Right to Challenge: (ook) toezichthouders uitgedaagd

10 Nov

De “Right to Challenge” aanpak past goed in het risico-denken en in de taak van toezichthouders, aldus Mindert Mulder. Zijn blog:pasfoto_mindert_29maart2016

“Right to Challenge” is het recht om de overheid uit te dagen. Bedrijven, bewoners, consumenten, die een overheidstaak willen overnemen, kunnen daarvoor de ruimte krijgen.

In een “handreiking” geeft de rijksoverheid aan dat ze muziek ziet in deze aanpak. Beleidsmakers, wetgevers én toezichthouders krijgen tips hoe ze de burger een eigen rol kunnen geven bij de behartiging van publieke belangen in markten en sectoren.

In sommige wetten is dit recht verankerd (de nieuwe Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Woningwet 2015), maar een wettelijk recht is niet altijd nodig.

Het idee is dat gegeven de doelen van een wet – er veel meer ruimte kan zijn voor de samenleving om zelf te bedenken hoe men binnen de wettelijke kaders kan handelen. Dit geeft mogelijkheden voor co-operatie tussen overheid en markt.

Niet alleen voor beleidsmakers, ook voor toezichthouders is dit een uitdaging. Het past goed in het risico-denken en in de taak van toezichthouders: hoe te zorgen dat maatschappelijke problemen worden opgelost (en niet louter: wordt de wet wel nageleefd?).

Ook kan door het activeren van eigen verantwoordelijkheid worden voorkomen dat toezichthouders met harde sancties en alle procedures van dien, moeten optreden. Dan is wel nodig dat deze bedrijven ook het vertrouwen waarmaken en het eigen initiatief een succes te laten zijn.

Met de nieuwe handreiking nodigt de rijksoverheid alle spelers in de markt en bij de overheid uit om aan de slag te gaan en na te denken over nieuwe mogelijkheden om maatschappelijke ruimte te koppelen aan de realisatie van publieke belangen.

Mindert Mulder
Eigenaar van Regulator

Toezichthouders in ban van risicomodellen

14 Okt

Toezichthouders in verschillende landen werken aan de introductie en verbetering van risicomodellen. Dit bleek tijdens de “Regulatory Delivery International Conference“, die afgelopen week in Londen werd georganiseerd.

Risicomodellen stellen toezichthouders in staat om hun middelen vooral in te zetten waar de risico’s het grootst zijn. Ze maken een inschatting van de ernst van (mogelijke) gevaren en van de kans dat bedrijven de regels niet naleven. Daarbij kan ook de track record van het management worden meegenomen. Voor bedrijven kunnen de inspectielasten worden verminderd als hun risicos lager worden gescoord.

“Als je het goed doet, is het effectief”, aldus een vertegenwoordiger van Regulatory Delivery, de Britse overheidsdienst die de conferentie organiseerde. De risicobenadering draagt bij aan effectiviteit en efficiency, maar kan ook worden gebruikt voor controle en consistentie. Een toezichthouder die een risicobeoordeling gebruikt, kan beter verdedigen waarom hij wel of niet iets heeft gedaan. En er is een “clever trick”: als toezichthouders hun prioriteiten publiceren, gaan ondernemingen zich alvast aanpassen.

Pleisters

Toezichthouders die net beginnen moet een risicomodel blijken het moeilijk te vinden om te differentiëren; alle risico’s worden als hoog gekwalificeerd. Dan is het ook niet eenvoudig om gericht te inspecteren; een van de toezichthouders bleek tot voor kort de pleisters in verbanddozen te tellen. 

In Servië krijgen bedrijven met het kleinste risico geen bezoek meer van inspecties. In Nieuw-Zeeland heeft het vertrouwen in risicomodellen ertoe geleid dat het toezicht op de voedselketen wordt overgelaten aan de markt. Overheidsinspecteurs komen et alleen nog aan te pas als producten naar Europa worden geëxporteerd. 

Toolkit
Tijdens de conferentie liet de OECD weten begin 2017 een toolkit te presenteren voor toezichthouders. Daarbij baseert de internationale organisatie zich op eerder vastgestelde principes. Over de toolkit zal een consultatie worden georganiseerd.

Meer informatie over de conferentie is hier te vinden.

Tweede Kamer wil twee keer praten over rijksinspecties

4 Okt

De rijksinspecties komen binnenkort twee keer op de agenda van de Tweede Kamer. Er wordt een plenair debat gepland over de “onafhankelijkheid van inspecties op het gebied van externe veiligheid”. Ook in een algemeen overleg over de rijksdienst komt het functioneren van rijksinspecties aan de orde.

Beide debatten vinden hun aanleiding in uitlatingen van de voormalige voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Pieter van Vollenhoven.

Farstad Bashir (SP) vroeg eind juni een reactie van minister Schultz van I&M, maar kreeg antwoord van minister Blok (Rijksdienst)

Aangezien deze brief geacht wordt een overall beeld te geven van de inspecties en zich niet te beperken tot een beeld van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het ministerie van IenM, is het verzoek naar mij doorgeleid. In deze brief reageer ik, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, op dit verzoek.” 

De brief staat nu op 27 oktober op de agenda van het overleg over de rijksdienst.

Naar aanleiding van uitlatingen van Van Vollenhoven en zijn opvolger, Tjibbe Joustra, vroeg Stientje van Veldhoven (D66) om een plenair debat. In haar ogen zouden de ministers Schultz (I&M) en Asscher (SZW) moeten worden uitgenodigd. Dit debat is nog niet gepland.

Tweede Kamer wil praten over inspecties

22 Sep

De inspecties komen weer op de agenda van de Tweede Kamer. Dit naar aanleiding van uitspraken van oud-voorzitter Van Vollenhoven en huidig voorzitter Joustra van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Stientje van Veldhoven (D66) nam het initiatief om de twee uit te nodigen voor een gesprek over inspecties. Daarnaast heeft de Tweede Kamer besloten tot een debat  met de ministers van I&M en SZW. In dat debat staat de veiligheid van werknemers en van omwonenden centraal.

Link naar stenogram: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2016-2017&nr=2&version=2

 

Raad van State: kosten van toezicht nooit helemaal doorberekenen

7 Sep

Doorberekening van kosten van toezicht moet een uitzondering blijven, vindt de Raad van State. Er moet altijd een deel uit de algemene middelen worden betaald. Dit antwoordt het adviescollege op vragen van de Tweede Kamer

De Raad van State constateert dat ook het kabinet in Maat houden 2014 kiest voor het uitgangspunt

“dat de kosten van toezicht op de naleving in beginsel uit de algemene middelen moeten worden voldaan, omdat wetgeving steeds wordt opgesteld vanuit een algemeen belang en de handhaving ervan dus ook een algemeen belang dient.”

Het kabinet houdt zich niet aan de eigen uitgangspunten, aldus de Raad. Bij de ACM wordt teveel doorberekend aan het bedrijfsleven, bij de NVWA valt niet te beoordelen of de uitgangspunten zijn gevolgd.  De Tweede Kamer vroeg overigens niet naar het regime in het financieel toezicht, waar de kosten nu volledig worden doorberekend aan de sector.

De Raad van State redeneert vanuit het algemeen belang van toezicht:

“Toezicht is niet in de eerste plaats van belang voor het individu of voor de groep, maar voor de maatschappij als geheel. Toezicht wordt ook uitgeoefend als er niet om wordt gevraagd.”

Dat wil niet zeggen dat kosten nooit kunnen worden doorberekend:

“Op zichzelf levert het feit dat toezicht op de naleving aan een ieder ten goede komt, immers geen dwingende reden op om de kosten ervan volledig ten laste van de algemene middelen te brengen.

De redenering van de Raad van State (afdeling Advisering):

“Bekostiging uit de algemene middelen is uitgangpunt, omdat toezicht op de naleving een overheidstaak is. Indien er aanleiding is om kosten van het toezicht door te berekenen, dan is het van belang deze zodanig vorm te geven dat het ‘tenzij’ een uitzondering blijft op de hoofdregel. Dit betekent dat in elk geval een deel van de toezichtkosten uit de algemene middelen moet worden betaald. Daarmee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt. Welk deel van de kosten wel en welk deel niet wordt doorberekend en welke kosten dit betreft, is in abstracto een moeilijk te beantwoorden vraag. Dit is uiteindelijk een politieke keuze. In essentie gaat het om de vraag naar de aard en omvang van het toezicht dat de overheid wenst en welke prijs zij bereid is daarvoor te betalen. Vervolgens is het van belang dat de overheid zich aan die keuze houdt. De Afdeling merkt daarbij op dat het niet de bedoeling is dat met de doorberekening van toezichtkosten louter begrotingsdoelen worden nagestreefd.”

Lees hier de volledige “voorlichting” van de Raad van State .

 

Tuchtrechter eist kenbare waarborgen bij risicogestuurd toezicht

1 Sep

Toezichthouders moeten duidelijk maken wanneer en hoe zij risicogestuurd toezicht uitoefenen. Dit blijkt uit twee uitspraken van de hoogste tuchtrechter voor de advocatuur. De beslissingen kunnen ook interessant voor andere sectoren met risicogestuurd toezicht.

In de twee beoordeelde gevallen paste een deken als toezichthouder risicogestuurd toezicht toe. Over de waarborgen met betrekking tot dit specifieke toezicht was volgens het Hof van Discipline “onvoldoende informatie” beschikbaar. Daarmee was het toezicht “niet kenbaar” met voldoende waarborgen omkleed.

“De deken heeft ter zitting verklaard dat tot dit toezicht en de criteria daarvoor besloten is in het landelijk dekenberaad, maar de notulen van dit beraad zijn niet openbaar te raadplegen, zodat de aan de keuze voor déze criteria ten grondslag liggende overwegingen niet bekend zijn.”

Het Hof van Discipline constateert dat er geen protocol was en dat de procedure niet duidelijk was. Ook was niet duidelijk hoe verschillende dekens hiermee omgaan. 

“Daarmee kan in deze tuchtzaak niet worden vastgesteld dat dit toezicht voldoet aan de vereisten van consistentie en zichtbaarheid en aan het gelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel.”

De twee uitspraken kunnen en mogen aanleiding zijn voor reflectie bij andere toezichthouders. Zijn er voldoende waarborgen bij risicogestuurd toezicht? En zijn die waarborgen voldoende kenbaar?

Lees hier het artikel op Advocatie, met links naar de twee uitspraken van het Hof van Discipline.
Paul van Dijk

 

Werkgroep Tweede Kamer wil vinger aan de pols bij privatisering en verzelfstandiging

29 Aug

De Tweede Kamer moet nauwgezet volgen of het kabinet het eigen “besliskader” voor privatiseringen en verzelfstandigingen volgt. Dit adviseert een parlementaire werkgroep in het rapport Hoe gaat het verder?. Sinds 2013 zijn de aandachtspunten en richtlijnen in vijf van de vijftien gevallen aantoonbaar gebruikt.

Een commissie van de Eerste Kamer pleitte in het rapport “Verbinding verbroken” (2013) voor het gebruik van een besliskader bij privatiseringen en verzelfstandigingen. Het kabinet nam zich voor het kader te gebruiken bij elke privatisering of verzelfstandiging.

Een werkgroep van de Tweede Kamer is nagegaan in hoeverre het besliskader is gevolgd en wat de intentie van het kabinet was:

schema werkgroep-van raakUit het rapport:

“Van de vijftien privatiseringen/verzelfstandigingen vermeldt het kabinet in acht gevallen het besliskader te (zullen) volgen, waarvan er één gedeeltelijk wordt gevolgd. In drie gevallen is dit aantoonbaar gebeurd, in drie gevallen is het nog niet te beoordelen of het totale kader wordt gevolgd.” In één geval is het niet gevolgd en het kabinet heeft ook gezegd dit niet te doen. “Van de zes gevallen waar het kabinet zich niet heeft uitgesproken over het gebruik van het besliskader is bij drie afgeronde trajecten geen toepassing van het kader aangetroffen. Over drie lopende trajecten is de toepassing van het besliskader ook niet aangetroffen, maar dat zou nog kunnen volgen.”

Conclusie is:

“In één derde van de vijftien privatiserings/verzelfstandigingstrajecten is het besliskader gevolgd, waarvan er één gedeeltelijk. In acht gevallen heeft het kabinet uitgesproken het besliskader geheel of gedeeltelijk te volgen.”

Openbaar bestuur

Update 10-9: Het rapport van de werkgroep staat binnenkort op de agenda van de Tweede Kamer, tijdens een (nog te plannen) algemeen overleg met minister Blok (W&R) over het openbaar bestuur.

 

 

 

%d bloggers liken dit: