Omtzigt doet 13 voorstellen om rijksinspecties onafhankelijker te maken

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt presenteert in zijn initiatiefnota 13 beslispunten die de onafhankelijkheid van rijksinspecties moeten versterken.

De voorstellen zijn verdeeld over zes thema’s:

I. Het beperken van bevoegdheden van bewindspersonen ten aanzien van rijksinspecties. 
II. Het versterken van de onafhankelijkheid van de leiding van rijksinspecties.
III. Het vestigen van een budgetrecht van rijksinspecties. 
IV. Voorkomen van oneigenlijke beïnvloeding. 
V. Het verstevigen van de politiek-maatschappelijke informatiefunctie. 
VI. Het verminderen van conflicterende belangen van ministeries en rijksinspecties.

Beslispunten

De beslispunten zijn (kortweg):

  1. Minder bevoegdheden voor de minister
  2. Collegiale bestuursvorm, buiten bestuursraad
  3. Waarborgen benoeming en aanstelling van leiding
  4. Beoordeling functioneren buiten ministerie
  5. Budgetrecht voor rijksinspecties
  6. Onafhankelijke onderzoeksstandaarden
  7. Onafhankelijke adviezen
  8. Tweede Kamer kan inspecties uitnodigen en onderzoek vragen
  9. Inspecteur-generaal kan Kamer informeren
  10. Versteviging politiek-maatschappelijke positie en informatiefunctie
  11. Verminderen van conflicterende belangen
  12. Heroverweging en eventueel herschikking van takenpakket
  13. Versterking formele scheiding tussen ministerie en rijksinspectie

Zie hier een overzicht van de beslispunten:

I. Inperking bevoegdheden van bewindspersonen ten aanzien van rijksinspecties

Beslispunt 1. Minder bevoegdheden minister
De regering beperkt de bevoegdheden van bewindspersonen ten aanzien van rijksinspecties.Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat:
1a. De aanwijzingsbevoegdheid van de minister wordt beperkt. Thans heeft de minister de bevoegdheid om rijksinspecties op te dragen wet- en regelgeving niet te handhaven. Deze bevoegdheid wordt beperkt: rijksinspecties kunnen geen aanwijzing meer krijgen om wet- en regelgeving niet te handhaven.
1b.  De goedkeuringsbevoegdheid van de minister voor het werkprogramma van rijksinspecties wordt beperkt. De minister mag zijn goedkeuring slechts onthouden indien het werkprogramma op ondeugdelijke wijze tot stand is gekomen. Eventuele opmerkingen van het ministerie over werkprogramma en jaarverslag van de rijksinspectie openbaar worden gemaakt op het moment van publicatie.

II. Versterking onafhankelijkheid leiding van rijksinspecties

Beslispunt 2. Collegiale bestuursvorm buiten bestuursraad
In de Wet op de rijksinspecties wordt vastgelegd dat de leiding van rijksinspecties wordt vormgegeven als een collegiale bestuursvorm met de Inspecteur-Generaal als voorzitter en vertegenwoordiger. Leden van het bestuur maken geen deel uit van de ministeriële staf/ bestuursraad.

Beslispunt 3. Waarborgen benoeming en aanstelling
Er worden waarborgen omtrent benoeming en aanstelling van de leiding van Rijksinspecties vastgelegd. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties:
3a.  Criteria voor (en waarborgen bij) benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leiding van rijksinspecties, en deze criteria te baseren op het versterken van onafhankelijkheid. Uitzonderingen hierop worden bij wet benoemd.
3b.  Dat bij de benoeming van de leiding van rijksinspecties beleid van toepassing wordt verklaard ten aanzien van het voorkomen van draaideurconstructies.
3c.  Dat aanstelling van de leiding van rijksinspecties plaatsvindt via open werving en op basis van een onafhankelijk opgesteld functieprofiel.

Beslispunt 4. Beoordeling functioneren buiten ministerie
In de Wet op de rijksinspecties wordt opgenomen dat de beoordeling van het handelen en functioneren van rijksinspecties buiten het ministerie wordt geplaatst en dat de verantwoordelijkheid hiervoor wordt belegd bij een onafhankelijke commissie. Deze commissie houdt toezicht op de kwaliteit en onafhankelijkheid van toezicht vanuit algemene beginselen van goed toezicht.

III.  Vestigen budgetrecht rijksinspecties

Beslispunt 5. Budgetrecht voor rijksinspecties
De regering vestigt een budgetrecht voor rijksinspecties. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat:
5a. Rijksinspecties een eigen budget uitgekeerd krijgen in de vorm van een lumpsumbedrag. De besteding van dit budget wordt vastgelegd in een separaat begrotingshoofdstuk van het betreffende ministerie.
5b.  De minister geen bemoeienis heeft met het budget of de uitgaven van rijksinspecties (met uitsluiting van verdenking van wanbeheer) nadat de Tweede en Eerste Kamer het budget hebben goedgekeurd (op grond van een vijfjarig werkprogramma en jaarplannen).

IV. Voorkomen van oneigenlijke beïnvloeding onderzoeken

Beslispunt 6. Onafhankelijke onderzoekstandaarden
De regering borgt dat rijksinspecties onderzoek uitvoeren op basis van onafhankelijke onderzoekstandaarden. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat:
6a. Rijksinspecties altijd op eigen initiatief een onderzoek kunnen starten en altijd zelf een onderzoeksbureau kunnen inschakelen zonder tussenkomst van een bewindspersoon.
6b. Rijksinspecties zonder bemoeienis zelfstandig de onderzoeksvraag kunnen vaststellen en een onderzoeksteam kunnen samenstellen.
6c.  Rijksinspecties onbeperkt en onbelemmerd toegang hebben tot welke bronnen van informatie dan ook die nodig zijn voor het onderzoek. Bij geheimhoudingsplicht wordt ontheffing hiervan verleend door de desbetreffende bewindspersoon.
6d. Rijksinspecties als enige zeggenschap hebben over de uiteindelijke conclusies, aanbevelingen en publicatiedatum van onderzoeksresultaten. 

Beslispunt 7. Onafhankelijke adviezen
De regering borgt dat rijksinspecties, op basis van onafhankelijk onderzoek, de minister en Kamer onafhankelijk adviseren. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat:
7a. Rijksinspecties gevraagd en ongevraagd advies kunnen uitbrengen op basis van de onderzoeksresultaten en dit advies openbaar maken.
7b.  Rijksinspecties de resultaten van hoor- en wederhoorprocedures van hun rapporten (inclusief eventuele opmerkingen van het ministerie) openbaar maken.
7c.  Het ministerie vier weken de tijd heeft om een beleidsreactie te formuleren op het onderzoeksrapport van de rijksinspectie. 7d. Rijksinspecties hun onderzoeken onverkort en rechtstreeks doorsturen aan de beide Kamers.

V. Verstevigen van politiek-maatschappelijke informatiefunctie

Beslispunt 8. Tweede Kamer kan inspecties uitnodigen en ondezoek vragen
De Tweede Kamer borgt in haar Regelement van Orde, dat een gekwalificeerde minderheid (van minimaal50 leden) van de Tweede Kamer een Inspecteur-Generaal of inspecteurs kan uitnodigen, bijvoorbeeld voor een technische briefing of een hoorzitting, dan wel een aanvraag kan indienen voor een onderzoek. Dit verzoek wordt middels een brief via de voorzitter naar de rijksinspectie gestuurd en de desbetreffende minister wordt hierover geïnformeerd.

Beslispunt 9. Inspecteur-generaal kan Kamer informeren
In de Wet op de rijksinspecties wordt de garantie opgenomen dat inspecteurs-generaal of inspecteurs op eigen verzoek, of op verzoek van de Kamer—zonder toestemming van bewindspersonen—de Kamer kunnen informeren.

Beslispunt 10. Versteviging politiek-maatschappelijke positie en informatiefunctie
De regering verstevigt de politiek-maatschappelijke positie en informatiefunctie van rijksinspecties. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat, naast onderzoeksrapporten ook:
10a. Werkprogramma’s, jaarverslagen en andere publicaties onverkort en onverwijld worden doorgestuurd aan de betreffende bewindslieden en de beide Kamers. Er geldt hier een uitzondering voor staatsgeheimen.
10c. Rijksinspecties beschikken over een eigen communicatie en woordvoering.

VI. Verminderen van conflicterende belangen ministeries en Rijksinspecties

Beslispunt 11. Verminderen conflicterende belangen
De regering vermindert conflicterende belangen tussen de rijksinspecties en sectoren door hieraan specifiek aandacht te besteden in het werkprogramma.

Beslispunt 12. Heroverweging en eventueel herschikking van takenpakket
Wanneer er sprake is van conflicterende rollen in het takenpakket van zowel een ministerie als een rijksinspectie wordt het takenpakket heroverwogen en— wanneer noodzakelijk—herschikt.

Beslispunt 13. Versterking formele scheiding tussen ministerie en rijksinspectie
De regering versterkt de formele scheiding tussen ministerie en rijksinspectie. Meer in het bijzonder wordt opgenomen in de Wet op de rijksinspecties dat:
13a. Medewerkers van een rijksinspectie uitsluitend onder verantwoordelijk staan van de rijksinspectie.
13b. Rijksinspecties altijd fysiek buiten het ministerie worden geplaatst.

Categorieën:Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s