Archief | december, 2014

Toezicht en tegenspraak

26 Dec

Zoals externe toezichthouders hun reflectieve functie dienen te versterken via een “staat van de sector”, zo kunnen interne toezichthouders hun reflecties optekenen in een “staat van de tegenspraak”. Dit schrijft Paul van Dijk in het artikel Toezicht en tegenspraak in het magazine De Commissaris van DLA Piper.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft duidelijk gemaakt dat bestuurders en interne toezichthouders tegenspraak nodig hebben. Maar de vraag naar checks and balances kan ook gesteld worden in de richting van externe toezichthouders:

“Praktiseren zij wat zij preken? Toezichthouders toetsen hun besluiten, ministers dragen een (systeem-)verantwoordelijkheid, maar genereren deze mechanismes voldoende tegenspraak? Of moet ook daar meer ruimte komen voor derde partijen?”

Het hele artikel is hier te lezen: Toezicht en tegenspraak.

Advertenties

Tweede Kamer wil Autoriteit woningcorporaties

9 Dec

Er komt een Autoriteit woningcorporaties. Dit blijkt uit een amendement Verhoeven cs, dat is ondertekend door D66 en zes andere fracties. 

Het amendement wil toezicht dat “onafhankelijk van de ontwikkeling en de uitvoering van het rijksbeleid” wordt uitgeoefend. De autoriteit wordt geen zelfstandig bestuursorgaan. De minister wordt verantwoordelijk en handhavingsbevoegdheden worden namens hem uitgeoefend.

Taak

De nieuwe autoriteit krijgt de wettelijke taak om zelf woningcorporaties te beoordelen. Ook moet de nieuwe toezichthouder de minister informatie geven en voorstellen doen. De minister wordt verplicht om mandaat te verlenen om in zijn naam aanwijzingen en andere maatregelen te nemen.

Instructies

De minister mag inhoudelijke instructies alleen in schriftelijke vorm geven en hij moet daarvan de Tweede en Eerste Kamer op de hoogte stellen. Volgens de toelichting mag hij geen onderzoeksvoorstellen van de autoriteit blokkeren. Wel kan hij aanvullende opdrachten geven om onderzoek te doen, bijvoorbeeld ter uitvoering van verzoeken van het parlement.

Organisatie

De organisatie en aansturing wordt gescheiden van het beleidsonderdeel van het departement. De autoriteit krijgt rechtstreekse toegang tot de minister.

Informatie

De autoriteit bepaalt zelfstandig welke informatie de woningcorporaties moeten verstrekken. Volgens de toelichting moet de toezichthouder daarbij wel streven naar beperkte administratieve lasten.

Promovendus: “Rol markttoezichthouders kan beter”

9 Dec

De rol van onafhankelijke markttoezichthouders als de AFM, NZa en ACM moet erkend en verbeterd worden. Dat stelt Adriejan van Veen in zijn proefschrift. Zo ontbreekt bijvoorbeeld vertegenwoordiging uit de consumenten- en patiëntenbeweging. Van Veen promoveert op 12 december aan de Universiteit Utrecht.

Lees hier meer.

Frédérique Six: “High trust high penalty” is verwarrende kreet

1 Dec

De kreet “hight trust high penalty” is een verwarrende kreet die we snel moeten vergeten, betoogt Frédérique Six op de ToezichtTafel:

Foto Frederique Six_tcm30-35640

Frédérique Six

Pauline Meurs, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, riep tijdens haar lezing voor het congres van de Inspectieraad over de kennisagenda (4 november 2014) op om de kreet “high trust high penalty” nader te onderzoeken en evalueren. Zij is er zelf niet enthousiast over (zie bijdrage op de Toezichttafel van 10 november 2014). In deze bijdrage doe ik een eerste duit in het zakje met een pleidooi om de kreet snel te vergeten; hij schept slechts verwarring.

Vertrouwen of juist wantrouwen?

Wat kunnen wij met de kreet “high trust high penalty”? Wat staat er? Wij mogen aannemen dat niet wordt bedoeld: als ik jou vertrouw, dan leidt dat tot hoge straf voor jou. Dat is wel de meest letterlijke interpretatie, vergelijkbaar met “hoge cijfers cum laude diploma”, of “uitstekende prestaties hoge bonus”. Waarom wordt een positief begrip – high trust – direct gekoppeld aan een negatief begrip – high penalty?

Een gebruikelijkere interpretatie in het toezichtdebat is: ik begin met je te vertrouwen, maar wee je gebeente, als je mijn vertrouwen schaadt, dan volgt een (extra) hoge straf. Dan rijst de vraag: Waarom voelt iemand de behoefte om in één adem door te zeggen dat hij veel vertrouwen heeft om direct daaraan toe te voegen dat hij zwaar gaat straffen als dat vertrouwen beschaamd wordt? Is dat wel echt vertrouwen? In de vertrouwensliteratuur werd tot ergens eind vorige eeuw “deterrence-based trust” – op afschrikking gebaseerd vertrouwen – gezien als de eerste fase van vertrouwen bouwen, terwijl voortschrijdend inzicht maakt dat dit tegenwoordig geen vertrouwen meer wordt genoemd, maar laag wantrouwen. De kreet “high trust high penalty” valt wat mij betreft in deze categorie van laag wantrouwen en is dus geen vertrouwen.

Het kan zijn dat de kreet geïnspireerd is op Braithwaite’s handhavingspyramide en de daarbij behorende responsieve toezichttheorie met als kreet: “speak softly, but carry a big stick”. Ik heb elders al betoogd dat ook dat vooral gaat over het achterhaalde begrip deterrence-based trust en daarmee dus eigenlijk uitgaat van wantrouwen (Six, 2013 €).

Pervers effect op naleving

Een andere verbazing die ik heb over de kreet is waarom high trust high penalty. Het suggereert dat een onder toezicht gestelde automatisch extra hard gestraft moet worden als hij regels niet naleeft in situaties dat de toezichthouder hem sterk vertrouwt. Wat is daar de logica van?

Toezicht richt zich op gedragsbeïnvloeding van de onder toezicht gestelde richting (structurele) naleving. De grote uitdaging voor de toezichthouder is de beoordeling in welke mate de onder toezicht gestelde zelf de verantwoordelijkheid kan en wil nemen om de regels structureel goed na te leven. Een onder toezicht gestelde die een goed oordeel krijgt is het waard om vertrouwd te worden door de toezichthouder (“high trust”). Maar waarom zou die organisatie automatisch bij een overtreding een hoge straf moeten krijgen (“high penalty”)? De kreet suggereert zelfs dat de straf extra hoog zal zijn ten opzichte van een onder toezicht gestelde die niet vertrouwd wordt. Dit mechanisme strookt niet met wat theorieën over gedragsbeïnvloeding ons leren; in tegendeel.

Op het CCV congres van 27 november j.l. kwam uit verschillende onderzoeken de voorzichtige hypothese naar voren dat ondernemers die vanuit hun eigen normen sterk gemotiveerd zijn om de regels na te leven (van Wijk en Six, 2014 €) en een vertrouwensrelatie met de toezichthouder ervaren (Mulder e.a., 2014 €), zeer gevoelig zijn voor de bejegening. Dit soort ondernemers zijn structureel goede nalevers en krijgen daarom vaak veel vertrouwen van toezichthouders (“high trust”). Een in hun ogen onrechtvaardige bejegening tast de legitimiteit van de toezichthouder aan en verdrijft de motivatie om structureel goed na te blijven leven. (Extra) hard straffen als automatische reactie op een overtreding leidt in dit soort situaties vaak tot ongewenste effecten qua naleving.

De aanpak van ILT met betrekking tot hun handhavingsconvenanten lijkt beter aan te sluiten bij wetenschappelijke inzichten. In de convenanten maakt de toezichthouder met structureel goede nalevers afspraken, waaronder dat de ondernemer zelf eventuele overtredingen meldt en herstelt. Mocht de toezichthouder toch een niet-gemelde overtreding constateren, dan wordt het oordeel opgeschort tot de situatie is onderzocht. Als de ondernemer onbetrouwbaar heeft gehandeld en een sanctie is gepast, dan wordt eerst het convenant opgezegd – waarmee de “speciale” vertrouwensbenadering wordt beëindigd -; en vervolgens wordt de gepaste sanctie toegepast. Dus geen “extra” hoge straf, maar hooguit een extra actie in die zin dat het convenant wordt opgezegd.

Vertrouwen versus controle?

Wat misschien wordt bedoeld met de kreet is dat we beginnen met vertrouwen, maar niet zullen schromen over te gaan naar (repressieve) controle mocht het vertrouwen worden beschaamd. Net als in Braithwaite’s pyramide. De onderliggende veronderstelling in deze redenering is dat vertrouwen en controle substituten zijn: als je vertrouwt controleer je niet (want vertrouwen is niks doen); en als je controleert vertrouw je niet (want controleren is een teken van wantrouwen). Dit is een breed gedeelde veronderstelling, maar gelukkig hoeft hij niet altijd op te gaan. Onderzoek laat zien dat controle en vertrouwen elkaar kunnen versterken als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (Six, 2010 €). Een eerste onderzoek in de toezichtliteratuur (Six, 2013 €) laat zien dat het aannemelijk is dat dit ook voor toezichtrelaties geldt.

* * *

Het evalueren van de kreet “high trust high penalty” lijkt mij dus niet zinvol. Wel zinvol is empirisch onderzoek om aan te tonen dat controle en vertrouwen elkaar kunnen versterken in toezichtrelaties en onder welke condities dit het geval is. Ook zinvol is onderzoek binnen relaties waar toezichthouders met structureel goede nalevers speciale toezichtarrangementen hebben afgesproken, zoals in horizontaal toezicht en handhavingsconvenanten; en waar op een gegeven moment het vertrouwen wordt verstoord. Hoe om te gaan met zulke verstoringen, als het doel is om de naleving te stimuleren?

Dr ir Frédérique Six MBA (Vrije Universiteit Amsterdam ) doet onderzoek naar public governance puzzels, in het bijzonder de relatie tussen vertrouwen en control(e). Haar aandachtsgebieden zijn toezicht en het sturen van professionals. @FrederiqueSix; f.e.six@vu.nl

%d bloggers liken dit: