Tag Archives: wrr

Reflectief toezicht vergt reflectie toezichthouder

26 feb
“Versterk de reflectieve functie van de rijkstoezichthouders”, luidt de vierde aanbeveling van het WRR-rapport Toezien op publieke belangen. Hoe moet het kabinet hierop reageren? De ToezichtTafel doet een oproep aan de toezichthouders: reflecteer en kom zelf met een voorstel!
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dicht toezichthouders bijzondere mogelijkheden toe. Toezichthouders hebben “unieke kennis over de staat van hun sector”. Toezicht kan een “nuttige feedback-rol” spelen in de beleidscyclus. En “toezichthouders kunnen vanuit hun knooppuntpositie wijzen op aansluitingsproblemen tussen de werk- vloer, de instellingen en het beleid.”
Daar gaat een toezichthart natuurlijk sneller van kloppen. Maar als toezichthouders instemmen met deze analyse en aanbeveling, dienen ze ook de (hooggespannen) verwachtingen waar te maken: laten zien dat hun kennis uniek is, niet zomaar maar nuttige feedback geven. Bespiegelen is een hele klus. Is elke toezichthouder bijvoorbeeld al in staat om een “staat van de sector” op te maken?
De WRR  beveelt aan dat de toezichthouders hun rapportages en de wetgevingsbrieven in het openbaar toelichten aan de Tweede Kamer. Ook dat zal menig toezichthouder als muziek in de oren klinken. Maar welke informatie gaat de toezichthouder leveren? Krijgt de politiek meningen of ook feiten? En gaat de toezichthouder dan ook luisteren naar de politiek? Of moet de onafhankelijkheid dan beschermd worden tegen de “waan van de dag”?
Als politiek en beleid ruimte geven aan de reflectieve functie, dan dienen toezichthouders deze ruimte effectief te benutten. Het kabinet doet er goed aan de toezichthouders meteen zelf te laten reflecteren: wat kunnen ze brengen, wat komen ze halen? Het kabinet moet de aanbeveling overnemen en kan de bal weer bij de toezichthouders leggen: hoe denken zij de reflectieve functie te vervullen?
Schaduwstandpunt
Het kabinet werkt nog aan een reactie op de aanbevelingen van de WRR. Aan de ToezichtTafel maken we alvast een schaduwstandpunt.
Reflecteer mee
Dient de reflectieve functie van toezichthouders te worden versterkt? En zo ja, hoe dan? Plaats hier een reactie.
Paul van Dijk
Advertenties

Aanbeveling 1: Herijk de rijksvisie op toezicht

6 feb

“Herijk de rijksvisie op toezicht”, luidt de eerste aanbeveling van de WRR. Hoe moet het kabinet hierop reageren? Het eerste schaduwstandpunt aan de ToezichtTafel: ja, maar! 

De (eerste) “kaderstellende visie op toezicht” verscheen in 2001, vier jaar later kwam de toezichtvisie ”Minder last, meer effect“. En in de afgelopen jaren werd nog wel gewerkt aan een “KVOT3” (zie de tussenstand),  maar de huidige verantwoordelijke minister Stef Blok toont zich tot nu toe niet zeer enthousiast over een nieuwe visie.foto-15

De WRR vindt dat de rijksvisie herijkt moet worden. En daar heeft de WRR gelijk in. Uit het rapport Toezien op publieke belangen blijkt dat er genoeg vragen te beantwoorden zijn. Een kleine greep:

  • Het kabinet heeft zich in het regeerakkoord voorgenomen: “Niet toegeven aan de reflex om op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving”. Ook kiest de coalitie voor een “samenhangende aanpak in de verschillende sectoren op het terrein van ordening, sturing en toezicht”. Er is een Ministeriële Commissie Publieke Belangen, er is een progamma Risico’s en verantwoordelijkheden, maar het zou goed zijn als het kabinet de voornemens uitwerkt.
  • Wat is goed toezicht? Zijn politiek en toezicht het eens over de manier waarop toezicht moet worden gehouden? Menig toezichthouder noemt zich nu missiegedreven, maar wat vinden het kabinet en het parlement daar eigenlijk van? En waarom zijn er ook binnen het toezicht fundamenteel verschillende principes en werkwijzen?
  • Hoe moeten toezichthouders worden georganiseerd? De verschillende toezichthouders kennen verschillende rechtsvormen en organisatiestructuren. Waarom zijn bijvoorbeeld markttoezichthouders zelfstandige bestuursorganen en rijksinspecties niet?
  • En wie zal dat betalen? Het rapport ‘Maat houden‘ gaf ooit enig houvast voor de vraag of kosten van toezicht mogen worden doorberekend. Inmiddels zijn de remmen los en wil het kabinet de financiële sector laten opdraaien voor de handhaving van de regels.

Het kabinet ontkomt niet aan een herijking van de visie op toezicht. Er zijn antwoorden nodig op vragen, al was het maar omdat er een wettelijke verplichting bestaat om te reageren op de WRR. Minister Blok, die vorig jaar zei dat hij “trots” is op het toezicht, moet ook zelf aan het werk; er is behoefte aan beleid.

Discussie

Aan de ToezichtTafel is niet iedereen enthousiast over een nieuwe rijksvisie, blijkt uit reacties.

“Wat gaat nog een beleidstuk toevoegen?”

“Waarom een nieuwe visie maken als de bestaande visie nog voldoet?”

De critici zien ook mogelijkheden. Er moet verder gewerkt worden aan effectiviteit. Of voorstelbaar is

“dat de abstracte voorstellen van de WRR worden uitgewerkt in een concrete handleiding”.

Ook uit andere reacties blijkt dat er weinig behoefte is aan zomaar een beleidsnotitie:

“De visies tot nu toe waren meer papieren tijger dan wat anders. In deze tijd past een andere benadering. Niet 1 moederdocument waarin de waarheid over toezicht staat, maar gerichte deeldiscussies waar beleidsmakers, toezichthouders en publiek wat aan hebben.”

Praktisch

Tot welk schaduwstandpunt komen we aan de ToezichtTafel? We zeggen ja tegen een herijking, maar die moet praktisch toepasbaar zijn. Geen vuistdikke nota. Antwoorden op vragen. Bouwstenen voor afwegingen.

De herijking is ook niet zozeer een product maar vooral een proces. En daaraan moet niet alleen het kabinet deelnemen. Opvallend is dat het rapport van de WRR wel tot enkele artikelen maar niet tot een werkelijke publieke gedachtewisseling heeft geleid. Waar is de reactie van de toezichthouders? En hoe denken bedrijven hierover? Wat is het standpunt van consumenten?

De ToezichtTafel wil de discussie graag verder helpen. Het kabinet werkt nu aan een eigen reactie, aan de ToezichtTafel bereiden we onze eigen schaduwstandpunten voor. In februari verschijnen hier bijdragen over de zeven aanbevelingen van de WRR. Doet u mee?

ToezichtTafel werkt in februari aan reactie op WRR

31 jan

20140206-224019.jpg

Aan de ToezichtTafel werken we in februari aan een reactie op “Toezien op publieke belangen“.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid formuleerde 7 aanbevelingen over rijkstoezicht. Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) werkt nog aan een kabinetsstandpunt, aan de ToezichtTafel werken we alvast aan een schaduwreactie.

Op deze site verschijnen de komende weken statements. Reacties zijn welkom onder de berichten, maar ook in de discussiegroep op LinkedIn.

De aanbevelingen:

  1. Herijk de rijksvisie op toezicht.
  2. Bevorder een opbrengstgerichte cultuur en verbeter de infrastructuur voor sterkere wetenschappelijke onderbouwing en evaluatie van toezicht.
  3. Bevorder het gebruik van krachtenveldanalyses bij vraagstukken rond het instellen, vormgeven en uitoefenen van het rijkstoezicht.
  4. Versterk de reflectieve functie van de rijkstoezichthouders.
  5. Zorg voor een sterkere borging van de onpartijdige functievervulling en daarmee samenhangende onafhankelijke positionering van toezichthouders.
  6. Zorg voor een adequate publieke verantwoording van toezichthouders over ingezette capaciteit, instrumenten en bereikte resultaten en voor een passende verantwoordingsrelatie met het parlement.
  7. Zorg voor een reële verhouding tussen de van het toezicht verwachte opbrengsten en de daarvoor beschikbare capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Gastcolumn: Toezicht in Nederland langs de meetlat van de WRR

2 jan

“Laat de handhaving, en het stimuleren van wettelijke normen een centrale pijler van onze toezichthouders blijven.” Deze oproep doet René Jansen, bestuursadviseur bij Twynstra Gudde en voormalig bestuurder van de (vroegere) NMa. Hij noemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “opmerkelijk kritisch over een nadruk bij toezichthouders op naleving en handhaving”. 

foto rene jansen

Op de ToezichtTafel is ook ruimte voor gastcolumns. Deze keer is het woord aan René Jansen, in een bijdrage die eerder werd gepubliceerd in het tijdschrift Markt en Mededinging.

Toezicht in Nederland langs de meetlat van de WRR

Op 26 september jl. overleed Ronald Gerritse, de bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), op vrij jonge leeftijd, 61 jaren oud. Ronald Gerritse heeft een indrukwekkende carrière gekend als onder meer Secretaris-Generaal en Thesaurier-Generaal van het ministerie van Financiën. Ik heb zelf in 2003 heel direct met Ronald Gerritse samengewerkt in een groepje van drie dat de voorselectie mocht doen van kandidaten voor de functie van Directeur-Generaal van de voormalige NMa.

Ronald Gerritse maakte zelf een switch van “beleid” naar “toezicht” in 2011. Hij verruilde zijn positie van een, de politiek dienende, topambtenaar naar die van onafhankelijk toezichthouder. “Als dat maar goed gaat, wat betreft de onafhankelijkheid!”, gaat menigeen door het hoofd bij dit type benoeming. In dit geval is het, meen ik, bijzonder goed gegaan: er is geen moment twijfel ontstaan over de onafhankelijkheid van de AFM. Haar reputatie op dat vlak stond en staat als een huis (en dan bedoel ik natuurlijk niet een huis “onder water”).

Het vraagstuk van (on)afhankelijkheid van de positionering van het toezicht, is een van de thema’s die naar voren komt in de omvangrijke studie van de WRR Toezien op publieke belangen en de daarmee verbonden De staat van toezicht (september 2013). Een indrukwekkende hoeveelheid materiaal en een lezenswaardige analyse van de stand van het rijkstoezicht in Nederland. Jammer genoeg zijn in het hoofdrapport alle vormen van toezicht weinig onderling onderscheidend bij elkaar genomen. Ook de inbedding in de specifieke Europese context van veel toezicht(houders) mis ik. Hoe dan ook bevat de studie waardevolle analyses en aanbevelingen.

De WRR pleit voor een brede taakinvulling en oriëntatie van het toezicht. Toezichthouders moeten zich niet eenzijdig richten op naleving en handhaving van wettelijke normen, maar veeleer kiezen voor een ruim perspectief van het centraal stellen van publieke belangen bij de uitoefening van hun taken. Deze oproep van de WRR is eerder een ondersteuning dan een correctie van marktmeesters als ACM en AFM. Hun focus is al langere tijd – en in toenemende mate – gericht op het oplossen van problemen en het adresseren van door hen als  schadelijk beoordeeld gedrag. Ook daar waar geen – of niet in strikte zin – sprake is van een overtreding van een wettelijke norm. Deze missiegedreven aanpak zou veeleer enigszins begrensd dan verder uitgebreid kunnen worden. Legitimiteit van toezicht kan niet los worden gezien van de legaliteit ervan.

In de fraaie lezing Toezicht in de schaduw van het recht (14 juni 2012) verwoordt Ronald Gerritse zijn visie hierop onder meer als volgt: “Toezicht houdt zich niet buiten het recht op, maar toezicht zit ook niet opgesloten in wet of recht.” Er kruipt ook een zeker moralisme in deze benadering van toezicht: de AFM kiest voor “degenen die de macht niet aan hun kant hebben” en “marktpartijen die aan het kortste eind van de machtsverhoudingen in de markt dreigen te trekken”. Gaat het – vertaald naar mededinging – dus niet alleen om competition distortions, maar ook oom fair trade? Dit alles is waardevol en klinkt mooi; maar, hebben toezichthouders wel de superieure en integrale inzichten op dit vlak? Het vereist stevige checks and balances: aansturing door beleidsmakers en de wetgever (voor de democratische legitimering), een open en intensieve dialoog met belanghouders en een degelijke rechterlijke toetsing van beslissingen. Ondertoezichtgestelden moeten (kunnen) weten welke normen ze blijkbaar hebben na te leven. En een overmaat aan informele beslissingen, ten koste van formele beschikkingen, kan de rechterlijke toetsing uithollen. De kracht en het  belang van overheidstoezicht schuilt mijns inziens uiteindelijk in de kracht van de hele keten van politiek tot rechterlijk handelen en de wisselwerking met tal van spelers in de samenleving. Een benadering die ik overigens ook wel terugzie in de net genoemde speech van Gerritse.

De WRR toont zich opmerkelijk kritisch over een nadruk bij toezichthouders op naleving en handhaving. De Raad meent dat deze focus onherroepelijk leidt tot politieke en maatschappelijke teleurstellingen over het functioneren van het toezicht en daardoor ook over de overheid in het algemeen. Dit lezende, vroeg ik me toch even af of ik misschien allerlei maatschappelijke reacties en ontwikkelingen heb gemist. Ik meen dat het toch vooral het (vermeende) tekort schieten of de (beweerde) laksheid van toezichthouders op het punt van de handhaving tot publieke teleurstelling en boosheid heeft geleid!? De Inspectie Gezondheidszorg en wanpresterende zorgaanbieders; de Milieudienst Rijnmond en tankopslagbedrijf Odfjell; De Nederlandsche Bank en DSB; de NMa en klokkenluider Ad Bos over bouwkartels ….  enz. Groot was steeds de publieke verontwaardiging. Laat de handhaving, en het stimuleren van de naleving, van wettelijke normen een centrale pijler van onze toezichthouders blijven. Maatschappelijk gezag is van groot belang voor de effectiviteit van het (formele en informele) optreden van toezichthouders!

René Jansen

René Jansen is Bestuursadviseur bij Twynstra Gudde en voormalig bestuurder van de (vroegere) NMa. De column verscheen eerder in het tijdschrift Markt en Mededinging (jaargang 16, nr. 6 december 2013; Boom Juridische Uitgevers).

Reageren? Dat kan op deze website, onder deze column.

%d bloggers liken dit: