Archief | februari, 2018

Serious games en gamification in toezicht

28 Feb

De Inspectie Leefomgeving en Transport zit middenin een grote transformatie en vraagt zich af of en hoe games deze transformatie kunnen ondersteunen. Op 23 februari organiseerde de ILT een lunchlezing door Marcus Vlaar, een van de oprichters van RANJ Serious Games. Rob Velders was erbij.

Na de Parlementaire Enquête inzake de Fyra, de komst van Jan van den Bos als inspecteur-generaal en tamelijk dramatische 360˚feedback heeft de ILT besloten te transformeren. Daarover berichtte de Toezichttafel al eerder.

Schermafbeelding 2018-02-28 om 22.34.28

Vlaar begon zijn betoog met de mededeling dat 2,7 miljard mensen dagelijks spelletjes spelen. De speeltijd die dagelijks wordt besteed aan Candy Crush overtreft de tijd die  het personeel van de vier grootste bedrijven in werk steekt. Er moet dus iets aantrekkelijks in zitten. Volgens Vlaar werkt het emotioneel raken van mensen beter dan het rationeel overtuigen; dat is de kracht van gaming.

Serious gaming

Serious gaming is het oefenen voor het onverwachte in een veilige omgeving. Fouten maken is dan niet erg: “stress in real life” is “fun in gaming”. En een spel is leuk, niet omdat het makkelijk is maar juist omdat het moeilijk is. Je moet af en toe door het ijs zakken om te leren van fouten.

Als de transformatie een spel was, hoe zou het dan beter, leuker efficiënter kunnen? 

Serious games zijn vooral snel, gericht op de korte termijn en het bereiken van een grote groep. Een mooi voorbeeld is Holle Bolle Gijs in de Efteling. Kinderen vinden het leuk om vuilnis te verzamelen.

Maar het kan ook serieuzer. Vlaar toonde een voorbeeld uit Vlaanderen waarin mensen werden gestimuleerd om niet te snel te rijden in een soort spelvorm. Wie correct rijdt krijgt een lot. En dat lot werd betaald uit de boetes van de hardrijders.

Het principe van een game werkt ongeveer als volgt:

principe game

Vlaar toonde een filmpje van het Practicing Law Institute:

Een goed spel biedt ruimte en mogelijkheden voor alle verschillende leerstijlen. Voor mensen die eerst de gebruiksaanwijzing en instructies willen lezen, maar ook voor mensen die meteen beginnen, etc.

De FIOD maakt er ook gebruik van.

fiod game

 

kvi

Gamification

Gamification is gericht op duurzame gedragsverandering door het aanbrengen van nieuwe, motiverende structuren op lange termijn. Vlaar gaf  inzage in het gebruik van gamification bij Albert Heijn.

aandelenspel

Een van de geleerde lessen was daar: Start small, scale fast. De verkoop in de filialen waar de games werden getest ging met 10% omhoog en die van aanbiedingen zelfs met 300%. Maar ook een hoger doel werd bereikt. De motivatie van personeel werd veranderd: “Ik moet niet brood snijden maar verkopen”. En dat had weer invloed op het denken van het management; van het geven van concrete opdrachten naar het uitdagen van personeel.

In vaktermen was de opbrengst:

  1. Autonomy: ik mag keuzes maken
  2. Social binding: betrokkenen voelen zich betrokken bij de resultaten
  3. Mastery: beter worden, nieuwe inzichten.

Vlaar rondde af met de constatering dat mensen in een spel vaak andere keuzes maken dan ze vooraf dachten. Een game is dan ook niet zozeer gericht op goed en fout maar op het krijgen van inzichten. Een spel levert het meeste op als het onderdeel is van een bredere aanpak zoals trainingen, hr-beleid en cultuurverandering. uitgangspunten

Rob Velders

Advertenties

“Toezichthouders moeten kritischer zijn op cultuur en gedrag in eigen organisatie”

23 Feb

“Toezichthouders moeten kritischer zijn op cultuur/gedrag in de eigen organisatie, inclusief de dynamiek in de top, en hierover transparant zijn naar buiten.” Deze stelling werd gesteund door een meerderheid van de aanwezigen bij de mini-conferentie “Toezichthouden is een vak”. 

De bijeenkomst werd donderdag georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van Annetje Ottow als faculteitsdecaan en haar aantreden als vice-bestuursvoorzitter van de Universiteit Utrecht.

IMG_0918

Hoogleraar Femke de Vries steunde Ottows pleidooi voor een “juridische ruggengraat”, maar wees ook op het belang van flexibiliteit. Van een toezichthouder wordt niet alleen verwacht dat hij naleving controleert, hij moet ook problemen oplossen. Het is dan “all in the game” dat een toezichthouder door de rechter wordt teruggefloten, al zou die zelf ook wel wat meer reflectie mogen tonen:

“Ook de rechter moet zich meer bewust zijn van maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen in het toezicht.”

Oprechte openheid

Inspecteur-generaal Ronnie van Diemen van de IGJ i.o. pleitte voor “oprechte openheid”, ook bij toezichthouders zelf. Transparantie moet leiden tot leren en verbeteren en kan dan bijdragen aan vertrouwen en gezag.

Ook De Vries pleitte voor transparantie:

“Hoe kun je anderen vragen om een lerende organisatie te zijn, als je als toezichthouder zelf niet transparant bent over fouten?”

Volgens Van Diemen vraagt openheid ook om beslotenheid. Een patiënt die over zijn angsten praat, moet weten dat zijn verhaal niet buiten de kamer komt. En een arts moet kunnen vertellen wat er niet goed is gegaan.

Nieuwe toezichthouders

Deze tijd vraagt om nieuwe toezichthouders, die de balans weten te vinden tussen bescherming en innovatie, aldus hoogleraar Judith van Erp. Zij wees daarbij op de verschillende strategieën om om te gaan met schadelijk gedrag dat (nog) niet verboden  is: niets doen, pleiten voor regels, wettelijke kader zoeken of informeel toezicht houden.

“Het toezicht verandert, van strenge handhaving naar gezaghebbend beïnvloeden.”

LITER of LITE?

Rode draad in het mini-symposium was de set van vijf principes van Ottow voor goed toezicht: Legality, Independence, Transparency, Effectiveness en Responsibilty.

Anna Gerbrandy wierp de vraag op of alle letters van “LITER” nodig zijn. De hoogleraar stelde dat de “R” voor markttoezichthouders alleen toegevoegde waarde heeft als zij de mogelijkheid krijgen om zelfstandig een afweging te maken tussen marktbelang en publieke belangen.

Maar, waarschuwde ACM-bestuurder Henk Don, het ontbreekt toezichthouders aan democratische legitimatie om deze politieke afweging te maken. Volgens zijn collega Frank Elderson (DNB) hebben toezichthouders wel het mandaat om onderwerpen te agenderen en aan te geven wat ze wél willen zien.

OESO vraagt reacties op “toolkit” voor beoordeling van toezicht

16 Feb

De OESO heeft een toolkit gepresenteerd waarmee het ontwikkelingsniveau van toezicht kan worden beoordeeld. De twaalf criteria, uitgewerkt in 48 sub-criteria, moeten helpen om sterktes en zwaktes van een toezichthouder of een handhavingsregime in beeld te brengen.

De OESO heeft nu een concept van de checklist gepubliceerd, waarop tot 13 maart kan worden gereageerd.

De toolkit is gebaseerd op  de OECD Best Practice Principles for Regulatory Enforcement and Inspections uit 2014.

Lees hier de Draft OECD Enforcement and Inspections Toolkit.

%d bloggers liken dit: