Samenvatting kamerbrief inzake de aanbevelingen van de cie Van Aartsen

13-12-2021
Kamerbrief staatssecretaris Weyenberg (I&W)
11 pagina’s

In een brief aan de Tweede Kamer ondersteunt Staatssecretaris Steven van Weyenberg (I&W) – vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid voor de goede uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) – de aanbevelingen van de commissie van Aartsen (Om de leefomgeving, omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur). Onder het volgende venster leest u een opsomming van zijn voornemens per aanbeveling.

Aanbeveling 1: Verhogen ondergrens omgevingsdiensten
“Ik wil daarom in gesprek gaan met gemeenten en provincies als eigenaren van omgevingsdiensten en met Omgevingsdienst NL over hoe op de beste manier invulling kan worden gegeven aan deze aanbeveling. (..) Voor mij is daarbij de kernvraag welke minimale eisen voor kwaliteit en robuustheid nodig zijn voor omgevingsdiensten om deskundig en professioneel te kunnen opereren en daarmee een krachtig, deskundig en onafhankelijk milieutoezicht in Nederland te kunnen garanderen. Ik zie hierbij onder andere de mogelijkheid dat in de regelgeving de op dit moment bestaande “kringen van gemeenten” worden geschrapt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de oorspronkelijke bedoeling van de inrichting van het VTH-stelsel waarbij er congruentie is tussen de grenzen van de omgevingsdiensten en de veiligheidsregio’s. Dat moet nader worden verkend.”

Aanbeveling 2: Verbetering kwaliteit omgevingsdiensten
“Om de kwaliteit te verbeteren en af te stemmen op de aard van de inrichtingen wil ik – gebruik makend van wat hierover al is opgenomen in de modelverordeningen van IPO en VNG en met behulp van het uitgevoerde kwantitatief onderzoek – samen met provincies en gemeenten landelijke criteria voor de minimaal vereiste kritische massa opstellen.”
“Daarnaast ben ik er voorstander van om het algemeen bestuur van de omgevingsdienst de bevoegdheid te geven om regionaal het benodigde deskundigheidsniveau van omgevingsdiensten vast te stellen.”

Aanbeveling 3: Strafrechtelijke handhaving en vervolging
De uitvoering van de opsporing is niet optimaal. Om deze uitvoering te versterken, spant het Rijk zich in om met de betrokken partners de volgende stappen te zetten:
Stap 1: Versterking van de governance van de opsporing van milieucriminaliteit
Stap 2: Meer prioriteit voor opsporing van milieucriminaliteit bij OM en politie

Stap 3: Extra capaciteit hele keten
– opleiden en trainen van boa’s van omgevingsdiensten inzake signalen van milieucriminaliteit
– oormerken van recherchecapaciteit
– versterken van milieucapaciteit bij het functioneel parket
– blijven opleiden en trainen van rechters in milieucriminaliteit

Stap 4: Adviesaanvraag Raad van State

Aanbeveling 4: Basistakenpakket
“Er wordt een circulaire opgesteld met de definitieve uitleg/interpretatie van het basistakenpakket. Deze circulaire maakt een einde aan de kennelijk nu bestaande interpretatieverschillen en maakt het voor gemeenten en provincies duidelijk welke taken onder het basistakenpakket vallen.”
“De provincies die het betreft worden aangespoord om volgens de escalatieladder van het interbestuurlijke toezicht (IBT) ervoor te zorgen dat de uitvoering van de basistaken van de betreffende gemeenten bij de omgevingsdiensten worden belegd en de geldende wettelijke verplichtingen overal in Nederland worden nagekomen.”

Aanbeveling 5: Landelijke normfinanciering
“Ik wil me samen met provincies en gemeenten inzetten om het instrumentarium voor de bekostiging van de omgevingsdiensten te herzien door het opstellen van een algemene norm voor de bekostiging van omgevingsdiensten die garandeert dat de opgedragen taken ook daadwerkelijk goed kunnen worden uitgevoerd. Hierover worden met alle partijen afspraken gemaakt in een nader te bepalen arrangement.”
“Verder onderzoek ik hoe het Rijk financieel – op een nader te bepalen wijze – kan bijdragen aan de uitvoering van de overkoepelende taken van omgevingsdiensten die van belang zijn voor het VTH-stelsel. Het gaat hierbij om zaken als versterking van de kennisinfrastructuur en innovatie.”

