Kabinet wil rapporten van rijksinspecties geheim kunnen houden

1 Okt

Het kabinet wil de publicatie van een rapport van een rijksinspectie kunnen verhinderen. Dit valt af te leiden uit de kersverse Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. De minister moet zo’n beslissing wel onverwijld melden aan de Tweede en Eerste Kamer.

In de aanwijzingen legt minister-president Rutte regels vast over de positie van rijksinspecties. Zij vallen onder ministeriële verantwoordelijkheid, maar hun onafhankelijkheid moet worden gerespecteerd. Ze hebben de ruimte om zelf informatie te verzamelen, een oordeel te vormen, te adviseren en te rapporteren.

Ministers en staatssecretarissen mogen aanwijzingen geven maar zij kunnen een rijksinspectie er niet van weerhouden om een onderzoek te verrichten. Ze geven ook geen instructies (“bijzondere aanwijzingen”) over het onderzoek zelf:

“Een bijzondere aanwijzing ziet niet op:

a. het weerhouden van een rijksinspectie om een specifiek onderzoek te verrichten of af te ronden;
b. de wijze waarop een rijksinspectie een specifiek onderzoek verricht, of
c. de bevindingen, oordelen en adviezen van een rijksinspectie.”

In een aantal gevallen moet de minister de gelegenheid krijgen om een beleidsreactie te formuleren voordat een rapport openbaar wordt. De openbaarmaking wordt dan ten hoogste zes weken uitgesteld. 

De regels van Rutte sluiten niet uit dat de minister de publicatie tegenhoudt. In de toelichting staat:

“Indien de minister een aanwijzing geeft die inhoudt dat een bepaald rapport niet openbaargemaakt wordt, dan is dit een bijzondere aanwijzing waarover hij de Staten-Generaal onverwijld moet informeren.”

Feedback

Het kabinet wil “meer samenspel tussen beleid en toezicht”. Het kabinet vraagt inspecties “feedback” te verzamelen uit de sector en daarover te rapporteren:

“Een belangrijke taak van een rijksinspectie is dus het tijdig binnen het ministerie verspreiden van informatie die in het kader van het toezicht naar voren komt over het effect van regels en beleid, en de manier waarop deze regels worden uitgevoerd. Op deze manier versterkt het toezicht twee andere hoofdtaken van de minister, namelijk beleid en uitvoering. Rijksinspecties bieden zo nuttige (kritische) aanvullingen op het beeld dat bij beleidsmakers over een sector bestaat, de behoeften die daar leven en de signalen die de rijksinspecties daarover ontvangen. Rijksinspecties moeten erop gericht zijn om feedback te verzamelen vanuit de sector en daarover tijdig te rapporteren. Binnen het ministerie moet voldoende ruimte bestaan voor deze wisselwerking tussen beleid, uitvoering en toezicht.”

Omgekeerd moeten inspecties op tijd betrokken worden bij beleidsvoornemens en ontwerpen voor regelgeving.

Wet

Er komt geen wet om de positie van rijksinspecties te verankeren,:

“Een formele wet is niet noodzakelijk en ook een minder gepast instrument omdat het gaat over de inrichting an ministeries en de relatie tussen ministers en aan hen ondergeschikte dienstonderdelen. Artikel 44 van de Grondwet bepaalt dat ministeries onder leiding staan van een minister, wat met zich meebrengt dat de ministers zelf de inrichting van de departementale organisatie bepalen.”

Eerder zei het kabinet de onafhankelijkheid van het Staatstoezicht op de Mijnen “wettelijk” te verankeren:

“Dit betekent onder meer dat wettelijk wordt vastgelegd dat geen aanwijzingen kunnen worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop SodM een onderzoek verricht. Expliciet wordt gemaakt dat SodM zijn bevindingen en beoordelingen ongewijzigd kan rapporteren aan mij. Ik treed niet in onderzoek of feitelijke beoordeling hiervan. Wel kan ik SodM vragen onderzoek te doen naar een bepaald onderwerp.”

Werkprogramma

Op grond van de aanwijzingen moet elke rijksinspectie werken op basis van een “periodiek” werkprogramma. “In dit programma staan de aandachtsvelden en – voor zover mogelijk – de belangrijkste onderzoeken die zullen worden uitgevoerd.” Het werkplan moet worden goedgekeurd door de minister, die het – net als het jaarverslag – aan de Staten-Generaal stuurt.

Werking

De aanwijzingen, die nu aan de Tweede Kamer zijn gestuurd, treden in werking op 1 januari 2016. Ze gaan gelden voor de Erfgoedinspectie (EGI), de Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), de Inspectie van het Onderwijs (IvhO), de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het Agentschap Telecom (AT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de Autoriteit Woningcorporaties (onderdeel van de ILT).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: