Beginselplicht tot handhaving

De beginselplicht tot handhaving houdt in dat de overheid in principe tegen een overtreding moet optreden, tenzij er wat bijzonders aan de hand is. De Raad van State hanteert een standaardformule voor deze beginselplicht: “Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.” De uitzondering op die regel, zijn zogenaamde ‘bijzondere omstandigheden’. De belangrijkste daarvan (o.b.v. jurisprudentie) zijn:

Als het bestuursorgaan niet handhaaft, is er sprake van gedogen. Het kan verder verstandig zijn om handhavingsbeleid op te stellen, hoewel het handhavingsbeleid het bestuursorgaan niet kan ontslaan van de verplichting om – uiteindelijk – te handhaven als een burger daarom vraagt.

Met dank aan Thomas Sanders, advocaat AKD, tsanders@akd.nl

Voor een “burgerperspectief” inzake de beginselplicht tot handhaving zie ook het rapport van de Nationale Ombudsman: Helder handhaven; Hoe gemeenten behoorlijk omgaan met handhavingsverzoeken van burgers (pdf, 2010)

Laatste update: 20-9-2020

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date of heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen. Alvast bedankt voor de moeite!