, maar het zou goed zijn een bredere visie te ontwikkelen op de positie van toezicht in het staatsbestel, ook op de vraag welke opstelling en welk gedrag daarbij horen (van alle betrokkenen).

4. Financiering

Wie betaalt de toezichthouder? Het kabinet publiceerde dit jaar de notitie “Maat houden 2014”. Die notitie houdt bijvoorbeeld voor mogelijk dat alle kosten worden doorberekend aan een sector, zoals nu wordt voorgesteld in het financiële toezicht (op nationaal en Europees niveau). Het kabinet voelt niet voor het voorstel van de WRR om te bezien of doorberekening van kosten van toezicht kan stimuleren tot meer verantwoordelijkheid van “ondertoezichtstaanden”.

Er zijn vragen. Bijvoorbeeld, hoe voorkomen we dat de wijze van financiering invloed kan hebben op beslissingen van de toezichthouder (en mogen boetes ten goede komen aan de toezichthouder zelf)? Willen en kunnen we ervoor zorgen dat goede naleving ook rendeert qua kosten van toezicht? Hoe werkt het profijtbeginsel in verschillende sectoren? Hoe waarborgen we dat toezichthouders niet grenzeloos groeien, zonder de betrokken sector impertinente invloed te geven? Kan de ene sector meebetalen aan het toezicht van de andere sector? Hoe verhoudt ons Nederlandse beleid zich tot internationale principes?

Juist nu nieuw – nationaal en Europees – beleid wordt gemaakt voor de financiering van toezicht, is aandacht nodig voor de beginselen die daaraan ten grondslag dienen te liggen.

5. Verantwoording

Bij het reflectieve toezicht hoort in de ogen van de WRR ook dat er “adequate publieke verantwoording van toezichthouders” is. En een “passende verantwoordingsrelatie met het parlement”.

Waarover dienen toezichthouders zich te verantwoorden? Moet de verantwoording, bijvoorbeeld over opbrengsten en kosten, niet worden versterkt?

Het kabinet reageert niet op de aanbeveling van de WRR over “rechtstreekse interactie tussen inspecties/autoriteiten en het parlement”. Onlangs heeft het kabinet wel erkend dat het parlement  zelfstandige bestuursorganen zonder toestemming van de betrokken bewindspersoon kan uitnodigen.

Juist nu het kabinet een “soepeler omgang” voorstaat tussen zbo’s en parlement, zou den regering en parlement moeten vaststellen hoe zij de publieke verantwoording van toezichthouders gestalte willen geven.

6. Regeldruk

Burgers en bedrijven ondervinden niet alleen profijt maar ook lasten van toezicht. Zij hebben daarover – legitieme – zorgen.

Nederland profileert zich in Europa als pleitbezorger van verbeteringen in regelgeving, Frans Timmermans wordt commissaris voor “Better Regulation”. De kabinetsreactie maakt gewag van ambities om administratieve lasten te verminderen en wijst op het programma “Risico’s en verantwoordelijkheden”, maar verbindt daaraan geen consequenties voor de visie op regelgeving en toezicht.

Juist nu zou het goed zijn als een krachtige visie wordt ontwikkeld, die recht doet aan de verschillende schakels in de keten rond regels en de handhaving daarvan.

7. Voorstel: rondetafelgesprek

“Toezien op publieke belangen” vraagt om reflectie, door politici, beleidsmakers en toezichthouders, maar ook door burgers, bedrijven en (andere) deskundigen. In het afgelopen jaar heeft het rapport van de WRR zich niet mogen verheugen in een overvloed aan reacties. We rollen van incident naar incident, maar we zien geen ontwikkeling in het beleid. Ten onrechte. Er is alle reden om aan de slag te gaan met aanbeveling 1 van de WRR: Herijk de rijksvisie op toezicht.

Bij deze herijking draait het niet alleen om het product (beleid) maar ook om het proces (debat). Het kabinet zou het initiatief moeten nemen deze discussie te faciliteren. En de Tweede Kamer zou er goed aan doen de uitwisseling van gedachten te stimuleren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door een rondetafelgesprek te organiseren. Wij van de ToezichtTafel zijn graag bereid onze bijdrage te leveren.

Hoogachtend,

Rob Velders
Paul van Dijk

Initiatiefnemers ToezichtTafel
http://www.toezichttafel.nl

Margot Aelen: publiek moet inspraak krijgen in markttoezicht

26 Sep

De publieke verantwoording door markttoezichthouders moet worden versterkt om maatschappelijk draagvlak te creëren. Zij moeten niet alleen informatie verstrekken, maar ook een (directe) vorm van inspraak bieden aan het publiek.

Dit schrijft Margot Aelen in haar proefschrift “Beginselen van goed markttoezicht. Gedefinieerd, verklaard en uitgewerkt voor het toezicht op de financiële markten“. Zij promoveerde op vrijdag 26 september aan de Universiteit Utrecht.

Volgens Aelen moeten markttoezichthouders hun stakeholders betrekken bij de invulling van open normen of bij de totstandkoming van beleid. Daarbij moeten ze wel capture voorkomen. Naast sectorvertegenwoordigers moeten ook consumenten (via representatieve organisaties) participeren in het toezicht. “Ik ben voor participatie van de markt maar wel met voldoende waarborgen voor onafhankelijkheid”, voegde ze tijdens de promotie toe.

Politiek

Ook het draagvlak in de politiek verdient aandacht. Om de politieke verantwoording te versterken zou de toezichthouder direct verantwoording moeten afleggen in het parlement. Toezichthouders dienen het recht te krijgen om daar op eigen initiatief te verschijnen. Het parlement moet de mogelijkheid hebben om de toezichthouder zonder tussenkomst van de minister ter verantwoording te roepen. Het zou ook betrokken moeten worden bij de benoeming van bestuursleden.

Tijdens de verdediging van haar proefschrift gaf Aelen aan dat directe verantwoording in het parlement ook risico’s heeft voor de onafhankelijkheid. De politiek moet zich bewust zijn van de eigen verantwoordelijkheid en toezichthouders niet voor elke “wissewasje” bij zich roepen.

Beginselen

Het proefschrift beschrijft de beginselen die richting geven aan het toezicht en de toezichthouder. Het richt zich daarbij in het bijzonder op vormgeving, inrichting en gedrag van het financiële toezicht zoals dat wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Hoofdlijn is dat toezicht effectief, gelegitimeerd en behoorlijk moet zijn.

Verschillende dilemma’s komen aan de orde:

  • institutionele onafhankelijkheid versus het belang van legitimiteit
  • operationele onafhankelijkheid versus behoorlijkheidsnormen
  • principle-based toezicht versus legitimiteit, behoorlijkheid en rechtszekerheid
  • geheimhouding versus transparantie en verantwoording
  • naming and shaming versus rechtswaarborgen

Onafhankelijkheid

In het Nederlandse bestel ontbreekt een duidelijke visie op onafhankelijkheid, oordeelt Aelen, die onafhankelijkheid ziet als een voorwaarde voor effectiviteit. Onafhankelijkheid voorkomt belangenverstrengeling (en capture) en creëert ruimte voor flexbiel toezicht.

De “institutionele onafhankelijkheid” van financiële toezichthouders is door de crisis afgenomen. “Een economische verslechtering veroorzaakt niet alleen een roep om meer en beter toezicht, maar ook een roep om meer controle op de toezichthouders.” Nu is er sprake van een “gedifferentieerd onafhankelijkheidsniveau”.

Aelen, nu toezichthouder bij DNB, toont er begrip voor dat minister en parlement invloed willen hebben op het financieel toezicht, juist vanwege de maatschappelijke impact. Bij beslissingen met een potentieel direct verstrekkend effect3 moet de minister en het parlement een rol spelen.

Duidelijk

De rolverdeling tussen minister en toezichthouders moet wel duidelijk zijn. “Nauwe samenwerking tussen de minister en de toezichthouder mag niet leiden tot een feitelijke belangenverstrengeling tussen de toezichthouder en het politieke veld.”

Als het aan Aelen ligt, wordt nog eens kritisch gekeken naar de mogelijkheden van de minister. Die zou “in beginsel” geen goedkeurings- of vernietigingsbevoegdheden moeten hebben. Ook zou hij eigenlijk geen beleidsregels moeten vaststellen.

Transparantie

Aelen wil bekijken of de strenge geheimhoudingsplicht in het financiële toezicht kan worden versoepeld, maar zegt ook dat transparantie niet alleen een kwestie van wetgeving is. “Ook de toezichthouder zelf dient het uitgangspunt van transparantie nadrukkelijker te incorporeren in zijn cultuur.

Elke markttoezichthouder zou moeten beschikken over een “transparantiefunctionaris”, die een “doorslaggevende stem” krijgt in de afweging van de belangen van openbaarmaking en geheimhouding. “Dit verlicht de druk op de toezichthouders om een afweging te moeten maken en zorgt bovendien voor een onafhankelijk oordeel.”

Het wettelijke openbaarmakingregime in het financiële toezicht is nu een kwestie van alles of niets: de toezichthouder maakt alle informatie openbaar, of helemaal niets. Aelen pleit voor de mogelijkheid om anoniem besluiten te publiceren. “Op deze manier kan de toezichthouder tegemoetkomen aan het belang van transparantie en het waarschuwen van consumenten, zonder hiermee in strijd te handelen met het doel van toezicht” Zij beveelt ook aan dat toezichthouders de mogelijkheid krijgen om naast boetes ook andere formele maatregelen openbar te kunnen maken.

Wet markttoezicht

Op de markttoezichthouders is nu de Kaderwet zelfstandige bestuursorgane van toepassing. Aelen bepleit een bijzondere wet te maken, waarin ook specifieke voorzieningen voor specifieke sectoren kunnen worden getroffen. “De toezichthouder krijgt op deze manier een meer eigenstandige positie binnen de democratische rechtsstaat en de controle van de toezichthouder wordt evenwichtiger verdeeld.”

Zie ook:

Proefschrift: politieke visie nodig op onafhankelijkheid markttoezicht

In voorbereiding: schaduwstandpunt over toezicht

23 Sep

Op 30 september staat het WRR_rapport “Toezien op publieke belangen” op de agenda van de commissie voor Wonen en Rijksdienst van de Tweede Kamer. In de procedurevergadering wordt dan gesproken over de kabinetsreactie. En over het schaduwstandpunt van de ToezichtTafel?

In het afgelopen jaar hebben we op de ToezichtTafel aandacht besteed aan de aanbevelingen van de WRR. Nu is de tijd rijp om een eigen reactie te sturen aan de Tweede Kamer. We plaatsen deze reactie op 28 september op de ToezichtTafel.

Heb je suggesties? Stuur deze naar toezichttafel(at)gmail.com!

Lessen uit Londen (3, slot): Legitimiteit

17 Sep

Van 9 tot 11 September organiseerden het Better Regulation Delivery Office (BRDO) en de Wereldbank een conferentie ‘Inspection Reform: Breaking Down Barriers to Trade and Investment“. Op de ToezichtTafel presenteren we deze week drie Lessen uit Londen. Vandaag de derde en laatste aflevering, over legitimiteit.

Uit onderzoek blijkt dat een onrechtvaardige behandeling dezelfde hersencellen activeert als fysieke pijn, aldus Florentin Blanc van de Wereldbank. En dus kan een onbehoorlijke inspectie voelen als een stomp in je maag. 

Mensen blijken beter bereid te zijn regels na te leven als zij de regels en de toezichthouders legitiem achten. Bij legitimiteit gaat het niet alleen om de legaliteit, maar ook om de moraliteit van machtsuitoefening. Uit onderzoek blijkt dat de acceptatie van beslissingen vooral afhankelijk is van de manier waarop mensen worden behandeld.

Wat betekent dit voor toezicht? Volgens criminoloog Justice Tankebe is vooral de kwaliteit van de “interpersoonlijke” behandeling belangrijk. Toezichthouders zouden in hun communicatie nadruk moeten leggen op “procedurele rechtvaardigheid”.

Klik hier voor aflevering 1, De “aflevering” van regels.

Klik hier voor aflevering 2, Tussen consultatie en overconsultatie.

Klik hier voor alle presentaties van de conferentie. 

Lessen uit Londen (2): Tussen consultatie en overconsultatie

16 Sep

Lessen uit Londen (2): Tussen consultatie en overconsultatie

Van 9 tot 11 September organiseerden het Better Regulation Delivery Office (BRDO) en de Wereldbank een conferentie ‘Inspection Reform: Breaking Down Barriers to Trade and Investment“. Op de ToezichtTafel presenteren we deze week drie Lessen uit Londen. Vandaag de tweede aflevering: Tussen consultatie en overconsultatie.

Iedereen wil consulteren, constateerde Florentin Blanc van de Wereldbank na de eerste conferentiedag. En consultaties lonen de moeite; betrokkenheid bevordert naleving. Maar het instrument heeft ook risico’s.: overconsultatie, consultatiemoeheid en consultation capture.

Volgens Steve Utterwulghe van de Wereldbank is consultatie slechts een eerste stap naar een echte publiek-private dialoog. En “engaging stakeholders” moet verder gaan dan “praten tegen” belanghebbenden, aldus Kathryn Preece (BRDO). Florentin Blanc (Wereldbank): “Consultatie is een actief proces.”

Een voorwaarde voor succes is dat stakeholders niet bang zijn; hun openheid mag de relatie met de toezichthouder niet op het spel zetten. Ook moet er wel iets gedaan worden met inbreng. En een beetje tijdig, want feedback is als koffie, zei Giedrius Kadziauskas, expert Regulatory Reform uit Litouwen. “It’s good when it’s hot.”

Wie deze lessen niet serieus neemt, riskeert consultatiemoeheid. Ook overconsultatie ligt dan op de loer. En in Londen klonk nog een waarschuwing: pas op voor consultation capture. Luister niet alleen naar bepaalde lobby-groepen. Vraag de goede mensen om inbreng, niet alleen belangenorganisaties. En vergeet vooral de “frontlinie” niet: ook inspecteurs zelf moeten inbreng kunnen leveren.

Op maandag 15 september verscheen de eerste aflevering van Lessen uit Londen, over de “aflevering” van regels. Op woensdag de derde en laatste editie, over legitimiteit. 

Lessen uit Londen (1): De “aflevering” van regels

15 Sep

Van 9 tot 11 september organiseerden het Better Regulation Delivery Office (BRDO) en de Wereldbank de conferentie ‘Inspection Reform: Breaking Down Barriers to Trade and Investment“. Op de ToezichtTafel presenteren we deze week drie Lessen uit Londen. Vandaag aflevering 1, over de “aflevering” van regels.

De naam zegt het al, het “Better Regulation Delivery Office” bekommert zich niet alleen om regels maar vooral om de vraag hoe die worden “afgeleverd”. Ook de OESO en de Europese Unie kijkt niet alleen “downstream”: bij Regulatory Reform moet de gehele beleidscyclus in beeld komen.

Groei

In het Verenigd Koninkrijk is de discussie over Regulatory Reform vooral een discussie over groei. Toezichthouders hebben er een “growth duty”: zij moeten bij hun beslissingen het economisch belang in het oog houden. Het BRDO werkt ook overzee vanuit de gedachte dat betere regelgeving ook elders Britse bedrijven kan helpen.

Europa

Ook de Europese Commissie ziet in “smart regulation” kansen voor internationale samenwerking. De meest efficiënte manier om problemen op te lossen is veelal een supranationale manier. En onnodige regelgeving kan juist handel en investeringen belemmeren.

Trend

Een van de trends is dat inspecties zich steeds minder richten op het bestraffen van overtredingen, en steeds meer op het bevorderen van naleving. Bij deze trend hoort dat toezichthouders steeds meer nadruk leggen op risico’s. Ook willen ze onderscheid maken tussen eenmalige foutjes en systematische criminele misdragingen.

Herijk de rijksvisie op toezicht

10 Sep

Een vol jaar broedt het kabinet nu op het rapport Toezien op publieke belangen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Het advies gaat over rijkstoezicht in Nederland, door inspecties en markttoezichthouders. Het is de hoogste tijd dat het kabinet met een reactie komt, stellen Paul van Dijk en Rob Velders.

In de begeleidende brief wees de WRR vorig jaar al op de verplichting van het kabinet om te reageren op het rapport. Maar sindsdien is het stil. Terwijl de WRR tal van belangrijke aanbevelingen doet die tenminste tot nadenken stemmen. Over onafhankelijkheid van toezichthouders, over de kosten van toezicht, en over wie die kosten moeten. Om maar een paar voorbeelden te noemen,

En we kunnen niet zeggen dat het rustig is rond toezicht. Er is ophef over de aankondiging van bedrijfsbezoeken door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Het functioneren van de Nederlandse Zorgautoriteit kwam onder vuur. Net als het toezicht op voedselbereiding door de paardenvleesaffaire. Eind oktober verschijnt het rapport van de parlementaire enquetecommissie over woningcorporaties. Ongetwijfeld worden ook daar noten over toezicht gekraakt.

Er zijn in het rijkstoezicht verschillen die niet zonder meer te verklaren zijn. Rijksinspecties als IGZ en NVWA vallen onder ministeriële verantwoordelijkheid. Markttoezichthouders als AFM en ACM zijn neergezet als zelfstandige bestuursorganen. Maar minister Blok wil zijn financiele toezichthouder CFV weer naar het ministerie halen. En de NZa-casus laat zien dat er een verschil is tussen formele zelfstandigheid en onafhankelijkheid in de praktijk.

In het land van toezicht wordt tegenwoordig het evangelie Van de Harvard-hoogleraar Malcolm Sparrow gepredikt. In die benadering is toezicht meer dan handhaving; het gaat om het oplossen van problemen. Ook de WRR kiest dit “verruimde” perspectief. Maar wat vindt het kabinet daar eigenlijk van?

De WRR pleit voor ‘reflectief’ toezicht. Toezichthouders moeten feedback geven om beleid te agenderen, voor te bereiden en te evalueren. En ze moeten jaarlijks een ‘staat van de sector’ maken. Er moet ‘adequate publieke verantwoording van toezichthouders’ zijn, en een ‘passende verantwoordingsrelatie met het parlement’.

Het WRR-rapport vraagt om reflectie door politici, beleidsmakers en toezichthouders, maar ook burgers en bedrijven. In het afgelopen jaar zijn serieuze reacties uitgebleven. We rollen van incident naar incident, maar we zien geen ontwikkeling in het beleid. Het wordt de hoogste tijd dat een start wordt gemaakt met aanbeveling 1: Herijk de rijksvisie op toezicht!

Paul van Dijk en Rob Velders zijn adviseurs op het terrein van toezicht. Zij namen het initiatief tot de ToezichtTafel.

Deze bijdrage verscheen op 10 September op PM Public Mission.

%d bloggers liken dit: