Enquêtecommissie Fyra over ILT: beleids- en gedragsverandering nodig

30 Okt

De parlementaire enquêtecommissie Fyra heeft niet alleen een oordeel geveld over de rol van de overheid, de NS en de bewindslieden maar ook over het werk van de ILT. En de kritiek is niet mals.

De commissie heeft een “ontluisterend beeld” gekregen van de wijze waarop de Fyra’s zijn toegelaten. Het systeem bevat fundamentele weeffouten. De commissie concludeert dat de veiligheid in het proces in het gedrang is gekomen. En dat komt mede door de onaanvaardbaar minimalistische wijze waarop ILT haar rol als toelatende instantie heeft ingevuld.

“De activiteiten van de inspectie bij de toelating zijn niet veel meer dan een papieren exercitie. De inspectie heeft signalen van problemen ontvangen maar daar onterecht niets mee gedaan. De afdeling vergunningverlening heeft onterecht geen informatie ingewonnen bij de afdeling handhaving van de ILT.”

De commissie vindt de dogmatische houding van ILT in dezen schokkend en verwijt haar een veel te weinig kritische benadering te hebben gekozen.

De bewindslieden hadden de inspectie in beleid en aansturing ook niet aangezet zich kritischer op te stellen in toelatingstrajecten. De commissie vindt het moeilijk te begrijpen dat de leiding van de Inspectie zo weinig aandacht voor een zo uniek project heeft getoond. En

“de commissie constateert dat de inspectie de minister in mei 2012 voorbarig, onzorgvuldig en te summier informeert over de toelating van de Fyra. De inspectie meldt de minister dat de Fyra aan de wettelijke eisen voldoet op een moment dat de inspectie belangrijke, voor de vergunningaanvraag benodigde stukken nog niet eens heeft ontvangen.”

De commissie is verder van oordeel dat van de ILT verwacht had mogen worden dat ten minste afstemming zou worden gezocht met de Belgische inspectie voorafgaand aan de toelating van de Fyra. Dat is echter niet gebeurd.

Toezicht op keuringsinstanties en Fyra’s schiet tekort

De commissie vindt het naïeve vertrouwen van de inspectie in de keuringsinstantie ontoelaatbaar. ILT had betrokkener moeten zijn. Zij vulde haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het toezicht op de competentie en de onafhankelijkheid van keuringsinstanties zoals Lloyd’s nauwelijks in.

De ILT heeft geen enkele Fyra fysiek geïnspecteerd en ook geen enkele proefrit bijgewoond. Zowel de activiteiten van de keuringsinstantie als die van de inspectie zijn volgens de commissie te veel gericht op toetsing van processen en te weinig op keuring van de treinen zelf. De keuringsinstantie heeft geen onaangekondigde bezoeken gebracht aan Ansaldo-Breda, hoewel dat volgens de commissie gezien de risico’s en signalen wel in de rede had gelegen.

Toezicht gaat te veel uit van vertrouwen

Volgens de commissie is het mede uit kabinetsbeleid voortvloeiende uitgangspunt van vertrouwen (vertrouwen, tenzij …) doorgeslagen. Er wordt in de hele keten onvoldoende gecontroleerd of het gestelde vertrouwen wel terecht is; er is geen wezenlijke tegenmacht georganiseerd. De inspectie vertrouwt op de keuringsinstantie die wordt betaald door de fabrikant. De commissie beschouwt dat als extra kwetsbaar. Immers, wie betaalt, bepaalt. Onafhankelijk toezicht is er nou juist voor die gevallen dat het niet goed gaat.

De commissie is voorts bezorgd over recente wijzigingen van de vergunningsverleningsprocedure van de inspectie, omdat de inspectie nog meer wil afgaan op het oordeel van de keuringsinstanties.

Aanbevelingen

De belangrijkste aanbevelingen van de cie inzake het toezicht luiden:

  • De verantwoordelijke bewindspersoon dient te zorgen voor een beleids- en gedragsverandering bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. De inspectie dient een gezaghebbende en competente positie in te nemen bij de toelating en te staan voor de veiligheid van het treinverkeer in Nederland. De ILT dient er op toe te zien dat veiligheidsbeheerssystemen van vervoerders aan de eisen voldoen en zij dient dit strikt te handhaven.
  • In toelatingstrajecten van treinen moet de inspectie actief invulling geven aan het beginsel van risicogestuurd toezicht. De huidige houding van vertrouwen op de keuringsinstantie moet veranderen in een kritische houding, die tegenwicht biedt aan de risico’s van het systeem van certificering en die gericht is op het borgen van publieke belangen.
  • De Inspectie Leefomgeving en Transport dient het toezicht op de keuringsinstanties te intensiveren, ten minste door het uitvoeren van regelmatige handhavingsaudits en een kritische toetsing van de wijze waarop keuringsinstanties certificeringstrajecten uitvoeren in concrete toelatingstrajecten. Zie er op toe dat keuringsinstanties hun werkwijze met name bij het uitvoeren van audits intensiveren, zodat de audits het doel bereiken dat daarvoor in de wet- en regelgeving is vastgelegd.
  • Ook dient er uitbreiding van bevoegdheden van de nationale inspectie geregeld te worden om zelf steekproefsgewijs treinen of proefritten te kunnen inspecteren in het kader van de toelating en bij inschrijving van treinen in het voertuigregister en zo het werk van de keuringsinstantie te kunnen toetsen en indien nodig onderdelen daarvan te herhalen. Het uitgangspunt moet niet langer het rolvast afbakenen van verantwoordelijkheden zijn, maar er moet ruimte zijn voor het accepteren en aanmoedigen van kritisch meekijken en overlap.
  • De inspectie dient bevindingen en kennis uit te wisselen met collega-toezichthouders in het buitenland bij grensoverschrijdende toelatingstrajecten en grensoverschrijdend vervoer.

Rob Velders

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: