Nauwelijks toezicht op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Het toezicht op naleving van de vergunningseisen in de praktijk door beveiligingsorganisaties en recherchebureaus wordt niet of nauwelijks uitgevoerd. Er is beperkt toezicht op het personeel dat een legitimatiepas als beveiliger of particulier rechercheur heeft, maar leidinggevenden en beleidsbepalend personeel blijven buiten beeld. Dit blijkt uit een rapport van de Inspectie Justitie & Veiligheid

In Nederland zijn circa 3.000 vergunde bedrijven op het terrein van particuliere beveiliging en recherche actief. Particuliere beveiligingsorganisaties bewaken de veiligheid van personen en goederen en waken tegen verstoring van orde en rust op terreinen en in gebouwen. Particuliere recherchebureaus doen onderzoek naar personen in opdracht van particulieren en private en publieke organisaties.

De Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Wpbr) stelt daarom wettelijke eisen aan bedrijven die beveiligings- of recherchewerkzaamheden verrichten. Kern van de Wpbr is dat particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus een vergunning en personen die daarin werkzaam zijn een toestemming nodig hebben om in de beveiligingsbranche te mogen werken of om recherchewerk te mogen uitvoeren.

De minister van Justitie en Veiligheid is bevoegd om vergunningen aan bedrijven en toestemming aan leidinggevenden en beleidsbepalend personeel te verlenen, te verlengen en in te trekken. De politie adviseert over deze besluiten. De politie is daarnaast belast met het verlenen, verlengen en intrekken van toestemmingen aan personeelsleden van beveiligingsbedrijven en particuliere recherchebureaus. Voorts houdt de politie het toezicht op naleving van de voorwaarden bij vergunningen en of personeelsleden nog voldoen aan de vereisten waarmee zij een toestemming hebben verkregen, zoals betrouwbaarheidsvereisten. Deze taken zijn wettelijk opgedragen aan de korpschef van de politie en maken dan ook onderdeel uit van de korpscheftaken.

Hoofdvraag: Hoe geeft de politie invulling aan het toezicht op de particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus?

Uit het onderzoek blijkt dat het toezicht op naleving van de vergunningseisen in de praktijk door beveiligingsorganisaties en recherchebureaus niet of nauwelijks wordt uitgevoerd. Er is beperkt toezicht op het personeel dat een legitimatiepas als beveiliger of particulier rechercheur heeft, maar leidinggevenden en beleidsbepalend personeel blijven buiten beeld.

Rechtsgelijkheid en een uniforme werkwijze zijn belangrijke uitgangspunten voor het toezicht op de Wpbr. De borging van deze waarden staat onder druk, mede door de gedeconcentreerde uitvoering waarbij eenheden of delen daarvan op eigen manier invulling geven aan de wet en de Werkinstructie. De toezichtstaak op de Wpbr wordt daarnaast bemoeilijkt door verouderde wetgeving. Bovendien is er te weinig capaciteit en te weinig specialistisch opgeleid personeel voor het werkaanbod dat er ligt. Korpschef-taken (hierna: KC-taken) heeft binnen (en buiten) de politie soms een zwakke positie waardoor synergie tussen de teams KC-taken en in- en externe organisatieonderdelen niet tot stand komt. Tot slot: er is geen zicht op en geen toezicht op onvergunde particuliere beveiligingsbedrijven en recherchebureaus.

De inspectie beveelt de minister van J&V aan:

  • op korte termijn binnen haar ministerie te komen tot een heldere toewijzing van de verantwoordelijkheden voor het beleid en aansturing van de uitvoering van het reguleringsstelsel van de beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Dit omvat ook het maken van afspraken met de korpschef over het uitvoeren van de korpscheftaak voor de Wpbr en met Justis.
  • om de huidige wet, in gezamenlijkheid met betrokken partijen, te evalueren. Het lijkt de inspectie zinvol na te gaan waar anno 2022 de regulering van de veiligheidsbranche vanuit het oogpunt van het publieke belang het meest kritisch is en of en zo ja, op welke wijze het stelsel aanpassing behoeft. Hierbij merkt de Inspectie op dat het voor de regulering van de sector van belang is dat er evenwicht is in de aandacht die de overheid geeft aan vergunde bedrijven en bedrijven die zich aan het vergunningensysteem onttrekken.

De Inspectie beveelt de korpschef aan om

  • op korte termijn met de minister van Justitie en Veiligheid en het Openbaar Ministerie afspraken te maken over het (niveau van het) uit te voeren toezicht op de sector, voor respectievelijk de vergunde en onvergunde bedrijven.
  • te bevorderen dat de politie intern is toegerust om de toezichttaak te kunnen uitvoeren. Hierbij is onder andere van belang dat de politie zich een informatiepositie (met interne en externe bronnen) verschaft om meer risicogestuurd te kunnen werken zodat met de beschikbare capaciteit een maximaal effect kan worden gesorteerd.

Zie ook:

Categorieën:Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s