Archief | september, 2017

Wat te verwachten van onderzoeken naar fipronil?

8 Sep

Zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid als ex-minister Winnie Sorgdrager doet onderzoek naar de crisis rond fipronil in eieren. Wat kunnen we daarvan verwachten? Vijf voorspellingen, twee vragen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid hanteert bij de beoordeling van het toezicht hanteert een eigen beoordelingskader, dat sterk leunt op de Kaderstellende Visie op Toezicht. Het kader is bijvoorbeeld eerder toegepast in het onderzoek naar Odfjell maar ook naar voedselveiligheid. In 2014 constateerde de raad dat de veiligheid van vlees niet was gewaarborgd en dat het toezicht te wensen overliet.

Begin september heeft het kabinet de onderzoeksopzet gepresenteerd van de evaluatie die staatsraad Winnie Sorgdrager gaat uitvoeren Ook zij heeft eerder naar toezicht en toezichthouders gekeken. In 2012 bracht zij ‘Van incident naar effectief toezicht’ uit, over de afhandeling van dossiers over incidenten door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Wat valt te voorspellen over de uitkomsten van de onderzoeken naar de fipronil-affaire?

Voorspelling 1: Het systeem van voedselveiligheid heeft niet optimaal gewerkt

De OVV heeft vooral aandacht voor het functioneren van het voedselveiligheidssysteem.

“De onderzoeken van de Raad zijn gericht op het verbeteren van de veiligheid en gaan niet in op schuld of aansprakelijkheid.”

In het OVV-beoordelingkader staat dat het zelden gaat om zomaar een overtreding. De raad is telkens op zoek naar factoren die ervoor zorgen dat het mis gaat. Dat zal in het geval van firponil niet anders zijn. De verschillende schakels in de keten worden geanalyseerd om te kunnen beoordelen waar het systeem niet goed heeft gefunctioneerd.

Het rapport-Sorgdrager moet in de ogen van het kabinet leiden tot conclusies en aanbevelingen voor verbetering van de borging van de voedselveiligheid in de eierketen en wellicht breder, van het totale voedselsysteem. De opdracht is om in te gaan op “de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende actoren” in zowel de “eierketen” als de “toezichtketen”.

“Het onderzoek beperkt zich niet tot het afhandelen van de crisis door de NVWA, maar beslaat de verantwoordelijkheid van alle actoren in de keten en de wijze waarop die de eigen verantwoordelijkheid vorm geven.”

Voorspelling 2: Juist bedrijven dragen een eigen verantwoordelijkheid

Veiligheid is niet alleen een kwestie voor overheid of toezichthouders. Juist bedrijven moeten ervoor zorgen dat ze aan de regels voldoen. In de zaak Odfjell koos de OVV een Rotterdamse behandeling: geen woorden maat daden. Shell had veiligheid hoog in het vaandel staan, maar maakt de verwachtingen niet waar en moest dat bekopen met scherpe kritiek. Ook in het onderzoek naar voedselveiligheid van 2014 constateerde de OVV dat bedrijven hun verantwoordelijkheid onvoldoende waarmaakten.

Uit de onderzoeksopzet voor Sorgdrager blijkt dat ook zij aandacht dient te hebben voor de rol van bedrijven:

“Het aantreffen van fipronil komt voort uit het illegale gebruik van een biocide met deze stof in de voedselketen.”

Voorspelling 3: De positie van de NVWA dient te worden versterkt

De Onderzoeksraad toetst volgens het eigen beoordelingskader ook of er een “helder formeel institutioneel kader” is voor toezicht:

“De rol en taakopvatting van de inspectie is expliciet en duidelijk. De verhouding tussen de minister en de inspectie is duidelijk afgebakend.”

In 2014 schreef de Onderzoeksraad in het rapport over de vleesketen:

“De middelen van de NVWA zijn te beperkt om effectief op te treden in de vleesketen. Ook krijgt de NVWA te weinig ruimte om zich tot autoriteit te ontwikkelen. Hiermee boet de NVWA in aan gezag.”I

Het wordt interessant te lezen hoe de OVV denkt over de huidige institutionele inbedding, waarvoor sinds 2015 de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties gelden.

Voorspelling 4: Er zijn lessen te leren voor het toezicht

Er kan worden gewezen op het systeem, op de rol van bedrijven, op de ruimte voor de NVWA, maar uiteindelijk zal de OVV ook een oordeel vellen over het functioneren van de toezichthouder zelf. In haar rapport over de IGZ deed Sorgdrager de aanbeveling om een advies- en meldpunt in te stellen, maar ook om de doorlooptijd van dossiers te verkorten. Ook nu zal zij kijken naar de manier waarop is omgegaan met de melding over het gebruik van fipronil in november 2016.

Ook voor de NVWA (en daarmee vast ook voor andere toezichthouders) zullen er weer lessen te leren zijn. Daarbij hoeft het niet alleen te gaan om de communicatie, maar ook om de inschatting van risico’s voor de volksgezondheid en over de consequenties die daaraan zijn verbonden.

Voorspelling 5: De samenwerking kan worden versterkt

Goed toezicht is samenwerkend toezicht, zegt het beoordelingskader van de OVV, in navolging van de Kaderstellende Visie op Toezicht. Dat principe werd onder meer toegepast in 2014 , toen de NVWA de aanbeveling kreeg om de samenwerking te zoeken met andere opsporingsdiensten.

Zowel de nationale als Europese samenwerking kan aan de orde komen. In de fipronil-affaire is bijvoorbeeld interessant hoe de samenwerking met het Openbaar Ministerie is vormgegeven. Een tip eind 2016 leidde immers wel tot een strafrechtelijk onderzoek, maar niet tot verdere acties van de NVWA. En in juli van dit jaar werd het strafrechtelijke onderzoek niet alleen gebruikt als verklaring voor vertraging, maar ook voor het geheim houden van bepaalde informatie.

Bij de twee onderzoeken kunnen nog twee vragen worden gesteld:

Vraag 1: Hoe gaan de onderzoekers samenwerken?

Het is niet duidelijk hoe de onderzoeken van Sorgdrager en OVV zich tot elkaar gaan verhouden. Het kabinet wil graag dat het onderzoek-Sorgdrager voor het eind van het jaar wordt afgerond, de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft aangegeven dat een onderzoek als dit doorgaans een jaar in beslag neemt. De status van de onderzoeken en de onderzoekers mogen dan verschillen, maar de eindrapporten kunnen overlappingen vertonen.

Vraag 2: Hoe gaan de onderzoekers om met eerdere onderzoeken?

De NVWA moet inmiddels gewend zijn om zelf onder het vergrootglas te liggen. In 2013 toonde de Algemene Rekenkamer zich kritisch over de fusie die tot de huidige organisatie leidde. Het kabinet startte in 2013 voor de NVWA een verbeterprogramma, dat in 2016 werd omgezet in het ‘herijkt’ plan van aanpak: NVWA 2020.

Ondertussen heeft ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid van zich laten horen. Een nieuwsbericht herinnerde onlangs aan de eigen rapporten ‘Naar een voedselbeleid’ en ‘Toezien op publieke belangen’. De WRR:

“De destijds gepresenteerde analyses en voorstellen kunnen ook nu worden betrokken bij het trekken van lessen uit de fipronilcrisis.”

Hoe worden de eerdere onderzoeken en ervaringen meegenomen in de nieuwe onderzoeken van OVV en Sorgdrager? Zoals de OVV onderzocht wat er met de aanbevelingen over Odfjell was gebeurd, zo zou het ook nu interessant zijn om het lerend vermogen van zowel sector als toezichthouder tegen het licht te houden. Wat is er geleerd van het verleden? Wat is er met die lessen gedaan? Zijn er nieuwe lessen te leren? Of leren we het nooit?

Paul van Dijk

 

Advertenties

Transparantie financieel toezicht: verruiming beperkt

6 Sep

De financiële toezichthouders krijgen toch niet de mogelijkheid om namen van ondernemingen te noemen in onderzoeksrapporten. De AFM wilde deze bevoegdheid hebben, minister Dijsselbloem wilde deze wens honoreren, maar de Raad van State stak er een stokje voor. In het onlangs ingediende wetsvoorstel over “transparant toezicht” is de bevoegdheid geschrapt.

De Raad van State stelde dat de publicatie van tot individuele ondernemingen herleidbare gegevens op gespannen voet zou staan met Europese regels. Deze kritiek heeft geleid tot het schrappen van dit onderdeel. Volgens minister Dijsselbloem zou de bevoegdheid “ingewikkeld” worden als hieraan verschillende voorwaarden zouden moeten worden verbonden. “Een dergelijke bevoegdheid wordt door de toezichthouders onwenselijk geacht en zou niet of nauwelijks gebruikt worden.”

Het voorstel voor de “Wet transparant toezicht financiële markten” bevat nog wel de bevoegdheid om te waarschuwen bij alle overtredingen van de Wet op het financieel toezicht, als dat nodig is om schade te voorkomen of te beperken. Ook kunnen AFM en DNB straks in spoedgevallen reageren op uitlatingen van een overtreder met de onverwijlde publicatie van een waarschuwing of een bestuurlijke sanctie. Het wetsvoorstel geeft DNB de bevoegdheid om bepaalde kerngegevens openbaar kan maken die door banken worden gepubliceerd.

De verruiming van de mogelijkheden om informatie te delen over het toezicht op afzonderlijke instellingen draagt bij aan transparanter toezicht op de financiële markten, aldus de memorie van toelichting:

“Transparanter toezicht verbetert de informatiepositie van het publiek en kan het vertrouwen in de financiële sector en de toezichthouders versterken en de naleving van wetgeving bevorderen. Transparantie leidt zo tot beter functioneren van de financiële markten. Het wetsvoorstel sluit aan bij de wens van de regering om zoveel mogelijk openheid te geven over het toezicht op de financiële markten en komt daarnaast tegemoet aan wensen die door de AFM en DNB zijn geuit.”

Het wetsvoorstel is op 4 september ingediend bij de Tweede Kamer. Klik hier voor meer informatie.

%d bloggers liken dit: