Kabinet verwacht “hoogst zelden” bijzondere aanwijzing te geven aan rijksinspecties

30 Jan

Bijzondere aanwijzingen aan rijksinspecties zullen “in de praktijk slechts hoogst zelden voorkomen”. Dit schrijft minister Blok (Wonen & Rijksdienst) in antwoord op vragen over de – inmiddels in werking getreden – Aanwijzingen inzake rijksinspecties.

De aanwijzingen zijn bedoeld als “zelfbinding” van het kabinet, om “de slagkracht van de rijksinspecties te vergroten door meer uniforme afspraken te maken over de rol en onafhankelijke positionering van de inspecties, als onderdeel van een departementale organisatie en binnen het kader van de ministeriële verantwoordelijkheid.” Zo is afgesproken dat geen bijzondere aanwijzingen kunnen worden gegeven over de bevindingen, oordelen en adviezen van een rijksinspectie.

Openbaarheid
De aanwijzingen houden het wel voor mogelijk dat een minister de opdracht geeft om een rapport of een deel daarvan niet openbaar te maken. Zo’n bijzondere aanwijzing moet dan wel passen binnen de kaders van de grondwettelijke inlichtingenplicht tegenover het parlement en van de Wet openbaarheid van bestuur. En de opdracht dient te worden gegoten in de vorm van een schriftelijke aanwijzing, die meteen aan de Tweede Kamer moet worden gemeld.

“Dat betekent dat het parlement de minister op het geven van die bijzondere aanwijzing kan aanspreken. Dit levert een voldoende waarborg op tegen oneigenlijk gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid. Ook zorgt dit voor transparantie.”

Secretaris-generaal

In de antwoorden gaat Blok in op de positie van een rijksinspectie binnen een ministerie. Een rijksinspectie is “bedrijfsvoeringstechnisch” ondergeschikt aan een secretaris-generaal, maar niet in de uitvoering van toezichtstaken. Bij een conflict tussen inspecteur-generaal en secretaris-generaal kan de inspecteur-generaal zelf naar de minister stappen. Alleen de minister zelf kan een aanwijzing aan de rijksinspectie geven. Hij kan deze bevoegdheid niet mandateren. geven.

“De hiërarchische positie van de inspectie – direct onder de secretaris-generaal – betekent dat de inspectie niet ondergeschikt is aan een ander onderdeel van het ministerie en van een ander dan de minister dus ook geen aanwijzingen kan krijgen. Ondanks dat de inspectie ‘’bedrijfsvoeringstechnisch” ondergeschikt is aan de secretaris-generaal (dus niet in de uitvoering van de toezichtstaken), kan de inspecteur-generaal de minister zo nodig altijd zelf informeren, zonder afhankelijk te zijn van de instemming van anderen binnen de departementale hiërarchie, met inbegrip van de secretaris-generaal.”

Visie

Uit de antwoorden blijkt nog eens dat het huidige kabinet niet werkt aan een nieuwe visie op toezicht. De beginselen van 2005 voldoen nog:

“Het toezichtbeleid van het kabinet ligt vast in de Kaderstellende Visie op Toezicht (2005). In deze visie zijn 6 principes van goed toezicht geïntroduceerd, waaraan rijksinspecties moeten voldoen; de principes zijn nog steeds actueel. Goed toezicht is transparant, onafhankelijk, professioneel, selectief, slagvaardig en samenwerkend. De overwegingen om te komen tot deze principes zijn dat deze principes enerzijds voldoende richtinggevend zijn voor alle rijksinspecties en anderzijds ruimte bieden voor eigen accenten voor in veel opzichten onderscheiden rijksinspectie.”

Klik hier voor alle vragen en antwoorden.

Advertenties
%d bloggers liken dit: