Archief | markttoezicht RSS feed for this section

ACM neemt sectorspecifieke taken over van NZa

6 Feb

De ACM gaat de zorgfusietoets uitvoeren en toezicht houden op ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in de zorg. Dit schrijft minister Schippers (VWS) aan de Tweede Kamer.

“Deze bundeling van kennis zal worden versterkt door het aantrekken van nieuwe mensen met kennis van de gezondheidszorg. De minister van VWS krijgt de taken en bevoegdheden die horen bij de beleidsverantwoordelijke minister (AMM, zorgspecifieke fusietoets), waaronder de bevoegdheid om beleidsregels op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vast te stellen. Er zal worden gezocht naar maximale aanscherping van het beleid.Eén en ander zal worden neergelegd in een werkplan.”

De Tweede Kamer krijgt binnenkort de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Borstlap. Daarin wordt nader ingegaan op de verdere positionering van taken van de NZa.

Lees hier de brief over het verbeteren van de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.

Toezicht als investeren in vernieuwing

22 Jun

Niet alleen ondernemingen maar ook markttoezichthouders hebben een nieuw business model nodig. Zij moeten investeren in verandering, de zittende macht uitdagen en ruimte maken voor nieuwe toetreders. Dit zei innovatie-expert Charles Leadbeater tijdens de conferentie “Innovation in Oversight / Oversight and Innovation“.

foto-17

Innovatie-expert Charles Leadbeater laat zich ook inspireren door Johan Cruyff

Met de conferentie vierde de Autoriteit Consument & Markt op 20 juni het 1-jarig bestaan. Het katoenen jubileum werd luister bijgezet met de opening door koningin Máxima. Op de agenda stond de vernieuwing van toezicht, inclusief de vraag hoe toezichthouders moeten omgaan met innovatie.

Undersight

Ben je de brandweerwagen of de rookmelder, was de keuze die Leadbeater aan zijn gehoor voorlegde. In zijn ogen is niet alleen “oversight” maar ook “undersight” nodig. Innovatie zit vaak in een klein hoekje. En dus moet een toezichthouder als de ACM op zoek naar de vernieuwers: “Get down to find them!”

Frustraties

Leadbeater pleitte voor “Regulation als public leaderschip”. Markttoezichthouders zouden de spirit van veranderaars binnen moeten halen. Hij wees er ook op dat verandering vaak daar begint waar consumenten gefrustreerd raken. En dus moeten toezichthouders frustraties stimuleren en consumenten mobiliseren.

Koningin Máxima had toen al een lans gebroken voor de versterking van de vraagkant van de markt: ‘Consumer empowerment’ is a necessary condition for well-functioning markets. For the full promise of financial inclusion to be realized, consumers need financial capability and protection.”

Dynamiek

De digitale transformatie maakt een nieuwe aanpak in regulering noodzakelijk, stelde Annet Aris, verbonden aan INSEAD. “Kun je toezicht houden op een bewegend doel“, was een dag later de titel van haar column in het Financieele Dagblad.

Moeten er bijvoorbeeld geen transatlatische regels komen? En kunnen we nog wel enkele jaren vooruit reguleren? Moet regulering nog steeds gericht worden op producten en diensten, of steeds meer op data?

Nudging

Eenvoud en gemak, dat is de richting waarin regulering zich moet ontwikkelen volgens Cass Sunstein, schrijver van de boeken “Nudge” en “Simpler”. Keuzes van mensen kunnen beïnvloed worden zonder ge- en verboden. Daartoe moet informatie bijvoorbeeld wel gemakkelijk vergelijkbaar zijn.

Sunstein was niet verrast door de mededeling dat in Nederland ook kritische geluiden klinken over nudging. Volgens de voormalig adviseur van president Obama dreigt deze ethische discussie nog wel eens “lost in abstraction” te raken. In de praktijk valt het reuze mee met het doembeeld van een Nanny State. Bij nudging mag geen sprake zijn van manipulatie; mensen behouden het recht zelf hun gedrag te kiezen. Sunsteins antwoord op de zorgen luidt: “volledige transparantie en democratische verantwoording”.

Maatregelen

Toezichthouders worden niet afgerekend op “nudging” maar op het aantal harde maatregelen zij hebben genomen, nuanceerde Sunsteins landgenoot Bill Kovacic. Volgens de voormalig voorzitter van de Federal Trade Commission moet de ACM zich vooral richten op marktfalen en zelf geen winnaars of verliezers in de markt aanwijzen.

Kovacic toonde zich positief over de fusie van drie toezichthouders tot ACM, maar noemde de combinatie van taken ook een “gok”, waarvan de bestemming onzeker is: “Synergie gaat niet vanzelf.” Ook het markttoezicht moet durven te experimenteren, evaluaties kunnen weer leiden tot nieuwe aanpassingen. “Innovatie is alleen mogelijk als we risico’s nemen.”

 

“Een goede toezichthouder is…”

20 Feb

Het Markttoezichthoudersberaad hoopt dat de eigen criteria voor goed toezicht worden gebruikt als ministeries toezichthouders laten evalueren. Dit blijkt uit een toelichting op de criteria.

De samenvatting van de criteria:

Schermafbeelding 2014-02-20 om 11.07.36

Het toetsingskader kan worden gebruikt als toezichthouders in opdracht van de verantwoordelijke ministeries worden geëvalueerd, aldus het Markttoezichthoudersberaad. “Toezichthouders kunnen beter van elkaar leren als hun resultaten goed meetbaar en vergelijkbaar zijn.”

Het Markttoezichthoudersberaad is een samenwerkingsverband van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), het College bescherming persoonsgegevens (CBP), de Nederlandsche Bank (DNB), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Kansspelautoriteit.

In 2013 vroeg het beraad om reacties op een eerdere versie van het “visiedocument”. Na deze consultatie zijn de criteria nu vastgesteld.

Gastcolumn: Toezicht in Nederland langs de meetlat van de WRR

2 Jan

“Laat de handhaving, en het stimuleren van wettelijke normen een centrale pijler van onze toezichthouders blijven.” Deze oproep doet René Jansen, bestuursadviseur bij Twynstra Gudde en voormalig bestuurder van de (vroegere) NMa. Hij noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “opmerkelijk kritisch over een nadruk bij toezichthouders op naleving en handhaving”. 

foto rene jansen

Op de ToezichtTafel is ook ruimte voor gastcolumns. Deze keer is het woord aan René Jansen, in een bijdrage die eerder werd gepubliceerd in het tijdschrift Markt en Mededinging.

Toezicht in Nederland langs de meetlat van de WRR

Op 26 september jl. overleed Ronald Gerritse, de bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), op vrij jonge leeftijd, 61 jaren oud. Ronald Gerritse heeft een indrukwekkende carrière gekend als onder meer Secretaris-Generaal en Thesaurier-Generaal van het ministerie van Financiën. Ik heb zelf in 2003 heel direct met Ronald Gerritse samengewerkt in een groepje van drie dat de voorselectie mocht doen van kandidaten voor de functie van Directeur-Generaal van de voormalige NMa.

Ronald Gerritse maakte zelf een switch van “beleid” naar “toezicht” in 2011. Hij verruilde zijn positie van een, de politiek dienende, topambtenaar naar die van onafhankelijk toezichthouder. “Als dat maar goed gaat, wat betreft de onafhankelijkheid!”, gaat menigeen door het hoofd bij dit type benoeming. In dit geval is het, meen ik, bijzonder goed gegaan: er is geen moment twijfel ontstaan over de onafhankelijkheid van de AFM. Haar reputatie op dat vlak stond en staat als een huis (en dan bedoel ik natuurlijk niet een huis “onder water”).

Het vraagstuk van (on)afhankelijkheid van de positionering van het toezicht, is een van de thema’s die naar voren komt in de omvangrijke studie van de WRR Toezien op publieke belangen en de daarmee verbonden De staat van toezicht (september 2013). Een indrukwekkende hoeveelheid materiaal en een lezenswaardige analyse van de stand van het rijkstoezicht in Nederland. Jammer genoeg zijn in het hoofdrapport alle vormen van toezicht weinig onderling onderscheidend bij elkaar genomen. Ook de inbedding in de specifieke Europese context van veel toezicht(houders) mis ik. Hoe dan ook bevat de studie waardevolle analyses en aanbevelingen.

De WRR pleit voor een brede taakinvulling en oriëntatie van het toezicht. Toezichthouders moeten zich niet eenzijdig richten op naleving en handhaving van wettelijke normen, maar veeleer kiezen voor een ruim perspectief van het centraal stellen van publieke belangen bij de uitoefening van hun taken. Deze oproep van de WRR is eerder een ondersteuning dan een correctie van marktmeesters als ACM en AFM. Hun focus is al langere tijd – en in toenemende mate – gericht op het oplossen van problemen en het adresseren van door hen als  schadelijk beoordeeld gedrag. Ook daar waar geen – of niet in strikte zin – sprake is van een overtreding van een wettelijke norm. Deze missiegedreven aanpak zou veeleer enigszins begrensd dan verder uitgebreid kunnen worden. Legitimiteit van toezicht kan niet los worden gezien van de legaliteit ervan.

In de fraaie lezing Toezicht in de schaduw van het recht (14 juni 2012) verwoordt Ronald Gerritse zijn visie hierop onder meer als volgt: “Toezicht houdt zich niet buiten het recht op, maar toezicht zit ook niet opgesloten in wet of recht.” Er kruipt ook een zeker moralisme in deze benadering van toezicht: de AFM kiest voor “degenen die de macht niet aan hun kant hebben” en “marktpartijen die aan het kortste eind van de machtsverhoudingen in de markt dreigen te trekken”. Gaat het – vertaald naar mededinging – dus niet alleen om competition distortions, maar ook oom fair trade? Dit alles is waardevol en klinkt mooi; maar, hebben toezichthouders wel de superieure en integrale inzichten op dit vlak? Het vereist stevige checks and balances: aansturing door beleidsmakers en de wetgever (voor de democratische legitimering), een open en intensieve dialoog met belanghouders en een degelijke rechterlijke toetsing van beslissingen. Ondertoezichtgestelden moeten (kunnen) weten welke normen ze blijkbaar hebben na te leven. En een overmaat aan informele beslissingen, ten koste van formele beschikkingen, kan de rechterlijke toetsing uithollen. De kracht en het  belang van overheidstoezicht schuilt mijns inziens uiteindelijk in de kracht van de hele keten van politiek tot rechterlijk handelen en de wisselwerking met tal van spelers in de samenleving. Een benadering die ik overigens ook wel terugzie in de net genoemde speech van Gerritse.

De WRR toont zich opmerkelijk kritisch over een nadruk bij toezichthouders op naleving en handhaving. De Raad meent dat deze focus onherroepelijk leidt tot politieke en maatschappelijke teleurstellingen over het functioneren van het toezicht en daardoor ook over de overheid in het algemeen. Dit lezende, vroeg ik me toch even af of ik misschien allerlei maatschappelijke reacties en ontwikkelingen heb gemist. Ik meen dat het toch vooral het (vermeende) tekort schieten of de (beweerde) laksheid van toezichthouders op het punt van de handhaving tot publieke teleurstelling en boosheid heeft geleid!? De Inspectie Gezondheidszorg en wanpresterende zorgaanbieders; de Milieudienst Rijnmond en tankopslagbedrijf Odfjell; De Nederlandsche Bank en DSB; de NMa en klokkenluider Ad Bos over bouwkartels ….  enz. Groot was steeds de publieke verontwaardiging. Laat de handhaving, en het stimuleren van de naleving, van wettelijke normen een centrale pijler van onze toezichthouders blijven. Maatschappelijk gezag is van groot belang voor de effectiviteit van het (formele en informele) optreden van toezichthouders!

René Jansen

René Jansen is Bestuursadviseur bij Twynstra Gudde en voormalig bestuurder van de (vroegere) NMa. De column verscheen eerder in het tijdschrift Markt en Mededinging (jaargang 16, nr. 6 december 2013; Boom Juridische Uitgevers).

Reageren? Dat kan op deze website, onder deze column.

Reactie: Markttoezichthouders hebben missiewerk te doen

16 Okt

“ACM opereert buiten wet, kopte het Financieele Dagblad op woensdag 16 oktober. Mededingingsadvocaten zijn bang dat de Autoriteit Consument & Markt ook optreedt tegen gedrag dat niet verboden is. De kritiek toont dat markttoezichthouders nog missiewerk te doen hebben, om draagvlak te verwerven voor hun aanpak.

IMG_0818Het markttoezicht heeft in de afgelopen jaren een stevige “missiegedreven” doctrine ontwikkeld. Het besef is gegroeid dat de maatschappij niet alleen wil dat overtredingen worden bestraft, maar vooral dat problemen worden opgelost – of beter nog: voorkomen. Toezichthouders kunnen zich niet zomaar verschuilen achter het ontbreken van wettelijke bevoegdheden. Zij besteden niet alleen aandacht aan illegaal maar ook aan (ander) schadelijk gedrag. En zij maken niet alleen gebruik van wettelijke instrumenten maar gaan ook in gesprek met ondernemingen.

Het Markttoezichthoudersberaad schrijft in de “Criteria voor goed toezicht” dat toezicht

“meer omvat dan slechts de strikte toepassing van bevoegdheden bij het uitvoeren en handhaven van bepaalde wetten en regels”.

Om er in een voetnoot aan toe te voegen:

“Dit laat uiteraard onverlet dat missiegedreven toezicht wordt uitgevoerd binnen de geldende wettelijke bepalingen.”

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleitte onlangs voor “reflectief” toezicht:

“Een reflectieve toezichthouder signaleert en agendeert dus ook legaal, maar scha- delijk gedrag. Bovendien kan hij de aandacht vestigen op voorbeelden en good practices en zo een positief stimulerende rol vervullen.”

Kritiek

De missiegedreven doctrine heeft school gemaakt in het markttoezicht, maar is daarbuiten nog niet algemeen aanvaard. Er is kritiek aan het adres van niet alleen de ACM maar ook de AFM. Gaan de toezichthouders niet hun boekje te buiten? Zeker voor een juridische one trick pony is de situatie helder: wat niet in de wet staat, bestaat niet, of mag niet bestaan.

Er is discussie over de  legitimiteit van bijdragen aan het publieke debat, maar ook van ander optreden “buiten de wet”. Hoewel deze kritiek niet altijd begrip verraadt voor de maatschappelijke rationaliteit van toezicht, kunnen markttoezichthouders het zich niet veroorloven om hun schouders op te halen. In elk geval is het niet handig de suggestie te wekken dat de wet er niet zoveel toe doet.

Het gaat niet alleen om woorden; de zorgen in de advocatuur en in het bedrijfsleven zijn niet geheel onbegrijpelijk. Advocaat Jolling de Pree gaat in het FD in op het voorbeeld van informele kennismakingsgesprekken, waarin ook de dreiging van vervolgonderzoeken aan de orde kan komen:

“Bestuurders zitten tegenover een autoriteit die hoge boetes op kan leggen. Ook aan bestuurders zelf. Bedrijven zijn dan al snel geneigd om hun gedrag aan te passen als ze zo een langdurig onderzoek kunnen voorkomen. Maar dan is helemaal niet duidelijk of er echt sprake is van een probleem.”

Volgens de krant benadrukt ACM-voorzitter Fonteijn dat zo’n gesprek niet in een intimiderende setting plaatsvindt.

“En een bestuurder kan altijd thuisblijven.”

Empathie

Markttoezichthouders doen er verstandig aan enige empathie te tonen voor de zorgen van advocaten, bedrijven en burgers. Het is duidelijk dat tenminste een toelichting op de gekozen aanpak noodzakelijk is. En we moeten zelfs voor mogelijk houden dat de praktijk hier en daar aanpassing behoeft.

Een toezichthouder heeft meer legitieme mogelijkheden dan een legalist in de wet kan vinden. Toch zijn er ook grenzen aan de inzet van instrumenten.  Ronald Gerritse, de onlangs overleden AFM-voorzitter,  waarschuwde in een speech voor detournement de pouvoir:

“Een toezichthouder kan verder gaan dan handhaving van de wet alleen, als schadelijk gedrag daar aanleiding toe geeft en onder de voorwaarde dat hij zijn gezag of zijn bevoegdheden niet misbruikt. En hij kan terug naar de wetgever als de wet te weinig mogelijkheden biedt om schadelijk gedrag daadwerkelijk te beperken.”

Markttoezichthouders kunnen de legitimiteit van hun optreden versterken door hierover het gesprek aan te gaan. Over de algemene doctrine die zij hebben gekozen, maar ook over casuïstiek waarin zij deze aanpak toepassen. Als een markttoezichthouder een probleem wil aanpakken zonder (al) een overtreding te vermoeden, is een extra investering nodig om draagvlak voor het optreden te verwerven. Ook kunnen autoriteiten duidelijk(er) maken wat de (rechts)positie is van bedrijven en burgers, bijvoorbeeld in “informele” gesprekken.

Markttoezichthouders hebben veel geïnvesteerd in het ontwikkelen van een aanpak, meer dan in het verwerven van draagvlak voor deze werkwijze. De kritiek van advocaten, hoe gemakzuchtig soms ook, is een signaal dat er ruimte is voor verbetering. Het markttoezicht heeft nog missiewerk te doen.

Paul van Dijk

Paul van Dijk is adviseur op het gebied van regulering, toezicht en communicatie. Hij was eerder werkzaam bij NMa en AFM.

Discussie

Aan de ToezichtTafel bieden we ruimte voor discussie over toezicht, ook over de aanpak van (markt)toezicht. Hoe kijkt u aan tegen de aanpak van markttoezichthouders? Wat denkt u van de kritiek van de mededingingsadvocaten? Hoe zou het markttoezicht hierop moeten reageren?


Mededingingsadvocaten in FD: ACM opereert buiten wet

16 Okt

Het Financieele Dagblad van woensdag 16 oktober schrijft dat “prominente mededingingsadvocaten kritisch zijn over de werkwijze van de nieuwe toezichthouder Autoriteit Consument & Markt. “ACM zou volgens hen pas ove moeten gaan tot onderhandelingen met bedrijven als er duidelijke aanwijzingen zijn dat een bedrijf een inbreuk maakt op mededingingsregels.”

Aanleiding is de “nieuwe meer informele en pragmatische stijl van handhaven”, aldus het FD. Zo gaat ACM vaker in gesprek met bedrijven over gedrag dat mogelijk in strijd is met het mededingingsrecht. Dan bereik je het zelfde resultaat, maar dan zonder jarenlang procederen en het opleggen van boetes, zo stelt Chris Fonteijn, de voorzitter van ACM”

Winfred Knibbeler vreest dat de ACM met oplossingen komt voor problemen die niet bestaan. Paul Glazener stelt dat de ACM zich buiten het kader van de wet plaatst. Volgens Jolling de Pree ligt bestuurlijke intimidatie door de ACM op de loer als tijdens informele kennismakingsgesprekken, zonder advocaaat, ook de dreiging van een verder onderzoek wordt besproken.

Reacties

Wat denk jij? Reageer hier!

 

%d bloggers liken dit: