Archive | mei, 2016

Theodor Kockelkoren pleit voor idealen in toezicht

31 Mei

Theodor Kockelkoren, voormalig bestuurder van de AFM, pleit voor bezieling in het toezicht. Zonder idealen verzandt toezicht in een nutteloze bureaucratie, schrijft hij in zijn boek “Toezicht als beroep“. Tegelijkertijd waarschuwt Kockelkoren dat toezicht geen panacee is, dat voor alle problemen dé oplossing biedt.

Meer informatie over het boek staat hier.

 

Meepraten over de staat van het toezicht? Het Nieuwspoort Seminar “Toezicht in Transitie” is op 1 juni gewijd aan effectiviteit, transparantie en verantwoording van toezicht. Sprekers zijn afkomstig uit wetenschap, politiek en toezicht: Chris Fonteijn , Henk Nijboer  Annetje Ottow, Kees Verhoeven, Femke de Vries en Kutsal Yesilkagit. Aanmelden kan hier.

Wat moet nieuw kabinet met toezicht?

18 Mei

Als het aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ligt, staat toezicht op de agenda van een volgend kabinet. Dit blijkt uit een memo aan de programmacommissies van politieke partijen.

De WRR vraagt aandacht voor vier thema’s: Veerkrachtige economie, Brede innovatie, Sociale samenhang, Navigeren in een veranderende wereld en Waardegedreven publieke sector. Binnen het laatste thema herinnert het adviescollege aan inzichten uit het rapport “Toezien op publieke belangen”:

“Externe toezichthouders dienen meer te reflecteren op de borging van publieke belangen in het veld waarop zij toezicht houden. Zij bevinden zich immers in een unieke positie om vanuit een onpartijdige houding problemen te signaleren of kansen te zien waarbij die publieke belangen in het geding zijn. Een reflectieve toezichthouder signaleert, agendeert, deelt kennis en koppelt actief terug naar politiek, bestuur en het veld.  Dit kan bijvoorbeeld door jaarlijks een ‘Staat van de sector’ op te stellen of door wetgevingsbrieven over knelpunten in beleid en wetgeving. Deze signalerende en agenderen- de functie vereist versterking van de onafhankelijke positionering van toezichthouders.”

Met het verzelfstandigen van overheidstaken is de rol van het interne en externe toezicht gegroeid, aldus de WRR. De raad herinnert aan het belang van checks and balances binnen semipublieke organisaties:

“Goed bestuur begint bij de interne organisatie. Als de interne checks and balances niet op orde zijn, komt het externe toezicht altijd te laat. Deze controlemechanismen zijn te versterken door bijvoorbeeld de invoering van vormen van collegiaal bestuur. Ook kunnen belanghebbende partijen zoals cliënten of werknemers een derde orgaan vormen – naast bestuur en raad van toezicht – om zo het interne weerwerk te verbeteren.”

Het document is geschreven met het oog op de geplande verkiezingen van maart 2017.

“De handreikingen zijn geen concrete beleidsrecepten of ontwerpmaatregelen, maar omvatten richtingen waarin het beleid zich naar het oordeel van de WRR zou moeten ontwikkelen dan wel beleidskeuzes waarvoor de politiek staat.”

Op 1 juni spreken toezicht, wetenschap en politiek over effectiviteit, transparantie en verantwoording van toezicht. Aan dit tweede Nieuwspoort Seminar wordt deelgenomen door Chris Fonteijn, Annetje Ottow, Kees Verhoeven, Femke de Vries en Kutsal Yesilkagit. Aanmelden kan hier.

“Niet representatief maar responsief toezicht”

9 Mei

Toezicht moet niet representatiever maar responsiever worden. Dit schrijft Aute Kasdorp in reactie op de blog op de ToezichtTafel over representatief toezicht. Lees hier zijn column:

‘Representatief toezicht’ propageren leidt tot verwarring en teleurstelling, ben ik bang. Het toezicht moet wel responsiever, maar dat is wezenlijk iets anders.

Representatief toezicht lijkt impliciet uit te gaan van een legitimiteitsbegrip, waarin toezicht meer legitiem is naar mate de toezichthouder meer handelt naar de wensen van maatschappelijke stakeholders zoals burgers en bedrijven. Dit is dus een politiek legitimiteitsbegrip – dat uitgaat van democratische vertegenwoordiging – rechtstreeks vertaald naar de toezichtcontext.

Terwijl maatschappelijke stakeholders van toezichthouders dit frame in het achterhoofd hebben (‘waarom doet de toezichthouders niet beter wat wij willen’), hanteren toezichthouders impliciet een heel ander legitimiteitsbegrip (en deze mismatch verklaart volgens mij een deel van de onvrede in de legitimiteitsdialoog). Ik zie in Nederland twee populaire varianten: een juridisch legitimiteitsbegrip, en een conceptie van legitimiteit gebaseerd op het creëren van publieke waarde.

In het juridische begrip is de legitimiteit van het optreden van de toezichthouder af te meten aan de mate waarin hij zijn wettelijke taak goed uitvoert. In deze opvatting zijn de uitspraken van de rechter en de wil van de wetgever de primaire maatstaf waar de toezichthouder zijn legitimiteit aan afmeet: de input van maatschappelijke stakeholders is daardoor alleen zijdelings relevant, bijvoorbeeld doordat die input politieke invloed heeft op wat de wetgever wil. Dit verzandt dus al snel in lippendienst aan de input van maatschappelijke stakeholders.

Andere toezichthouders hanteren – ook meestal impliciet – een legitimiteitsbegrip waarin hun optreden meer legitiem is, naar mate dit meer publieke waarde creëert (dit sluit aan bij de toezichtopvatting die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uitdraagt in zijn 2013 rapport ‘Toezien op publieke belangen’). Hierin is de dialoog met maatschappelijke stakeholders één van de manieren om te achterhalen hoe de toezichthouder het beste de kwaliteit van onze maatschappij kan vergroten (‘publieke waarde creëren’): bijvoorbeeld hoe de toezichthouder effectief het veiligheidsniveau kan verhogen. Wat niet noodzakelijk hetzelfde is als doen wat de meeste burgers en bedrijven willen. Dit verzandt dus al snel in paternalistische arrogantie van de toezichthouder, gemaskeerd door ‘geduldig luisteren’.

Als toezichthouders geloofwaardig responsief willen zijn, moeten ze waarschijnlijk eerst via gelijkwaardige dialoog bevorderen dat ze met hun politieke en maatschappelijke stakeholders een gemeenschappelijk beeld hebben, wat legitimiteit van het optreden van de toezichthouder inhoudt. Zolang de betrokkenen bij deze discussie verschillende concepten van legitimiteit in hun achterhoofd hebben en dus ook conflicterende framings hanteren, wordt het niks. Dan blijft het een dans van vrijende egeltjes: voorzichtig manoeuvreren met goede bedoelingen, maar meer frustratie dan vruchtbare interactie.

Aute Kasdorp

Op 1 juni wordt het (tweede) Nieuwspoort Seminar gewijd aan effectiviteit, transparantie en verantwoording van toezicht. Sprekers zijn afkomstig uit wetenschap, toezicht en politiek: Chris Fonteijn, Annetje Ottow, Kees Verhoeven, Femke de Vries en Kutsal Yesilkagit.

Aanmelden kan hier.

Representatief toezicht?

6 Mei

Menig toezichthouder heeft de mond vol van effectiviteit, transparantie en verantwoording, maar moet toezicht niet ook representatief zijn? Dit is een van de vragen tijdens het Nieuwspoort Seminar op 1 juni.

Nederlandse toezichthouders boren verschillende bronnen aan om de legitimiteit van hun optreden aan te tonen. Ze zeggen effectief te zijn (output-legitimiteit), ze streven transparantie na (throughput-legitimiteit) en ze zijn bereid verantwoording af te leggen (feedback-legitimiteit).

Minder woorden worden gewijd aan input-legitimiteit, aan toezicht als uiting van “de wil van het volk”. Toch zijn ook hierover vragen te stellen. In hoeverre behartigen toezichthouders belangen van burgers en bedrijven? Hoort representeren bij toezicht? Iets voorzichter geformuleerd, (hoe) moeten zij ruimte maken voor de inbreng van anderen?

Is representatief toezicht een voorwaarde of juist een belemmering voor goed toezicht? Hoe ga je om met input als je een onafhankelijke en onpartijdige en onpartijdige toezichthouder wil zijn? En hoeveel ruimte is er voor invloed van anderen als je de minister als je opdrachtgever beschouwt?

Nederlandse toezichthouders denken zeker na over communicatie, maar vaker over zenden dan over ontvangen. Uiteraard wordt van burgers en bedrijven verwacht dat zij signalen doorgeven. Organisaties als ACM en DNB doen pogingen om de buitenwereld actief te betrekken bij prioriteiten. Maar het blijkt niet altijd eenvoudig, niet voor de toezichthouder en niet voor de buitenwereld.

En voorbij Hazeldonk? De OESO stelde vast dat stakeholders steeds meer worden betrokken bij regelgeving, maar nog nauwelijks bij de uitvoering en handhaving ervan. De Amerikaanse hoogleraar Cary Coglianese vindt dat ‘public engagement’ een prioriteit moet zijn voor een toezichthouder. Het publiek moet gezien worden als een partner in het besluitvormingsproces.

In Nederland pleitte Adriejan van der Veen voor “evenredige en diverse vertegenwoordiging van maatschappelijke belangen” in het markttoezicht. Margot Aelen pleitte voor inspraak in het markttoezicht. Deze oproepen zijn niet gevolgd door veel warme steunbetuigingen. Onlangs constateerde Jan Schinkelshoek bij een presentatie van rijksinspecties dat het ‘burgerperspectief’ zo vaak voorkomt dat het al sleets begint te klinken. “Vooral omdat het te vaak ongevuld blijft.”

Tijdens het Nieuwspoort Seminar, op 1 juni gaat de Leidse hoogleraar Kutsal Yesilkagit in op het spanningsveld tussen effectiviteit en legitimiteit. Hij spreekt daarbij ook over representatie als bron van legitimiteit. Annetje Ottow en Femke de Vries besteden aandacht aan principes van goed toezicht en aan effectiviteit, transparantie en verantwoording. Chris Fonteijn (ACM) reflecteert vanuit de praktijk van het markttoezicht. De middag wordt afgesloten met een debat met een vertegenwoordiging uit de Tweede Kamer.

Aanmelden kan hier.

Paul van Dijk

 

 

 

 

%d bloggers liken dit: