Archief | april, 2018

Tweede Kamer werkt aan eigen studies naar NVWA

26 Apr

De commissie LNV van de Tweede Kamer laat de NVWA vergelijken met andere toezichthouders in binnen- en buitenland. De “verkennende studies” moeten leiden tot “helderheid over verwachtingen van de Kamer en mogelijkheden van de NVWA om daaraan te voldoen”.

Voor de vaste commissie is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een “prioritair kennisthema”. Binnenkort wil zij met de NVWA praten over de kritische prestatie-indicatoren die de toezichthouder zelf heeft vastgesteld. De commissie heeft de staf ook gevraagd om uit te zoeken “welke informatieverplichting de minister dan wel de NVWA zelf heeft richting de Kamer”. Op 14 juni is er een algemeen overleg over de toezichthouder.

De NVWA ligt niet alleen onder het parlementaire vergrootglas. Winnie Sorgdrager en de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoeken de rol van de inspectie in de fipronil-affaire. Daarnaast werkt de Algemene Rekenkamer aan een rapport over het risicogerichte toezicht door de NVWA (en ILT),

De verkennende studies van de Kamer moeten na de zomer gereed zijn en kunnen leiden tot een besloten gesprek tussen de commissie en de NVWA. De NVWA wordt vergeleken met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De commissie wil inzicht in de interne verantwoordelijkheidsverdeling, de ontwikkeling van het aantal fte, het risicogestuurde toezicht en de kosten. Ook komt er een vergelijking tussen de NVWA en twee vergelijkbare instituten in nabije buitenlanden.

Lees hier meer over de besluiten van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Toezicht in Transitie 2018

De seminarreeks “Toezicht in transitie 2018” besteedt aandacht aan verschillende veranderingen in het toezicht, met als ondertitel “Toezicht met gezag – Gezag met toezicht”. De vier seminars hebben elk een eigen perspectief: legitimiteit, recht, netwerken en gedrag. De reeks start op 16 mei en eindigt op 6 juni. Aanmelden kan hier.

Advertenties

Toezicht in transitie: bijna vijf jaar na de WRR

24 Apr

Het WRR-rapport “Toezien op publieke belangen” viert dit jaar het eerste lustrum. Een mooi moment voor een evaluatie: wat gaat goed en wat kan beter? Deze vragen komen ook aan de orde tijdens de reeks seminars “Toezicht in transitie 2018”, die op 16 mei van start gaat.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zag in september 2013 drie “dominante orientaties” in beleid en praktijk, in “denken en doen” over rijkstoezicht.

  • nadruk op lasten en kosten
  • nadruk op de nalevings- en handhavingsfunctie
  • nadruk op de politiek-bestuurlijke functie.

Aanbevelingen

De WRR pleitte voor een “verruimd perspectief op rijkstoezicht” en kwam tot zeven aanbevelingen:

  1. Herijk de rijksvisie op toezicht
  2. Bevorder een opbrengstgerichte cultuur en verbeter de infrastructuur voor sterkere wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie van toezicht
  3. Bevorder het gebruik van krachtenveldanalyses bij vraagstukken rond het instellen, vormgeven en uitoefenen van het rijkstoezicht
  4. Versterk de reflectieve functie van de rijkstoezichthouders
  5. Zorg voor een sterkere borging van de onpartijdige functievervulling en daarmee samenhangende onafhankelijke positionering van toezichthouders
  6. Zorg voor een adequate publieke verantwoording van toezichthouders over ingezette capaciteit, instrumenten en bereikte resultaten en voor een passende verantwoordingrelatie met het parlement
  7. Zorg voor een reële verhouding tussen de van het toezicht verwachte opbrengsten en de daarvoor beschikbare capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief

    Schermafbeelding 2018-04-24 om 11.25.33

    Bron: WRR 2013

 

Verbetervoorstellen

Wat is er gebeurd met de aanbevelingen? Over de eerste kunnen we kort zijn: het toenmalige kabinet vond een nieuwe rijksvisie niet nodig. Wel verscheen er na twee jaar een kabinetsreactie met zeven “verbetervoorstellen:

  1. Het kabinet wil dat de zorg voor een effectieve borging van publieke belangen binnen het toezicht een meer centrale plek krijgt,
  2. Het kabinet blijft kritisch kijken naar nut en noodzaak van nieuwe regels en biedt zoveel mogelijk weerstand aan de risico-regelreflex,
  3. Het kabinet zorgt voor een goede verhouding tussen de beoogde opbrengsten van het toezicht en de inzet in personele zin en evalueert dat ook,
  4. Het kabinet roept toezichthouders op te rapporteren over de effecten en effectiviteit van hun optreden en beoordeelt toezichthouders daarop,
  5. Het kabinet staat meer dialoog en samenspel voor over knelpunten tussen beleid en toezicht en roept toezichthouders op meer gebruik te maken van krachtenveldanalyses,
  6. Het kabinet zal nog een standpunt innemen over de mogelijkheid van verankering van onafhankelijke positionering van toezichthouders naar aanleiding van een project hierover binnen de Hervormingsagenda Rijksdienst,
  7. Het kabinet werkt de komende jaren aan het beter uitleggen aan de samenleving waar het toezicht voor staat en aan het meer inzichtelijk maken van de maatschappelijke opbrengsten van toezicht.

In hoeverre hebben deze verbetervoorstellen geleid tot veranderingen? We weten dat er geen wettelijke verankering is gekomen van de onafhankelijke positie van het rijkstoezicht (voorstel 6). Maar wat is er verder veranderd?

Bijna vijf jaar na de WRR en drie jaar na de kabinetsreactie is het interessant om te kijken of en hoe de aanbevelingen” en verbetervoorstellen het beleid en praktijk hebben veranderd.

Reeks

De seminarreeks “Toezicht in transitie 2018” besteedt aandacht aan verschillende veranderingen in het toezicht. Is inderdaad sprake van een transitie? En is er een verband tussen de aanbevelingen en verbetervoorstellen van toen en de veranderingen van nu? Welke trends zijn belangrijk?

De rode draad van de reeks is “Toezicht met gezag – Gezag met toezicht”. De vier seminars kiezen elk een eigen perspectief: legitimiteit, recht, netwerken en gedrag. De reeks start op 16 mei en eindigt op 6 juni. Aanmelden kan hier.

Paul van Dijk

%d bloggers liken dit: