Archive | januari, 2015

Pleidooi voor andere verhoudingen tussen certificering en toezicht

27 Jan

We zijn toe aan andere verhoudingen tussen certificering en toezicht. Dit schrijft Peter Noordhoek naar aanleiding van een “signaal” van enkele rijksinspecties. Zij blijken weinig vertrouwen te hebben in private certificaten. Noordhoek roept in zijn blog op tot een heldere rolverdeling: een branche moet werken aan branchebrede kwaliteit, de overheid aan goed toezicht.

Brancheorganisaties moeten zich de kritiek van rijksinspecties aantrekken, stelt Noordhoek:

“Als de toezichthouders gelijk hebben in hun oordeel over de certificeringsstelsel in het bedrijfsleven, dan hebben de vele goedwillende leden van brancheorganisaties vele jaren lang veel te veel betaald voor iets dat niet deed wat het moest doen. (…) Eigenlijk, op de keper beschouwd, zit het schandaal van de falende certificeringssystemen er vooral in dat branches er nog steeds mee doorgaan, terwijl waar de inspecties mee komen al lang bekend is of had moeten zijn bij de betrokken branches en dat waarschijnlijk ook is.”

Ook de overheid heeft lessen te leren:

“Zet het bedrijfsleven niet in de rol van semi-overheid. Noem het geen zelfregulering als certificeerders langs de bedoelde criteria controles gaan uitvoeren. Het is het outsourcen van overheidstoezicht, niets meer en niets minder. (…) Als de overheid belang heeft bij toezichtondersteuning en toelating: laat die overheid het dan ook organiseren en de eisen stellen (over de kosten moeten we dan maar eens apart hebben).”

Lees hier de hele blog: Criteria voor certificering: over hout en steen

Lees hier het signaal van de rijksinspecties en de kabinetsreactie.

IMG_0594

Nieuwe blog van Frédérique Six: Verwarrend vertrouwen

25 Jan

De reacties op mijn blog op deze site van 1 december jl., High trust high penalty is verwarrende kreet, geven een divers beeld: velen waren het met mij eens, maar sommigen waren zeer stellig in hun steun aan de kreet en dat die niet verwarrend was. Hun uitleg was alleen niet altijd hetzelfde. Wat mij betreft onderschrijft dit mijn betoog: voor teveel mensen is de kreet verwarrend. (Zie hieronder voor de blog; de meeste reacties staan op de LinkedIn groep Toezicht, opsporing en handhaving.)

Frédérique Six

Frédérique Six

Nu is niet alleen de kreet High trust high penalty wat mij betreft verwarrend, maar ook het begrip vertrouwen zelf. Ik identificeer drie samenhangende verwarringen die het debat over de rol van vertrouwen in toezicht verstoren en vooruitgang tegenhouden: 1) vertrouwen is niks doen; 2) gebrek aan vertrouwen is hetzelfde als wantrouwen; en 3) vertrouwen en controle zijn substituten.

Verwarring 1: vertrouwen is niks doen

Vertrouwen is aan de orde als een actor afhankelijk is van een andere actor om iets te bereiken dat belangrijk voor hem is en hij het handelen van die ander niet volledig kan controleren, noch met zekerheid kan voorspellen wat de ander zal doen. Dit betekent dat de actor, om zijn doel te bereiken, zich kwetsbaar op moet stellen. En dit geldt voor alle toezichtsituaties; de toezichthouder staat niet 24/7 achter elke persoon die regels moet naleven.

In deze vertrouwenssituaties staat de actor voor de vraag of hij durft te vertrouwen of uitgaat van wantrouwen. Vertrouwen is niet een totale gok, maar gebaseerd op redenen, rollen of routines, alleen bieden die onvoldoende basis om alle onzekerheid en kwetsbaarheid weg te nemen. Je kan pas vertrouwen als je positieve verwachtingen hebt over het handelen van de ander; en je vervolgens bereid bent om, op basis van die positieve verwachtingen, een “sprong in het ongewisse” te nemen, of zoals de Engelsen het veel krachtiger zeggen een leap of faith. Tijdens deze sprong wordt de kwetsbaarheid en onzekerheid opgeschort alsof ze er niet meer toe doen. Als je de sprong in het ongewisse gewaagd hebt en met dit “alsof”-vertrouwen de interactie aangaat, dan is het de bedoeling dat je alert en reflexief in de relatie zit om te kunnen beoordelen of dat alsof-vertrouwen verantwoord was of bijgesteld moet worden. In de dagelijkse activiteiten die wij ondernemen (deelnemen aan het verkeer, boodschappen doen) doorlopen wij deze stappen over het algemeen onbewust en sterk gebaseerd op routines. Maar in toezichtrelaties is vertrouwen op basis van routines vaak niet de goede vorm van vertrouwen. Alertheid en reflexiviteit zijn dan geboden om het onderscheid tussen betrouwbare en onbetrouwbare ondertoezichtstaanden goed te kunnen maken. Alleen zo kan de toezichthouder responsief, selectief en werkelijk risicogericht toezicht houden.

Kortom, vertrouwen is heel hard werken en begint met een sprong in het ongewisse en reflexief ‘alsof’-vertrouwen.

Verwarring 2: gebrek aan vertrouwen is hetzelfde als wantrouwen

Als je vertrouwen laag is, bijvoorbeeld omdat je nog weinig weet over de ander, dan betekent dat niet dat je wantrouwt. In opinieonderzoek wordt deze fout nogal eens gemaakt. Een lage score van een burger op de vraag hoeveel vertrouwen hij of zij heeft in bijvoorbeeld het kabinet betekent niet dat deze burger actief wantrouwt, maar de interpretatie is wel vaak dat burgers actief wantrouwen. Voor zowel vertrouwen als wantrouwen is informatie nodig. Als er te weinig informatie is, dan zal de burger laag scoren op vertrouwen (cq wantrouwen).

Ik hoor veel toezichthouders en controllers of accountants die zeggen dat zij geleerd hebben om uit te gaan van “gezond wantrouwen”, want ‘als iedereen te vertrouwen was, dan waren wij niet nodig’. De fout die hier gemaakt wordt is om te generaliseren en dan maar iedereen vanuit wantrouwen te benaderen. Het lijkt wel of men zich realiseert dat dit niet goed is en daarom “gezond” voor wantrouwen plakt, alsof het daarmee OK is. Als je begint met wantrouwen, straal je dat uit en zal de ander wantrouwender reageren. Dan creëer je je eigen self-fulfilling prophecy. De meeste mensen zijn te vertrouwen, maar inderdaad niet iedereen; de kunst is om dat onderscheid goed te maken.

Kortom, wantrouwen en vertrouwen zijn twee aparte begrippen en niet twee uiteinden van één continuüm.

Verwarring 3: vertrouwen en controle zijn substituten

In toezicht is de dominante (impliciete) veronderstelling dat vertrouwen en controle substituten zijn: als je vertrouwt controleer je niet (want vertrouwen is niks doen); en als je controleert vertrouw je niet (want controleren is een teken van wantrouwen). De alom bekende pyramide van Braithwaite hanteert ook die veronderstelling.

Gelukkig hoeft de veronderstelling niet altijd op te gaan. Onderzoek laat zien dat controle en vertrouwen elkaar kunnen versterken als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze onderzoeken zijn tot nu toe vooral in relaties binnen en tussen bedrijven uitgevoerd, maar de onderliggende mechanismen lijken ook op te gaan voor toezichtrelaties (Six, 2013). Toezicht kan vertrouwen stimuleren zolang het er toe leidt dat ondertoezichtstaanden gestimuleerd worden de normen en waarden van de overheid te onderschrijven en internaliseren. Dit gebeurt als de ondertoezichtstaanden de normen en regels als noodzakelijk, nuttig en redelijk accepteren. Liefst zijn ondertoezichtstaanden – het veld- betrokken bij het opstellen van het toezichtkader, dat bevordert het commitment en de intrinsieke motivatie. Een regelmatige dialoog tussen (vertegenwoordigers van) ondertoezichtstaanden en toezichthouder over het belang van, en de betekenis die gegeven wordt aan, de normen en regels in de specifieke context is belangrijk voor de waardenacceptatie intrinsieke motivatie. Een andere voorwaarde is dat de wijze van beoordelen en interveniëren als rechtvaardig wordt beschouwd door ondertoezichtstaanden. Een derde voorwaarde is dat ondertoezichtstaanden het gevoel hebben dat de toezichthouder hen vertrouwt zolang ondertoezichtstaanden dat vertrouwen niet schenden (Six, 2010).

Kortom, controle en vertrouwen kunnen elkaar versterken als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

* * *

Conclusie: Vertrouwen is hard werken, sluit wantrouwen niet uit en kan controle versterken.

Dr ir Frédérique Six MBA (Vrije Universiteit Amsterdam ) doet onderzoek naar public governance puzzels, in het bijzonder de relatie tussen vertrouwen en control(e). Haar aandachtsgebieden zijn toezicht en het sturen van professionals. @FrederiqueSix; f.e.six@vu.nl

Tweede Kamer praat in maart over toezicht

16 Jan

De Tweede Kamer praat op 19 maart over toezicht met de ministers Blok (Wonen en Rijksdienst) en Kamp (Economische Zaken).

Op de agenda staat de kabinetsreactie op de WRR-rapporten ‘Toezien op Publieke Belangen’ en op ‘ Van Tweeluik naar Driehoeken’. Ook wordt gesproken over privatisering en verzelfstandiging.

De commissie voor Wonen en Rijksdienst besloot eerder dat het schaduwstandpunt van de ToezichtTafel “desgewenst” bij de discussie kan worden betrokken.

Meer informatie over het algemeen overleg staat hier.

%d bloggers liken dit: