Wat zegt regeerakkoord over toezicht?

10 Okt

Wat zegt “Vertrouwen in de toekomst” over – vertrouwen in – het toezicht? Het nieuwe regeerakkoord draait aan verschillende knoppen die toezichthouders raken. Op de ToezichtTafel enkele passages: over wetten, budgetten en een organogram:

“Nog te vaak verzanden we, met de beste bedoelingen, in gedetailleerde regelgeving vanuit de overheid. Maar dat is niet de oplossing.”

Ruimte

Het kabinet wil ruimte bieden aan professionals, aan artsen, verpleegkundigen, agenten en docenten. Er moet ruimte zijn voor  initiatieven van burgers en verenigingen. Een Right to challenge-regeling burgers en lokale verenigingen de mogelijkheid geven om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen.

Regels voor bedrijven moeten moderner worden. Regeldruk en administratieve lasten worden beperkt. Er komen “passende” regels en meer ruimte” voor ondernemingen met sociale of maatschappelijke doelen met behoud van een gelijk speelveld. En:

” De mogelijkheden voor regionale en sectorale proefprojecten, wettelijke experimenteerruimte, testlocaties (bijvoorbeeld voor drones) en regresvrije zones worden vergroot.  Daarbij gelden minimumvereisten en passend toezicht.”

Het kabinet gaat zelf landelijke regels schrappen op basis van de pilot regelloze scholen. “In het verlengde hiervan stimuleert het kabinet de sector om de eigen administratieve regeldruk terug te dringen.”

Er komt ook meer toezicht. Het regelgevend kader voor de trustsector wordt strenger en het instrumentarium van toezichthouder DNB wordt uitgebreid. Er komt onafhankelijk toezicht op samenwerkingsverbanden in het onderwijs. 

Mededinging

Het regeerakkoord besteedt bijzondere aandacht aan de regels die worden toegepast door de Autoriteit Consument en Markt, met name de mededingingsregels in de voedselketen:

  • samenwerking in de land- en tuinbouw wordt expliciet toegestaan
  • op verzoek kan de overheid sectorale afspraken in de land- en tuinbouw algemeen verbindend verklaren
  • er komen “zonodig” extra, specifieke bevoegdheden ter bestrijding van oneerlijke handelspraktijken.
  • de regels tegen concurrentievervalsing door de overheid worden aangescherpt.

Ook de mededingingsregels in de zorg liggen onder vuur. Het regeerakkoord wijst op de veschillende machtsverhoudingen in de zorg.

“In de ziekenhuiszorg geldt een andere machtsbalans tussen aanbieder en verzekeraar dan in de eerste lijn. We willen dat het mededingingstoezicht daar rekening mee houdt. Daar waar samenwerking in het belang van patienten wordt gefrustreerd wordt door toepassing van mededingingsregels is aanpassing van (de toepassing van) deze regels aangewezen.”

Geldkraan

Het nieuwe kabinet hanteert ook de geldkraan naar het toezicht. De NVWA krijgt er geld bij. De laatste Miljoenennota van Rutte II bracht al een extra (incidenteel) bedrag van 25 miljoen in 2018. De nieuwe coalitiepartijen kondigen nu aan dat de toezichthouder wordt doorgelicht op “kosteneffectiviteit en efficiëntie”, maar ook dat er extra geld komt. De NVWA krijgt er vanaf 2019 jaarlijks 5 miljoen bij, oplopend tot 20 miljoen structureel in 2022.

Er zijn ook andere investeringen in de handhaving. De opsporingscapaciteit bij de Belastingdienst wordt versterkt. Er wordt 50 miljoen vrijgemaakt voor de “handhavingsketen” van de Inspectie SZW, om beter toezicht te houden op het wettelijk minimumloon en om schijnconstructies, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden en uitbuiting te gen te gaan.

Kosten

Het regeerakkoord belooft in de passage over het goederenvervoer dat de vervoersector niet hoeft te betalen voor toezicht en handhaving. Het kabinet noemt dit “overheidskosten” en verwijst daarbij naar de Raad van State, die zich eerder principieel uitsprak tegen het volledig doorberekenen van deze kosten aan bedrijven, in alle sectoren. Onder Rutte-II werd het afwegingskader ‘Maat houden” juist verruimd om doorberekenen vaker mogelijk te maken.

Het regeerakkoord spreekt zich principieel uit over de bestemming van justitiële boetes en schikkingen.

“De financiële ruimte voor het ministerie van Veiligheid en Justitie dient niet afhankelijk te zijn van de opbrengst van boetes en schikkingen. Daarom zal de begroting van Veiligheid en Justitie losgekoppeld worden van de opbrengst van boetes en beschikkingen. Die zullen worden gezien als bijdragen aan de algemene middelen.”

Manier

Het regeerakkoord spreekt zich niet alleen uit over de regels waarop toezicht wordt gehouden, maar ook over de manier waarop dat gebeurt. Ook toezichthouders moeten ruimte bieden voor ondernemers:

“De diverse inspecties gaan beter samenwerken zodat betere handhaving gepaard gaat met minder administratieve lasten en toezichtlasten.”

Het regeerakkoord wil ook veranderingen binnen de toezichthouder ACM. Er moeten twee speciale teams komen, op het gebied van “digitale mededinging”  en de “agro-nutriketen”.

Lees hier het gehele regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst”.

 

 

 

 

 

Advertenties

Wat te verwachten van onderzoeken naar fipronil?

8 Sep

Zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid als ex-minister Winnie Sorgdrager doet onderzoek naar de crisis rond fipronil in eieren. Wat kunnen we daarvan verwachten? Vijf voorspellingen, twee vragen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid hanteert bij de beoordeling van het toezicht hanteert een eigen beoordelingskader, dat sterk leunt op de Kaderstellende Visie op Toezicht. Het kader is bijvoorbeeld eerder toegepast in het onderzoek naar Odfjell maar ook naar voedselveiligheid. In 2014 constateerde de raad dat de veiligheid van vlees niet was gewaarborgd en dat het toezicht te wensen overliet.

Begin september heeft het kabinet de onderzoeksopzet gepresenteerd van de evaluatie die staatsraad Winnie Sorgdrager gaat uitvoeren Ook zij heeft eerder naar toezicht en toezichthouders gekeken. In 2012 bracht zij ‘Van incident naar effectief toezicht’ uit, over de afhandeling van dossiers over incidenten door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Wat valt te voorspellen over de uitkomsten van de onderzoeken naar de fipronil-affaire?

Voorspelling 1: Het systeem van voedselveiligheid heeft niet optimaal gewerkt

De OVV heeft vooral aandacht voor het functioneren van het voedselveiligheidssysteem.

“De onderzoeken van de Raad zijn gericht op het verbeteren van de veiligheid en gaan niet in op schuld of aansprakelijkheid.”

In het OVV-beoordelingkader staat dat het zelden gaat om zomaar een overtreding. De raad is telkens op zoek naar factoren die ervoor zorgen dat het mis gaat. Dat zal in het geval van firponil niet anders zijn. De verschillende schakels in de keten worden geanalyseerd om te kunnen beoordelen waar het systeem niet goed heeft gefunctioneerd.

Het rapport-Sorgdrager moet in de ogen van het kabinet leiden tot conclusies en aanbevelingen voor verbetering van de borging van de voedselveiligheid in de eierketen en wellicht breder, van het totale voedselsysteem. De opdracht is om in te gaan op “de rol en verantwoordelijkheid van de verschillende actoren” in zowel de “eierketen” als de “toezichtketen”.

“Het onderzoek beperkt zich niet tot het afhandelen van de crisis door de NVWA, maar beslaat de verantwoordelijkheid van alle actoren in de keten en de wijze waarop die de eigen verantwoordelijkheid vorm geven.”

Voorspelling 2: Juist bedrijven dragen een eigen verantwoordelijkheid

Veiligheid is niet alleen een kwestie voor overheid of toezichthouders. Juist bedrijven moeten ervoor zorgen dat ze aan de regels voldoen. In de zaak Odfjell koos de OVV een Rotterdamse behandeling: geen woorden maat daden. Shell had veiligheid hoog in het vaandel staan, maar maakt de verwachtingen niet waar en moest dat bekopen met scherpe kritiek. Ook in het onderzoek naar voedselveiligheid van 2014 constateerde de OVV dat bedrijven hun verantwoordelijkheid onvoldoende waarmaakten.

Uit de onderzoeksopzet voor Sorgdrager blijkt dat ook zij aandacht dient te hebben voor de rol van bedrijven:

“Het aantreffen van fipronil komt voort uit het illegale gebruik van een biocide met deze stof in de voedselketen.”

Voorspelling 3: De positie van de NVWA dient te worden versterkt

De Onderzoeksraad toetst volgens het eigen beoordelingskader ook of er een “helder formeel institutioneel kader” is voor toezicht:

“De rol en taakopvatting van de inspectie is expliciet en duidelijk. De verhouding tussen de minister en de inspectie is duidelijk afgebakend.”

In 2014 schreef de Onderzoeksraad in het rapport over de vleesketen:

“De middelen van de NVWA zijn te beperkt om effectief op te treden in de vleesketen. Ook krijgt de NVWA te weinig ruimte om zich tot autoriteit te ontwikkelen. Hiermee boet de NVWA in aan gezag.”I

Het wordt interessant te lezen hoe de OVV denkt over de huidige institutionele inbedding, waarvoor sinds 2015 de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties gelden.

Voorspelling 4: Er zijn lessen te leren voor het toezicht

Er kan worden gewezen op het systeem, op de rol van bedrijven, op de ruimte voor de NVWA, maar uiteindelijk zal de OVV ook een oordeel vellen over het functioneren van de toezichthouder zelf. In haar rapport over de IGZ deed Sorgdrager de aanbeveling om een advies- en meldpunt in te stellen, maar ook om de doorlooptijd van dossiers te verkorten. Ook nu zal zij kijken naar de manier waarop is omgegaan met de melding over het gebruik van fipronil in november 2016.

Ook voor de NVWA (en daarmee vast ook voor andere toezichthouders) zullen er weer lessen te leren zijn. Daarbij hoeft het niet alleen te gaan om de communicatie, maar ook om de inschatting van risico’s voor de volksgezondheid en over de consequenties die daaraan zijn verbonden.

Voorspelling 5: De samenwerking kan worden versterkt

Goed toezicht is samenwerkend toezicht, zegt het beoordelingskader van de OVV, in navolging van de Kaderstellende Visie op Toezicht. Dat principe werd onder meer toegepast in 2014 , toen de NVWA de aanbeveling kreeg om de samenwerking te zoeken met andere opsporingsdiensten.

Zowel de nationale als Europese samenwerking kan aan de orde komen. In de fipronil-affaire is bijvoorbeeld interessant hoe de samenwerking met het Openbaar Ministerie is vormgegeven. Een tip eind 2016 leidde immers wel tot een strafrechtelijk onderzoek, maar niet tot verdere acties van de NVWA. En in juli van dit jaar werd het strafrechtelijke onderzoek niet alleen gebruikt als verklaring voor vertraging, maar ook voor het geheim houden van bepaalde informatie.

Bij de twee onderzoeken kunnen nog twee vragen worden gesteld:

Vraag 1: Hoe gaan de onderzoekers samenwerken?

Het is niet duidelijk hoe de onderzoeken van Sorgdrager en OVV zich tot elkaar gaan verhouden. Het kabinet wil graag dat het onderzoek-Sorgdrager voor het eind van het jaar wordt afgerond, de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft aangegeven dat een onderzoek als dit doorgaans een jaar in beslag neemt. De status van de onderzoeken en de onderzoekers mogen dan verschillen, maar de eindrapporten kunnen overlappingen vertonen.

Vraag 2: Hoe gaan de onderzoekers om met eerdere onderzoeken?

De NVWA moet inmiddels gewend zijn om zelf onder het vergrootglas te liggen. In 2013 toonde de Algemene Rekenkamer zich kritisch over de fusie die tot de huidige organisatie leidde. Het kabinet startte in 2013 voor de NVWA een verbeterprogramma, dat in 2016 werd omgezet in het ‘herijkt’ plan van aanpak: NVWA 2020.

Ondertussen heeft ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid van zich laten horen. Een nieuwsbericht herinnerde onlangs aan de eigen rapporten ‘Naar een voedselbeleid’ en ‘Toezien op publieke belangen’. De WRR:

“De destijds gepresenteerde analyses en voorstellen kunnen ook nu worden betrokken bij het trekken van lessen uit de fipronilcrisis.”

Hoe worden de eerdere onderzoeken en ervaringen meegenomen in de nieuwe onderzoeken van OVV en Sorgdrager? Zoals de OVV onderzocht wat er met de aanbevelingen over Odfjell was gebeurd, zo zou het ook nu interessant zijn om het lerend vermogen van zowel sector als toezichthouder tegen het licht te houden. Wat is er geleerd van het verleden? Wat is er met die lessen gedaan? Zijn er nieuwe lessen te leren? Of leren we het nooit?

Paul van Dijk

 

Transparantie financieel toezicht: verruiming beperkt

6 Sep

De financiële toezichthouders krijgen toch niet de mogelijkheid om namen van ondernemingen te noemen in onderzoeksrapporten. De AFM wilde deze bevoegdheid hebben, minister Dijsselbloem wilde deze wens honoreren, maar de Raad van State stak er een stokje voor. In het onlangs ingediende wetsvoorstel over “transparant toezicht” is de bevoegdheid geschrapt.

De Raad van State stelde dat de publicatie van tot individuele ondernemingen herleidbare gegevens op gespannen voet zou staan met Europese regels. Deze kritiek heeft geleid tot het schrappen van dit onderdeel. Volgens minister Dijsselbloem zou de bevoegdheid “ingewikkeld” worden als hieraan verschillende voorwaarden zouden moeten worden verbonden. “Een dergelijke bevoegdheid wordt door de toezichthouders onwenselijk geacht en zou niet of nauwelijks gebruikt worden.”

Het voorstel voor de “Wet transparant toezicht financiële markten” bevat nog wel de bevoegdheid om te waarschuwen bij alle overtredingen van de Wet op het financieel toezicht, als dat nodig is om schade te voorkomen of te beperken. Ook kunnen AFM en DNB straks in spoedgevallen reageren op uitlatingen van een overtreder met de onverwijlde publicatie van een waarschuwing of een bestuurlijke sanctie. Het wetsvoorstel geeft DNB de bevoegdheid om bepaalde kerngegevens openbaar kan maken die door banken worden gepubliceerd.

De verruiming van de mogelijkheden om informatie te delen over het toezicht op afzonderlijke instellingen draagt bij aan transparanter toezicht op de financiële markten, aldus de memorie van toelichting:

“Transparanter toezicht verbetert de informatiepositie van het publiek en kan het vertrouwen in de financiële sector en de toezichthouders versterken en de naleving van wetgeving bevorderen. Transparantie leidt zo tot beter functioneren van de financiële markten. Het wetsvoorstel sluit aan bij de wens van de regering om zoveel mogelijk openheid te geven over het toezicht op de financiële markten en komt daarnaast tegemoet aan wensen die door de AFM en DNB zijn geuit.”

Het wetsvoorstel is op 4 september ingediend bij de Tweede Kamer. Klik hier voor meer informatie.

Nieuw adviescollege kan ook adviseren over regeldruk door toezichthouders

27 Apr

EinteressHet nieuwe Adviescollege regeldruk moet ook kunnen adviseren over regeldruk die voortkomt uit beleidsregels en andere activiteiten van toezichthouders en inspecties. Dit staat in een motie die de Tweede Kamer deze week heeft aangenomen.
De motie motie-Ziengs c.s. constateert dat “bedrijven en burgers, naast regeldruk van regels opgesteld door de rijksoverheid, ook hinder ondervinden van beleidsregels opgesteld door toezichthouders, uitvoeringsorganisaties, inspecties en andere organen”. De opvolger van het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) moet de ruimte krijgen om ook deze regeldruk te toetsen, stelde eerste indiener Ziengs.

Minister Kamp vroeg Ziengs het woord “toetsen” te vervangen door “adviseren”. Ook wilde hij toevoegen voegen “in samenspraak met betreffende instanties”. Daarbij merkte hij ook op dat de taak geen afbreuk mag doen aan de kerntaak van het college.
De Tweede Kamer stemde op 20 april voor een aangepaste motie, waarin “te kunnen toetsen” – blijkbaar abusievelijk – is blijven staan:

“verzoekt de regering, het Adviescollege toetsing regeldruk de mogelijkheid te geven om in samenspraak met de betreffende instanties te adviseren over de regeldruk voortkomend uit de activiteiten van toezichthouders, uitvoeringsorganisaties, inspecties en andere organen, zoals beleidsregels, te kunnen toetsen”

Geïnteresseerd in toezicht en gezag? Op 17 mei start de seminarreeks Toezicht in Transitie. Meer informatie leest u hier.

Geen goed toezicht zonder gezag

6 Apr

Je kunt alleen goed toezicht houden als je gezag hebt. En je kunt alleen gezag krijgen als je goed toezicht houdt. De relatie tussen toezicht en gezag staat vanaf 17 mei centraal in “Toezicht in transitie”, dit jaar in de vorm van vier seminars over “Toezicht met gezag – Gezag met toezicht”.

Gezag is voor een toezichthouder niet vanzelfsprekend. Het moet worden opgebouwd. En het kan aangetast raken. 

Twijfel

Is gezag na te streven? Staatstoezicht op de Mijnen heeft zich voorgenomen om een “gezaghebbende” toezichthouder te zijn. Zou die ambitie ook in het jaarplan staan als het gezag buiten twijfel stond?

Effect

En wat is de relatie tussen gezag en effectiviteit? De minister van Economische Zaken noemt het opvallend dat de Autoriteit Consument en Markt in 2016 geen boetes heeft opgelegd in het kader van het concurrentietoezicht. 

“Voor een effectief toezicht acht ik het van belang dat overtredingen ook tot boetes kunnen leiden omdat daarvan een afschrikwekkend en preventief effect uitgaat. Dat in 2016 geen boetebesluiten op mededingingsbeleid zijn genomen is een uitzondering en behelst geen wijziging van haar toezichtstrategie, zo heeft de ACM mij bevestigd.”

Wordt het gezag van de ACM hiermee versterkt of verzwakt?

Meten

Is de mate van gezag vast te stellen? De Nederlandsche Bank laat elk kwartaal de eigen reputatie meten.  Het laatste jaarverslag meldt:

“In 2016 heeft DNB de hoogste reputatiescor gerealiseerd sinds deze meting in 2011 is gestart”

Heeft hiermee ook het gezag van DNB een voorlopig hoogtepunt bereikt? 

Invalshoeken

De reeks seminars “Toezicht in Transitie” kiest verschillende invalshoeken voor het gesprek over toezicht en gezag. Wanneer is toezicht legitiem? Wat zijn de juridische kaders? Hoe om te gaan met onzekerheid en risico’s? En wat is de relatie tussen gezag en gedrag?

Voor  meer informatie over de reeks van seminars: klik hier.

Paul van Dijk

Seminars over toezicht en gezag

31 Mrt

Op 17 mei gaat de reeks seminars “Toezicht in Transitie 2017” van start: “Hoe houd je gezag met toezicht, hoe houd je toezicht met gezag?”

“Om naleving te stimuleren en gedrag te beïnvloeden, om risico’s te verminderen en werkelijk effectief te zijn, dient de toezichthouder gezag op te bouwen en uit te stralen.
Maar wat is gezag voor een moderne toezichthouder of inspectie? Wat zijn de de terminanten ervan en hoe kun je daar professioneel mee omgaan, juist in deze dynamische tijd?”

Meer informatie over de seminars staat hier

Beroepsvereniging Vide wil rol in publiek debat

21 Jan

Het bestuur van beroepsvereniging Vide wil zich mengen in het publieke debat over toezicht. Dit blijkt uit de meerjarenstrategie die op 24 januari wordt gepresenteerd aan de leden. “Toezicht, inspectie en evaluatie zij onmisbare publieke functies die soms een pleitbezorger nodig hebben.”

Het bestuur wijst op het bijzondere karakter van toezicht.

“Het bijzondere karakter van toezicht, door de WRR ook wel als ‘toezichtparadox’ aangeduid, bestaat er daarbij uit dat ‘als alles goed gaat’ toezicht wordt te vaak gezien als overlast, terwijl ‘als er dingen zijn misgegaan’ vooral het toezicht heeft gefaald.” 

Het bestuur wil in het maatschappelijke debat opkomen voor “het belang van goed, onafhankelijk gepositioneerd, transparant en adequaat toegerust toezicht en van hen die toezicht als hun beroep hebben”.

Vide zal zich “met mate” in de publieke discussie mengen. “Vide gaat niet in op individuele casus, maar wanneer er drie vergelijkbare gevallen zijn of aspecten van het toezicht in algemene zin ter discussie staan, kunnen we ons mengen in het debat.”

Bij de pleitbezorging wil Vide de nadruk leggen op vier onderwerpen:

  1. Realistische verwachtingen over toezicht
  2. Het belang van onafhankelijkheid
  3. Kansen en dilemma’s bij data-gedreven toezicht
  4. Leren van toezicht

 

Lees hier de meerjarenstrategie.

%d bloggers liken dit: