Beginselplicht tot handhaving

De beginselplicht tot handhaving houdt in dat een overheidstoezichthouder in principe tegen een overtreding moet optreden, tenzij er wat bijzonders aan de hand is. De Raad van State hanteert een standaardformule voor deze beginselplicht: “Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.” De uitzondering op die regel zijn zogenaamde ‘bijzondere omstandigheden’. De belangrijkste daarvan (o.b.v. jurisprudentie) zijn:

Als het bestuursorgaan niet handhaaft, is er sprake van gedogen. Het kan verder verstandig zijn om handhavingsbeleid op te stellen, hoewel het handhavingsbeleid het bestuursorgaan niet kan ontslaan van de verplichting om – uiteindelijk – te handhaven als een burger daarom vraagt (handhavingsverzoek).

Zie ook:

Met dank aan Thomas Sanders, advocaat AKD, tsanders@akd.nl

Laatste update: 6-8-2021

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date, heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen.
Het gebruik van de kenniskaarten is gratis. Gelieve bij het gebruik van de kenniskaarten in publicaties te refereren aan dit toezichtcompendium of de betreffende kenniskaart, inclusief een link. Alvast bedankt voor de moeite!