“Niet representatief maar responsief toezicht”

9 Mei

Toezicht moet niet representatiever maar responsiever worden. Dit schrijft Aute Kasdorp in reactie op de blog op de ToezichtTafel over representatief toezicht. Lees hier zijn column:

‘Representatief toezicht’ propageren leidt tot verwarring en teleurstelling, ben ik bang. Het toezicht moet wel responsiever, maar dat is wezenlijk iets anders.

Representatief toezicht lijkt impliciet uit te gaan van een legitimiteitsbegrip, waarin toezicht meer legitiem is naar mate de toezichthouder meer handelt naar de wensen van maatschappelijke stakeholders zoals burgers en bedrijven. Dit is dus een politiek legitimiteitsbegrip – dat uitgaat van democratische vertegenwoordiging – rechtstreeks vertaald naar de toezichtcontext.

Terwijl maatschappelijke stakeholders van toezichthouders dit frame in het achterhoofd hebben (‘waarom doet de toezichthouders niet beter wat wij willen’), hanteren toezichthouders impliciet een heel ander legitimiteitsbegrip (en deze mismatch verklaart volgens mij een deel van de onvrede in de legitimiteitsdialoog). Ik zie in Nederland twee populaire varianten: een juridisch legitimiteitsbegrip, en een conceptie van legitimiteit gebaseerd op het creëren van publieke waarde.

In het juridische begrip is de legitimiteit van het optreden van de toezichthouder af te meten aan de mate waarin hij zijn wettelijke taak goed uitvoert. In deze opvatting zijn de uitspraken van de rechter en de wil van de wetgever de primaire maatstaf waar de toezichthouder zijn legitimiteit aan afmeet: de input van maatschappelijke stakeholders is daardoor alleen zijdelings relevant, bijvoorbeeld doordat die input politieke invloed heeft op wat de wetgever wil. Dit verzandt dus al snel in lippendienst aan de input van maatschappelijke stakeholders.

Andere toezichthouders hanteren – ook meestal impliciet – een legitimiteitsbegrip waarin hun optreden meer legitiem is, naar mate dit meer publieke waarde creëert (dit sluit aan bij de toezichtopvatting die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uitdraagt in zijn 2013 rapport ‘Toezien op publieke belangen’). Hierin is de dialoog met maatschappelijke stakeholders één van de manieren om te achterhalen hoe de toezichthouder het beste de kwaliteit van onze maatschappij kan vergroten (‘publieke waarde creëren’): bijvoorbeeld hoe de toezichthouder effectief het veiligheidsniveau kan verhogen. Wat niet noodzakelijk hetzelfde is als doen wat de meeste burgers en bedrijven willen. Dit verzandt dus al snel in paternalistische arrogantie van de toezichthouder, gemaskeerd door ‘geduldig luisteren’.

Als toezichthouders geloofwaardig responsief willen zijn, moeten ze waarschijnlijk eerst via gelijkwaardige dialoog bevorderen dat ze met hun politieke en maatschappelijke stakeholders een gemeenschappelijk beeld hebben, wat legitimiteit van het optreden van de toezichthouder inhoudt. Zolang de betrokkenen bij deze discussie verschillende concepten van legitimiteit in hun achterhoofd hebben en dus ook conflicterende framings hanteren, wordt het niks. Dan blijft het een dans van vrijende egeltjes: voorzichtig manoeuvreren met goede bedoelingen, maar meer frustratie dan vruchtbare interactie.

Aute Kasdorp

Op 1 juni wordt het (tweede) Nieuwspoort Seminar gewijd aan effectiviteit, transparantie en verantwoording van toezicht. Sprekers zijn afkomstig uit wetenschap, toezicht en politiek: Chris Fonteijn, Annetje Ottow, Kees Verhoeven, Femke de Vries en Kutsal Yesilkagit.

Aanmelden kan hier.

Advertenties

Eén reactie to ““Niet representatief maar responsief toezicht””

  1. Adriejan van Veen 27 mei 2016 bij 14:28 #

    Interessante reactie. ‘Representatief toezicht’ en ‘responsief toezicht’ lijken mij echter geen elkaar uitsluitende doelen. Wanneer we kijken naar één van de belangrijkste definities van representatie, die van Hannah Pitkin (1967), dan zien we dat responsiviteit juist onderdeel is van representatie. Immers, een goede vertegenwoordiger is in staat om autonoom te handelen, maar tegelijk de wensen en verlangens van zijn/haar ‘stakeholders’ mee te nemen. Dit geldt ook voor markttoezichthouders. Zij moeten daarbij echter wel scherp onderscheid maken tussen hun ‘directe’ stakeholders (de partijen wier belangen onmiddelijk geraakt worden door hun besluiten) en hun meer ‘indirecte’ stakeholders: het Nederlandse publiek. Via de wetgever heeft dit publiek de behartiging van diverse publieke belangen (marktefficiëntie, leveringszekerheid, toegang tot zorg etc. etc.) bij de markttoezichthouder neergelegd. Een representatieve markttoezichthouder moet daarom m.i. ten alle tijde uitdragen wat de publieke belangen zijn waar haar taakuitoefening op gericht is. Zij moet daarnaast transparantie betrachten over de totstandkoming van haar besluiten en de inhoud helder uitleggen, zodat haar opdrachtgever – het Nederlandse publiek – kan begrijpen en controleren hoe haar belangen behartigd worden. Dit is m.i. de ware betekenis van representatief markttoezicht. Maar, tegelijk is het van belang dat bij zekere besluiten een evenredige vertegenwoordiging van meer directe stakeholders geconsulteerd wordt. ‘Representatief’ markttoezicht betekent dan ook juist niet: ingaan op de onmiddelijke wensen en verlangens van die partijen. Maar wél: het oor te luisteren leggen, ook bij partijen die minder goed georganiseerd zijn (zoals consumenten en patiënten!), en dan vanuit een autonome positie (responsief dus) besluiten nemen en daarbij inzichtelijk maken wie gehoord is, en welke publieke belangen gediend zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: