Tweede Kamer, kom op voor onafhankelijk toezicht

24 Sep

Politici moeten zich sterk maken voor onafhankelijk toezicht. Dit betogen adviseurs Paul van Dijk en Rob Velders. Vanavond is er in de Tweede Kamer een algemeen overleg over “Privatisering, verzelfstandiging en toezicht van overheidsdiensten” met de ministers Blok (W&R) en Kamp (EZ). Van incidentenpolitiek naar heldere spelregels en omgangsvormen.

Twee jaar geleden presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport “Toezien op publieke belangen”. Een jaar later kwam de reactie van het kabinet. En vanavond, weer een jaar later, heeft de Tweede Kamer de tijd gevonden om erover te praten. Van uitstel lijkt toch geen afstel te komen.

Dit voorjaar spraken de Kamerleden Verhoeven (D66) en De Vries (VVD) al de verwachting uit dat het debat vooral zou draaien om de onafhankelijkheid van toezicht. Dat was niet een zeer gewaagde voorspelling. Bij incidenten waarbij het toezicht onder vuur komt te liggen, gaat het vaak om de vraag hoe onafhankelijk de toezichthouder is geweest. Van de sector, maar vooral ook van de minister.

In Nederland gaapt een diepe kloof tussen de wijze waarop twee groepen toezichthouders zijn gepositioneerd ten opzichte van de ministeries. Rijksinspecties als IGZ en ILT zijn ambtelijke diensten, onder verantwoordelijkheid van een minister of staatssecretaris. Markttoezichthouders als ACM, AFM en NZa zijn zelfstandige bestuursorganen. De verschillen tussen de twee groepen zijn niet zomaar verklaarbaar. Om maar te zwijgen over de uiteenlopende manieren waarop ministeries met hun toezichthouders omgaan. Ook een zelfstandige toezichthouder blijkt in de praktijk zeer afhankelijk te kunnen zijn.

De WRR pleitte voor een sterkere borging van de onpartijdige functievervulling en daarmee samenhangende onafhankelijke positionering van toezichthouders. Volgens de kabinetsreactie is de organisatorische positionering minder belangrijk dan een rolvaste opstelling en onafhankelijke houding. Het kabinet wilde dan ook geen echte wet maken om de onafhankelijke positie van de rijkstoezicht te verankeren. Wel is inmiddels een aanwijzing van de minister-president aangekondigd, die de ministers ertoe moet dwingen de onafhankelijkheid te respecteren. Minister Schippers (VWS) heeft deze zomer vastgelegd dat zij zich niet zal mengen in de manier waarop de IGZ onderzoek verricht of in de conclusies die de inspectie daaraan verbindt. En minister Kamp (EZ) heeft toegezegd dat hij de onafhankelijkheid van het Staatstoezicht op de Mijnen wettelijk gaat verankeren.

Er is alle reden voor de Tweede Kamer om nu door te vragen. Wat verstaan we nu precies onder onafhankelijkheid? Hoe zijn de verschillen tussen rijksinspecties en markttoezichthouders te verklaren? Waarom wordt niet voor eens en altijd de status van het toezicht op rijksniveau vastgelegd? En is het niet tijd voor een Kaderwet toezicht?

Het algemeen overleg van vanavond biedt de Kamer de gelegenheid om, minder gehinderd door de waan van de dag, aan te koersen op vernieuwing van de verhoudingen. Het parlement zou zelf vaker met toezichthouders in gesprek kunnen gaan, en niet alleen via de minister. Eerder moest minister Blok (W&R) al erkennen dat zelfstandige bestuursorganen ook zonder toestemming van het kabinet uitnodigingen van de Kamer mogen aannemen.

Er is ook ruimte voor parlementaire zelfreflectie. Politici praten liever over relletjes dan over het beleid voor toezicht of over de effecten daarvan. Ook zij dienen te accepteren dat niet elk incident te voorkomen is, zelfs niet met perfect toezicht. Onafhankelijkheid van toezicht betekent dus ook dat niet elk voorval dezelfde dag nog moet leiden tot vragen aan de minister: hoe dit heeft kunnen gebeuren en wat de minister gaat doen om herhaling te voorkomen. Om vervolgens een pleister te laten plakken, wat extra geld vrij te maken of enkele nieuwe accenten te zetten.

De analyse is vaker gemaakt: de volksvertegenwoordiging zou zich meer moeten richten op grote lijnen. Dat geldt zeker voor het toezicht, waar de politieke aandacht vaak neerkomt op een zoektocht naar Barbertje. We doen er beter aan te bespreken welke effecten we van het toezicht verwachten, en hoeveel we als maatschappij bereid zijn daarvoor te betalen, met de notie dat niet alle incidenten te voorkomen zijn. Dáárover dient de politieke discussie te gaan.

Ministers zouden hiertoe ruimte moeten bieden, maar echte onafhankelijkheid begint en eindigt bij de toezichthouders zelf. Het gaat niet aan dat toezichthouders zich verschuilen achter hun bewindspersonen. Zij mogen niet bang zijn om in de wind te staan, maar moeten zelf op zoek gaan naar nieuwe manieren om draagvlak te organiseren en om zichzelf te verantwoorden.

De Tweede Kamer heeft vandaag de kans om zich bij de ministers Blok en Kamp sterk te maken voor de emancipatie van toezicht. Laat de politiek zich vooral nu bemoeien met toezicht, maar wel op een goede manier: gericht op het beleid voor toezicht, op spelregels en omgangsvormen, Dan hebben we later iets om op terug te vallen, bij het volgende relletje. En dan kunnen we verder praten over de vraag waar het werkelijk om draait: hoe laten we het toezicht echt goed – en liefst nog beter – werken?

Paul van Dijk & Rob Velders

Paul van Dijk en Rob Velders zijn adviseurs op het gebied van toezicht. Zij schreven een schaduwstandpunt over het WRR-rapport, dat te vinden is www.toezichttafel.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: