Onafhankelijk toezicht op woningcorporaties, maar hoe?

3 Nov

De parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties bepleit een “Woonautoriteit” die onafhankelijk toezicht houdt. Eerder deed minister Blok (Wonen & Rijksdienst) al een voorstel voor onafhankelijk toezicht, maar dan anders. Volgens de commissie hoort de toezichthouder een zelfstandig bestuursorgaan te zijn, volgens de minister een dienst onder ministeriële verantwoordelijkheid.

In het politieke debat over het rapport “Ver van huis” en de novelle zal het onder meer gaan om de vraag hoe de onafhankelijkheid kan worden geborgd. Hier een overzicht van argumenten die commissie en kabinet tot nu toe hebben gebruikt:

Enquêtecommissie woningcorporaties

(rapport Ver van huis)

Minister Blok

(toelichting en nota n.a.v. verslag bij novelle)

Om de onafhankelijkheid van de Woonautoriteit en daarmee een onpartijdige en professionele uitvoering van het toezicht op de woningcorporaties te borgen, moet deze Woonautoriteit de status van zelfstandig bestuursorgaan (zbo) hebben. Daarmee kan zij buiten de ambtelijke hiërarchie van het departement, maar wel onder de ministeriële verantwoordelijkheid daadwerkelijk onafhankelijk toezicht uitoefenen en wordt de invloed van «beleidsmatig opportunisme» beperkt. In het licht van de huidige praktijk, de rapporten en de adviezen komt de regering tot de volgende uitgangspunten voor de positionering van de externe toezichtfunctie op toegelaten instellingen:

  • het is gewenst dat de ministeriële verantwoordelijkheid ten aanzien van het externe toezicht (volkshuisvestelijk en financieel) ten volle wordt gewaarborgd;
  • het toezicht dient los van de beleidsfunctie te opereren. Dit moet gelden voor zowel het financiële als het volkshuisvestelijke toezicht;
  • de beide vormen van toezicht hebben elk hun specifieke karakter en dienen elk goed tot hun recht te komen. De beide vormen van toezicht zullen derhalve gescheiden blijven;
  • wel zal gegeven de raakvlakken en mogelijkheden tot efficiencyverbeteringen onder de verantwoordelijkheid van de Minister zorggedragen worden voor een optimale informatie-uitwisseling en samenwerking tussen beide toezichtfuncties;
  • de toezicht- en saneringsfunctie worden gescheiden van elkaar vormgegeven en komen bij verschillende organisaties te liggen;
  • vanuit beide toezichtfuncties dient een goede informatie-uitwisseling en afstemming met het WSW geregeld te worden.
Naar het oordeel van de commissie geldt voor het toezicht op de woningcorporaties onverminderd het eerste instellingsmotief van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen: «Er is behoefte aan een onafhankelijke oordeelsvorming op grond van specifieke deskundigheid.» In lijn met het regeerakkoord dat voor zelfstandige bestuursorganen het adagium «nee, tenzij» hanteert, acht de regering de positionering van de financiële toezichttaak in een ZBO niet wenselijk uit een oogpunt van politieke aanspreekbaarheid en heldere verantwoordelijkheidsverdeling.
Zoals de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onlangs vaststelde in zijn advies over rijkstoezicht, is de onafhankelijkheid van menig toezichthouder bepaald geen «rustig bezit» en is er sprake van een «politiseringstendens». Recente incidenten bij toezichthouders bevestigen dit beeld. Eerder was ook de Raad van State in zijn advies op de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting kritisch op de ZBO-vorm voor de Financiële Autoriteit woningcorporaties. Vanuit de beginselen van de democratische rechtsstaat vond de RvS de hiermee gepaard gaande beperking van de ministeriële verantwoordelijkheid en de vermindering van de controlemogelijkheden door de Staten-Generaal «wenselijk noch noodzakelijk».
Met name aan een scheiding tussen het rechtmatigheidstoezicht en het beleid heeft het de afgelopen twintig jaar ontbroken, waardoor «beleidsmatig opportunisme» onpartijdig toezicht in de weg stond. Dat moet in de toekomst worden voorkomen: politiek en beleid stellen de regels, het toezicht houdt onafhankelijk en onpartijdig toezicht. De praktijk van de verschillende rijksinspecties laat zien dat voor een onafhankelijke taakuitoefening de ZBO-status niet nodig is zolang de functies van beleid en toezicht duidelijk gescheiden belegd zijn. Via mandatering van de toezichttaken en de bijbehorende sanctiebevoegd- heden meent de regering dat er goede waarborgen voor een onafhankelijke taakuitoefening zullen zijn.
Ook dit is in lijn met het overheidstoezicht in de andere (semi)publieke domeinen en met de kaderstellende visie op toezicht van het kabinet. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel is de regering reeds ingegaan op de waarborgen die daarbij zullen worden vastgelegd, ontleend aan de Kaderstellende Visie op Toezicht die geldt voor alle rijksinspecties.
De Woonautoriteit zal voldoende krachtige bevoegdheden en instru- menten moeten hebben voor alle elementen van toezicht houden: informatieverzameling, oordeelsvorming en interveniëren. Daarbij hoort een eigenstandig recht op informatievergaring en een sanctie- instrumentarium, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid om een aanwijzing te geven of een boete op te leggen. De zwaarste sancties, zoals het vervangen van bestuursleden of commissarissen of het intrekken van de status van toegelaten instelling, zullen bij de Minister moeten blijven liggen. Onafhankelijk en krachtdadig toezicht acht de regering van groot belang. Recentelijk zijn enkele sanctiebevoegdheden aan het CFV gemandateerd. Ook na inwerking- treding van de novelle zullen de toezichthouders over die sanctiebevoegdheden beschikken.
Advertenties

2 Reacties to “Onafhankelijk toezicht op woningcorporaties, maar hoe?”

  1. René Jansen 5 november 2014 bij 11:02 #

    Dit is een mooi overzicht van argumenten. De laatste jaren hebben zich nog enkele andere prominente commissies gebogen over het toezicht op woningcorporaties. Het is een populair onderwerp – met een lange beleidszoektocht.
    In 2006 bracht de Commissie Schilder (toenmalig DNB-bestuurder) haar “Advies Toezicht op woningcorporaties” uit. Deze commissie beveelt (voorzichtigjes) een bundeling van het toezicht bij het CFV aan. Haar centrale uitgangspunt hierbij is de geloofwaardigheid van het toezicht; cruciaal daarvoor: onafhankelijkheid en een transparante taakverdeling en beïnvloedings- en beslisstructuren. Dit impliceert volgens de commissie een heldere scheiding tussen beleid en toezicht enerzijds en tussen toezichthouder en corporaties anderzijds.

    In november 2008 verscheen het verslag van de Stuurgroep Meijerink: “Nieuw arrangement overheid – woningcorporaties”. De Stuurgroep bepleit een nieuw op te richten integrale toezichthouder. Deze “Autoriteit” zou een ZBO moeten zijn: onafhankelijk, gezaghebbend, met als doel de expliciete borging van het publieke belang en op het kruispunt van horizontale verantwoording en extern toezicht. Meijerink steekt breed in wat betreft de taken van de Autoriteit: volkshuisvestelijke prestaties, financiën, governance, geschillen met belanghouders, fusietoetsing en sectormonitoring.

    Vier jaar later – december 2012 – brengt de Commissie Kaderstelling en Toezicht Woningcorporaties” (Cie. Hoekstra) haar Eindrapportage naar aanleiding van het Vestia-drama uit. De commissie adviseert om substantiële stappen te zetten vanuit de bestaande situatie. Een pragmatische, ‘no regret’-benadering. De huidige toezichthouders (met name CFV en WSW) komen hierin tot een verbeterde samenwerking. Er zouden drie lagen van toezicht moeten komen: regulier, verscherpt en saneringstoezicht (met een nieuwe, aparte, saneringsinstelling). Het volkshuisvestelijke toezicht hoort bij de minister, ondergebracht bij een Inspectie; d.w.z. zelfstandig en onafhankelijk van de beleidsdirectie.

    Mijn beeld is dat met dikwijls (ogenschijnlijk) dezelfde onderliggende uitgangspunten, zeer verschillende praktische uitwerkingen kunnen worden gekozen. Aan de hoeveelheid en diversiteit van adviezen en modellen is er bepaald geen gebrek. Het is nu aan kabinet en parlement om verstandige en robuuste (nadere) keuzes te maken.

    René Jansen

  2. Peter Noordhoek 6 november 2014 bij 09:05 #

    Ik denk dat René Jansen een mooie en verstandige aanvulling geeft op het prima overzicht van argumenten. Zelf redeneer ik vanuit het principe van ‘onafhankelijk, tenzij’, met ruwweg twee voorwaarden: 1) de aanwezigheid een krachtige en aanvullend vorm van intern / horizontaal toezicht en 2) een regelmatige en toetsbare herijking van de relatie tussen minister en toezichthouder (maar niet tussentijds). Maar ook dit is slechts een mening. Hoe de door René bepleitte keuze uitvalt is in de praktijk afhankelijk van een soort lange golfbeweging in het denken over uitvoering en het toezicht er op.
    We zitten nu op een nieuw hoogtepunt in het streng en politiek aangestuurd kijken naar toezicht. Zowel minister als toezichthouders lijken er baat bij te hebben maximaal te schuilen onder de paraplu van een retorisch streng geformuleerde wet. Op (middel)lange termijn lijkt mij dit niet houdbaar, waarbij het nog meer knelt aan de kant van de minister als aan de kant van de toezichthouder. De situatie rondom de NZA, waarbij de minister ingreep op de conclusies van een onderzoek, geeft aan hoe dat mis kan gaan. Vooruitziende bestuurders kiezen in de relatie tussen minister en toezichthouder voor meer afstand. Omdat in de wereld van de woningcoöperaties het intern toezicht een enorme dreun heeft gekregen, zou ik daar de afstand voorlopig juist wat korter willen zien, tot die situatie hersteld. Uit mijn ervaring met de nasleep van parlementaire onderzoeken en enquêtes, blijkt mij dat de fouten die de aanleiding voor een parlementaire ingreep vormen daarna niet meer worden gemaakt (beloning, derivaten e.d.), maar dat andere fouten ook niet meer worden gemaakt. Resultaat verstarring, juist op een moment dat de hele sector in transitie is. Nu al zijn er de signalen dat de nieuwe toezichthouders hun directeuren krampachtig voor de voeten lopen. Dan is het zaak tot een hele goede afstamming te komen tussen de toezichthouder en degenen die de architectuur voor het nieuwe interne sectortoezicht voor hun rekening nemen. later kan dan iedereen in een rol op meer afstand stappen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: