Staandehouding

Bij een staandehouding wordt de verdachte kort ter plaatse gehouden. Hierbij vraagt de opsporingsambtenaar om de identiteitsgegevens van de verdachte om bijvoorbeeld een proces-verbaal te kunnen opmaken (Artikel 52 Wetboek van strafvordering). Deze bevoegdheid geldt alleen ten aanzien van een verdachte. Dat is volgens Artikel 27 Wetboek van strafvordering iemand “te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit”. Dit dient objectiveerbaar te zijn. Een onguur uiterlijk kan geen “redelijk vermoeden” opleveren. Sinds de Wet op de identificatieplicht kan iemand zijn naam niet meer verborgen houden, maar het opgeven van een adres mag nog steeds geweigerd worden.

De staandehouding kan ook buiten heterdaad plaatshebben. Op deze manier kan de opsporingsambtenaar de verdachte bekeuren voor een overtreding die eerder werd begaan.

Bron: Wikipedia

Zie ook:

Laatste update: 21-5-2021

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date, heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen.
Het gebruik van de kenniskaarten is gratis. Gelieve bij het gebruik van de kenniskaarten in publicaties te refereren aan dit toezichtcompendium of de betreffende kenniskaart, inclusief een link. Alvast bedankt voor de moeite!