Aanbeveling 6: Informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en –deling
“Er bestaat al een gedeeld informatiesysteem: de Inspectieview. Met de omgevingsdiensten is afgesproken dat zij alle in het eerste kwartaal van 2022 individueel op de Inspectieview zijn aangesloten. Het OM wordt ook op de Inspectieview aangesloten. Daarnaast start ik de voorbereidingen om in de wet te regelen dat de Inspectieview het verplichte systeem is om informatie te delen. Ook wordt onderzocht welke andere overheden – zoals de veiligheidsregio’s – op de Inspectieview zouden moeten aansluiten om een sluitend systeem van informatiedeling te krijgen.”
“Ik vind het belangrijk dat het doel van een gevuld systeem met betrouwbare en complete data van alle betrokken partijen zo snel mogelijk wordt gerealiseerd. (..) Hiervoor moet elk van de aangesloten partijen (omgevingsdiensten, ILT, politie, NVWA) de informatiehuishouding op orde brengen. Het gaat dan om het opslaan van betrouwbare data. Ik help alle betrokken partijen bij het realiseren van bovengenoemd doel. Zo onderzoek ik welke gegevens minimaal via Inspectieview ontsloten moeten worden voor een goed functionerend VTH-stelsel en welke kwaliteit de data moeten hebben. Ook wil ik tijdelijk ondersteuning bieden op het niveau van de bronhouder.”
“Om op nationaal niveau informatie te kunnen verzamelen, te interpreteren en te analyseren over toezicht, handhaving, opsporing en innovatie voor alle betrokken stakeholders, onderzoek ik de inrichting van een voorziening met fte’s.”
“Ik omarm het voorstel van de commissie Van Aartsen om de kennisinstituten Omgevingsdiensten NL en BRZO+ te versterken. Het aanstaand missionair kabinet moet besluiten of, en zo ja welke, gelden vrijgemaakt worden om beide instituten zo snel mogelijk als robuuste kennisinstituten voor de omgevingsdiensten in positie te brengen voor al die zaken die individuele omgevingsdiensten overstijgen zoals opleidingen, kennisopbouw en coördinatie van bijvoorbeeld visitaties. Ook wordt bij beide kennisinstituten een functie voorzien als centrale unit.”

Aanbeveling 7: Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid
“Er is een duidelijke verplichting tot het voeren van één uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid met één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse. (..) Ter ondersteuning van deze aanpak wil ik onderzoeken hoe de regelgeving aangepast kan worden zodat duidelijk wordt dat het gaat om een regionale strategie voor het gebied dat een omgevingsdienst bedient en te benadrukken dat de gezamenlijke bevoegde gezagen hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben.”

Aanbeveling 8: Positie directeur omgevingsdienst
Vanzelfsprekend bepaalt het bevoegd gezag via haar beleid de prioriteiten van de omgevingsdiensten, maar in de uitvoering van haar taken op het gebied van toezicht en handhaving moeten omgevingsdiensten tegelijkertijd onafhankelijk kunnen opereren. (..) Graag wil ik samen met provincies en gemeenten een voorstel formuleren hoe dit ook op decentraal niveau precies ingericht wordt.”
“Daarnaast kan het de onafhankelijkheid van de uitvoering van toezicht en handhaving versterken als de positie van de directeur van een omgevingsdienst op een vergelijkbare manier wordt ingevuld als de functie van heffingsambtenaar in de belastingwetgeving. (..) Deze mogelijkheid wil ik met gemeenten en provincies verder onderzoeken.”
“Tevens onderzoek ik de mogelijkheid om de basiscompetenties voor de positie van directeur van een omgevingsdienst in regelgeving op te nemen.”

Aanbeveling 9: Inrichten rijkstoezicht omgevingsdiensten
“Met provincies, gemeenten en omgevingsdiensten wil ik een systeem voor visitatie van omgevingsdiensten inrichten. Hierbij wordt een tweejaarlijkse cyclus voorzien voor het opzetten en organiseren van de visitaties, het verwerken van de verbeterpunten in het kwaliteitssysteem en centraal rapporteren over de uitkomsten. In 2022 zou de eerste visitatieronde al kunnen starten.”
“Daarnaast kan de ILT het functioneren van het VTH-stelsel thematisch en signalerend onderzoeken en monitoren.”

Aanbeveling 10: Uitvoeringstoets omgevingsplannen
“Samen met de ministers van BZK, JenV, gemeenten en provincies zal ik onderzoeken hoe deze aanbeveling in het licht van de nog inwerking te treden Omgevingswet het beste invulling kan krijgen.”

Zie ook:

Categorieën:VTH-Stelsel milieu

Tagged as:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s