Archief | Geen categorie RSS feed for this section

“Sorgdrager hard maar helder”

25 Jun

Het rapport-Sorgdrager t een hard maar helder oordeel over de fipronil-affaire. Dit zegt toezicht-expert Rob Velders. Lees hier zijn analyse:

Sorgdrager hard maar helder richting toezicht inzake fipronilcrisis

In een goed rapport heeft de commissie-Sorgdrager een hard oordeel gegeven over het acteren van alle partijen inzake wat is gaan heten de “fipronil-crisis”. Belangrijkste conclusie is dat het systeem dat gericht is op de voedselveiligheid, niet voldoende functioneert omdat alle actoren op onderdelen hun rol onvoldoende waarmaken. Alle partijen geven onvoldoende voorrang aan voedselveiligheid.

In de zomer van 2017 ontstond in korte tijd een crisis toen bekend werd dat fipronil, een verboden biocide, in eieren van een Belgische boer werd gevonden. Het FAVV seinde de NVWA in omdat het voer en de stalontsmetting door Nederlandse bedrijven werd verzorgd. Al snel bleek stalontsmetter Chickfriend de bron. Bovendien had die het middel al bij honderden kippenbedrijven toegepast in de strijd tegen bloedluis. Vervolgens ontstond er onduidelijkheid over de vraag hoe ernstig deze verontreiniging was en waarom de NVWA, die al eind 2016 en begin 2017 signalen over Chickfriend had ontvangen, dit niet diepgaander had opgepakt. Honderden bedrijven werden geblokkeerd en de sector riep dat de NVWA had verzaakt. Een crisis was geboren.

Er werden twee onderzoeken ingesteld; één door de commissie Sorgdrager en één door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Wat heeft Sorgdrager ten aanzien van het toezicht geconstateerd?

Systeem en systeembewaarder

De NVWA moet toezien op het systeem dat moet leiden tot voedselveiligheid, in dit geval van eieren bestemd voor consumptie. Er is een complex systeem opgetuigd van zelfregulering, certificering en toezicht dat vergt dat alle partijen hun rol daadwerkelijk goed oppakken en invullen, en dat er goede samenwerking is. De commissie constateert dat niemand voldoende invulling aan zijn rol heeft gegeVen. Ook de NVWA heeft gefaald, net als de departementen:

“De neiging bij de ministeries om beleids- en uitvoerende taken aan de toezichthouder op te dragen, belast de NVWA onevenredig zwaar en kan zo een slagvaardige en effectieve invulling van haar rol als sluitstuk van waarborgen voor de voedselveiligheid in de weg staan.”

Gebrek aan duidelijke interne procedures

Het ging ook binnen de NVWA behoorlijk mis. Sorgdrager constateert dat diverse signalen eind 2016 en begin 2017 aanleiding hadden moeten zijn voor actie. Die signalen bleven echter deels binnen de organisatie liggen of werden via informele weg overgedragen. Ook was er weinig terug te vinden over beslismomenten en afwegingskaders. Sorgdrager wijt dat aan de vele reorganisaties die onduidelijkheid hebben veroorzaakt maar ook aan de gebrekkige verantwoordelijkheidsverdeling en de beperkingen in de beschikbare capaciteit.

Gebrekkige samenwerking

De NVWA wordt verweten moeizaam samen te werken. Als het gaat om informatie-uitwisseling dan volgt de toezichthouder liever de veilige (juridische) weg van niets doen dan kijken wat mogelijk is. Naast de grote afstand tussen Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en de toezichtdivisies van de NVWA rammelde de samenwerking met andere toezichthoudende partijen zoals Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Controle Autoriteit Eieren, met het OM en met de certificeerders. De commissie adviseert daarom ook dat de taken van het NCAE snel geïncorporeerd worden in de NVWA, waarmee ook een weeffout van staatsecretaris Henk Bleker wordt hersteld.

Tegenstrijdige communicatie

Het laten optreden van de plaatsvervangend inspecteur-generaal in Nieuwsuur op 1 augustus, terwijl nog niet duidelijk is wat er aan de hand was en hoe groot het probleem was, vindt de commissie onverstandig. Na de kritiek op dat interview veranderde de NVWA van insteek hetgeen ook niet bijdroeg aan duidelijkheid. Het ware daarom beter geweest als de NVWA haar eigen media-kanalen zoals Twitter en de eigen website had gebruikt. De departementen wordt verweten dat zij ook de communicatie te veel aan de NVWA hebben overgelaten. Er was sprake van een crisis, en niet van een incident zoals men het toen nog inschatte.

Wat wel goed ging

De commissie wijdt er weinig woorden aan,maar is duidelijk over het uiteindelijke ingrijpen van de NVWA; dat was, gezien alle onzekerheden waarmee men te maken had, passend en functioneel. De commissie is ook te spreken over de integrale risico-analyses die de NVWA maakt, maar geeft wel aan dat de ontwikkeling van risicogericht toezicht sneller moet.

Maatregelen

De ministers hebben inmiddels gereageerd op het rapport dat ze, terecht, onderschrijven. Voedselveiligheid zal binnen de NVWA nadrukkelijker gepositioneerd worden. Met de aanstelling van een Chief Food Safety Officer (CFSO) op korte termijn komt binnen de NVWA een centrale functie voor voedselveiligheid. De interne afstemming, alsmede die met externe partijen, zal worden gestroomlijnd, evenals het opdrachtgeverschap van de departementen in relatie tot de NVWA. Bezien zal worden of extra capaciteit nodig is en de taken van NCAE zullen inderdaad geïntegreerd worden in de NVWA.

Claim tamelijk kansloos

De sector heeft vermoedelijk weinig kans op een schadevergoeding op basis van dit rapport. Immers, de commissie stelt dat boeren, zonder kritische vragen te stellen, in zee zijn gegaan met een bedrijf dat resultaten liet zien die te mooi waren om waar te zijn. Daarnaast heeft weliswaar de NVWA behoorlijke steken laten vallen, maar is er geen sprake van moedwillig of ernstig verwijtbaar verzuim door de toezichthouder.

De commissie constateert ook dat nu gebleken is dat velen in het systeem van voedselveiligheid hun taken onvoldoende invulden, niet van de toezichthouder kan worden verwacht dat die, als een soort last resort of panacee, voedselveiligheid kan garanderen.

Rob Velders

Rob Velders gaf ook een reactie op NPO Radio . Beluister hier het fragment.

Op de ToezichtTafel verscheen ook: Falen alom rond fipronil.

Advertenties

Falen alom rond fipronil

25 Jun

Toezichthouder NVWA heeft te weinig aandacht gegeven aan voedselveiligheid, maar ook bedrijven in de eierketen en de ministeries van VWS en LNV hebben fouten gemaakt. Dit concludeert de Commissie fipronil in eieren van Winnie Sorgdrager. Voor allen geldt dat zij “onvoldoende voorrang” hebben gegeven aan voedselveiligheid.

Sorgdrager is negatief over de reactie van de toezichthouder op de eerste signalen over het gebruik van fipronil. De NVWA had toen al de mogelijkheid om handhavend op te treden, maar er werd onvoldoende samengewerkt en verantwoordelijkheden werden niet helder belegd.

“De NVWA heeft niet adequaat gereageerd op de drie signalen over het gebruik van fipronil die zij kreeg in november 2016 en januari 2017. Dit leidde ertoe dat de overtreding van de biocidewetgeving kon voortduren. Ook concludeert de commissie Sorgdrager dat de NVWA onvoldoende was voorbereid op incidenten en crises en dat het ontbrak aan eenduidige communicatie.”

Aanbevelingen

Sorgdrager heeft aanbevelingen voor sector, ministeries en toezichthouder. Voor de NVWA:

“De NVWA moet garanderen dat voedselveiligheid binnen de organisatie de hoogste prioriteit krijgt en niet wordt afgewogen tegen andere waarden en belangen. Daarnaast moet de NVWA zorgen dat zij signalen snel, integraal en deskundig weegt, voordat de NVWA besluit of een signaal of melding strafrechtelijk of bestuurlijk wordt opgevolgd”

De NVWA moet ook werk maken van een goed beheer en een goede spreiding van kennis binnen de organisatie.

Terugtreden

Politici moeten niet denken (en zeggen) dat het publieke toezicht door zelfregulering kan terugtreden. aldus Sorgdrager tijdens de persconferentie.

“Politiek en bestuur hebben een te beperkte opvatting over hun eigen rol ten aanzien van voedselveiligheid en komen pas in actie als zich een incident of crisis voordoet.”

De ministeries moeten de toezichthouder in staat stellen voedselveiligheid tot prioriteit te maken in het handhavingsbeleid. Een “adequate toerusting” is nodig. Volgens Sorgdrager is het de taak van de regering om nog eens goed naar de taken van de NVWA te kijken.

“De neiging bij de ministeries om beleids- en uitvoerende taken aan de toezicht- houder op te dragen, belast de NVWA onevenredig zwaar en kan zo een slagvaardige en effectieve invulling van haar rol als sluitstuk van waarborgen voor de voedselveiligheid in de weg staan.”

Sorgdrager heeft vraagtekens bij de voordelen van eerdere fusies. “Je kunt de politiek wel een verwijt maken”, zei Sorgdrager, die er in het rapport wel voor pleit om de taken van de NCAE onder te brengen bij de NVWA.

Zij is ook kritisch over de rolverdeling tussen de ministeries van VWS en LNV:

“De verdeling van de beleidsverantwoordelijkheid voor voedselveiligheid over twee departementen heeft nadelen: ze splitst de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor sectoren die samen een productketen vormen op, verdeelt de kennis over voedselveiligheidsrisico’s en productieketens, zorgt voor extra af- stemmingsmomenten, leidt tot een dubbel opdrachtgeverschap en een dubbele aansturing op hoofdlijnen en is derhalve niet efficiënt.”

Hoog tijd

“Het is echt hoog tijd voor actie”, aldus Sorgdrager. Zij constateerde dat er eerdere incidenten zijn geweest, maar dat de aanbevelingen na de paardenvleesfraude niet zijn opgevolgd.

De ministers Bruins en Schouten gaan nu een “overkoepelend plan” opstellen dat in het najaar wordt gepresenteerd. Daarbij zullen eventueel ook aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid worden meegenomen.

Paul van Dijk

Toezicht als voorbode van crisis

22 Jun

Vertrekkend DNB-bestuurder Jan Sijbrand ziet drie voorbodes voor een volgende crisis. Daarvan hebben er twee direct te maken met toezicht: toezicht is het momentum verloren het is te verbrokkeld.

Sijbrand ziet een eerste signaal van een nieuwe crisis in de condities op de leveraged finance market.

Een tweede voorbode is de roep om proportioneel toezicht, die vergezeld gaat van zorgen over de kosten van toezicht.

De derde aanwijzing schuilt in de fragmentatie en gebrek aan coördinatie. Daarmee is er een risico op blinde vlekken, op “ongereguleerde situaties”.

Lees hier de passage over de voorbodes van een nieuwe crisis:

The period ahead of us is also interesting as we will have to watch out for the next crisis. Three harbingers of a new crisis are on the horizon, or have even already appeared:

Firstly: in the Leveraged Finance market, always a sensitive indicator of the credit cycle, conditions are weakening.

Secondly, supervision has lost its momentum. The focus is no longer on the rules, on increasing the safety of the sector. It has shifted once again onto jobs, onto growth. At times like these we can expect to see growing calls for more proportional supervision. This is already the case, and these calls are accompanied by concerns about the mounting costs of financial supervision…

The third harbinger is fragmentation and a lack of coordination across different areas of risk control and supervision. During the last crisis, this issue centered on asset backed securities which slipped through, between market risk control and credit risk control. At the moment you can see something similar with financial market infrastructures. In particular central counterparty clearing houses, falling in between payment services oversight and prudential supervision.

A third example is the anti-money laundering supervision and prudential supervision: one could argue that they are not optimally tuned… As it now stands, in some places there are partitions between institutions. This hampers coordination. And as a result, important risks can slip between the established institutions or departments…

The fragmentation I mentioned can lead to blind spots, to unregulated situations. People may think that they don’t have to deal with an issue because it’s actually someone else’s responsibility. But in the end no one deals with it.

Lees hier de hele speech: Interesting times ahead.

Kabinet wil “beter, slimmer en efficiënter toezicht”

19 Jun

Het kabinet beschouwt verbetering van het toezicht als een van de manieren om te komen tot betere regelgeving en dienstverlening voor ondernemers.het toezicht moet beter, slimmer en efficiënter worden, aldus de de brief over “Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018-2021”, die staatssecretaris Keijzer (EZK) aan de Tweede Kamer beeft gestuurd.

“De wijze waarop toezichthouders en inspecties hun toezicht organiseren, heeft een belangrijke invloed op de ervaren regeldruk door ondernemers. Daarom zijn zij continu op zoek naar de juiste balans tussen het borgen van publieke belangen en het voldoende ruimte bieden aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en instellingen om binnen de gestelde kaders te ondernemen en innoveren.”

Sporen

Het kabinet kiest vijf “sporen” in de ambitie om te komen tot betere regelgeving en dienstverlening.

  1. Betere nieuwe regels door effectieve consultatie, onafhankelijke toetsing en meer ruimte voor experimenteren;
  2. Merkbaar meer ruimte voor innovatie en ondernemerschap;
  3. Beter, slimmer en efficiënter toezicht;
  4. Betere regelgeving in Europa en bij gemeenten;
  5. Betere (digitale) dienstverlening

Lijnen

Het kabinet constateert dat toezichthouders en inspecties langs twee “lijnen” werken aan beter, slimmer en efficiënter toezicht:

  • Dattagedreven toezicht
  • Betere samenwerking

Merkbaar

Het kabinet wil “niet sturen op resultaten op basis van een generieke reductiedoelstelling”, maar kiest voor departementale actieprogramma’s. Doel is “merkbaar betere regelgeving en dienstverlening”.

“We willen ondernemers centraler stellen en samen met hen op zoek gaan naar juist die knelpunten die in de praktijk voor de meeste overlast zorgen. We willen daarbij niet alleen kijken naar het wegnemen van onnodige kosten, maar vooral ook kijken naar de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving, de wijze waarop het toezicht en de dienstverlening georganiseerd zijn en hoe de overheid ondernemers beter kan helpen bij het gebruikmaken van experimenteerruimte in wet- en regelgeving om zo de kansen van maatschappelijke en nieuwe technologische ontwikkelingen te verzilveren.”

Lees hier de brief van staatssecretaris Keijzer.

Tweede Kamer werkt aan eigen studies naar NVWA

26 Apr

De commissie LNV van de Tweede Kamer laat de NVWA vergelijken met andere toezichthouders in binnen- en buitenland. De “verkennende studies” moeten leiden tot “helderheid over verwachtingen van de Kamer en mogelijkheden van de NVWA om daaraan te voldoen”.

Voor de vaste commissie is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een “prioritair kennisthema”. Binnenkort wil zij met de NVWA praten over de kritische prestatie-indicatoren die de toezichthouder zelf heeft vastgesteld. De commissie heeft de staf ook gevraagd om uit te zoeken “welke informatieverplichting de minister dan wel de NVWA zelf heeft richting de Kamer”. Op 14 juni is er een algemeen overleg over de toezichthouder.

De NVWA ligt niet alleen onder het parlementaire vergrootglas. Winnie Sorgdrager en de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoeken de rol van de inspectie in de fipronil-affaire. Daarnaast werkt de Algemene Rekenkamer aan een rapport over het risicogerichte toezicht door de NVWA (en ILT),

De verkennende studies van de Kamer moeten na de zomer gereed zijn en kunnen leiden tot een besloten gesprek tussen de commissie en de NVWA. De NVWA wordt vergeleken met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De commissie wil inzicht in de interne verantwoordelijkheidsverdeling, de ontwikkeling van het aantal fte, het risicogestuurde toezicht en de kosten. Ook komt er een vergelijking tussen de NVWA en twee vergelijkbare instituten in nabije buitenlanden.

Lees hier meer over de besluiten van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Toezicht in Transitie 2018

De seminarreeks “Toezicht in transitie 2018” besteedt aandacht aan verschillende veranderingen in het toezicht, met als ondertitel “Toezicht met gezag – Gezag met toezicht”. De vier seminars hebben elk een eigen perspectief: legitimiteit, recht, netwerken en gedrag. De reeks start op 16 mei en eindigt op 6 juni. Aanmelden kan hier.

Toezicht in transitie: bijna vijf jaar na de WRR

24 Apr

Het WRR-rapport “Toezien op publieke belangen” viert dit jaar het eerste lustrum. Een mooi moment voor een evaluatie: wat gaat goed en wat kan beter? Deze vragen komen ook aan de orde tijdens de reeks seminars “Toezicht in transitie 2018”, die op 16 mei van start gaat.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zag in september 2013 drie “dominante orientaties” in beleid en praktijk, in “denken en doen” over rijkstoezicht.

  • nadruk op lasten en kosten
  • nadruk op de nalevings- en handhavingsfunctie
  • nadruk op de politiek-bestuurlijke functie.

Aanbevelingen

De WRR pleitte voor een “verruimd perspectief op rijkstoezicht” en kwam tot zeven aanbevelingen:

  1. Herijk de rijksvisie op toezicht
  2. Bevorder een opbrengstgerichte cultuur en verbeter de infrastructuur voor sterkere wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie van toezicht
  3. Bevorder het gebruik van krachtenveldanalyses bij vraagstukken rond het instellen, vormgeven en uitoefenen van het rijkstoezicht
  4. Versterk de reflectieve functie van de rijkstoezichthouders
  5. Zorg voor een sterkere borging van de onpartijdige functievervulling en daarmee samenhangende onafhankelijke positionering van toezichthouders
  6. Zorg voor een adequate publieke verantwoording van toezichthouders over ingezette capaciteit, instrumenten en bereikte resultaten en voor een passende verantwoordingrelatie met het parlement
  7. Zorg voor een reële verhouding tussen de van het toezicht verwachte opbrengsten en de daarvoor beschikbare capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief

    Schermafbeelding 2018-04-24 om 11.25.33

    Bron: WRR 2013

 

Verbetervoorstellen

Wat is er gebeurd met de aanbevelingen? Over de eerste kunnen we kort zijn: het toenmalige kabinet vond een nieuwe rijksvisie niet nodig. Wel verscheen er na twee jaar een kabinetsreactie met zeven “verbetervoorstellen:

  1. Het kabinet wil dat de zorg voor een effectieve borging van publieke belangen binnen het toezicht een meer centrale plek krijgt,
  2. Het kabinet blijft kritisch kijken naar nut en noodzaak van nieuwe regels en biedt zoveel mogelijk weerstand aan de risico-regelreflex,
  3. Het kabinet zorgt voor een goede verhouding tussen de beoogde opbrengsten van het toezicht en de inzet in personele zin en evalueert dat ook,
  4. Het kabinet roept toezichthouders op te rapporteren over de effecten en effectiviteit van hun optreden en beoordeelt toezichthouders daarop,
  5. Het kabinet staat meer dialoog en samenspel voor over knelpunten tussen beleid en toezicht en roept toezichthouders op meer gebruik te maken van krachtenveldanalyses,
  6. Het kabinet zal nog een standpunt innemen over de mogelijkheid van verankering van onafhankelijke positionering van toezichthouders naar aanleiding van een project hierover binnen de Hervormingsagenda Rijksdienst,
  7. Het kabinet werkt de komende jaren aan het beter uitleggen aan de samenleving waar het toezicht voor staat en aan het meer inzichtelijk maken van de maatschappelijke opbrengsten van toezicht.

In hoeverre hebben deze verbetervoorstellen geleid tot veranderingen? We weten dat er geen wettelijke verankering is gekomen van de onafhankelijke positie van het rijkstoezicht (voorstel 6). Maar wat is er verder veranderd?

Bijna vijf jaar na de WRR en drie jaar na de kabinetsreactie is het interessant om te kijken of en hoe de aanbevelingen” en verbetervoorstellen het beleid en praktijk hebben veranderd.

Reeks

De seminarreeks “Toezicht in transitie 2018” besteedt aandacht aan verschillende veranderingen in het toezicht. Is inderdaad sprake van een transitie? En is er een verband tussen de aanbevelingen en verbetervoorstellen van toen en de veranderingen van nu? Welke trends zijn belangrijk?

De rode draad van de reeks is “Toezicht met gezag – Gezag met toezicht”. De vier seminars kiezen elk een eigen perspectief: legitimiteit, recht, netwerken en gedrag. De reeks start op 16 mei en eindigt op 6 juni. Aanmelden kan hier.

Paul van Dijk

In 8 stappen naar toezicht met maatschappelijke waarde

19 Mrt

Welke toezichtstrategie draagt bij aan kwaliteit en veiligheid van zorg? Om deze vraag te beantwoorden introduceerde prof. dr. Ian Leistikow een model dat een brug moet slaan tussen wetenschappelijke inzichten over toezicht en de praktische werkelijkheid van inspecteurs.

Leistikow sprak vrijdag zijn inaugurale rede uit als bijzonder hoogleraar ‘Overheidstoezicht op Kwaliteit en Veiligheid van de Gezondheidszorg’. Het model bestaat uit acht stappen:

  1. Missie
    Expliciet maken van het bestaansrecht van de toezichthouder.
  2. Risico/probleem
    Afbakenen van het risico of het probleem dat aandacht behoeft.
  3. Adressant
    Bepalen wie door de toezichthouder kan worden aangesproken.
  4. Gewenst gedrag
    Bepalen welk gedrag van deze actor gewenst is om het risico of probleem te verminderen.
  5. Doel
    Scherp krijgen welk uiteindelijke doel met het gewenste gedrag bereikt moet worden.
  6. Interventie
    Ontwerpen en toepassen van een interventie om dit gedrag te bewerkstelligen.
  7. Effect
    Vaststellen van de gevolgen van de interventie.
  8. Communicatie
    Verspreiden van de uitkomsten en geleerde lessen.

Leistikow onderscheidt vier perspectieven bij het bepalen van de maatschappelijke waarde: het patiëntenperspectief, het perspectief van de professional, het politiek perspectief en het perspectief van het publiek. Het geïntroduceerde model moet de inspectie helpen om deze waarde te creëren. “Hoe kan de inspectie kiezen waar zij zich op richt, en waar dus niet op, welke interventies e ectief zullen zijn, hoe zij de consequenties van haar keuzes kan evalueren en hoe zij zich publiekelijk hierover kan verantwoorden?”

Prof. dr. Ian Leistikow, The Proof of the pudding, De waarde van overheidstoezicht op kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg. De oratie staat hier online.

%d bloggers liken dit: