Preventieve handhaving

Herstelsancties worden vaak opgelegd nadat de overtreding is gepleegd. Preventieve handhaving is echter ook mogelijk, door preventieve herstelsancties (Artikel 5:7 Awb) of herstelsancties ter voorkoming van herhaling (Artikel 5:2 Awb, lid 1 onder b Awb)[1].

Preventieve herstelsancties moeten een nog niet gepleegde overtreding voorkomen. Vereist is dat de overtreding met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plaatsvindt (klaarblijkelijkheidscriterium)[2].

Herstelsancties ter voorkoming van herhaling voorkomen herhaling van incidentele overtredingen. Er moet een eerdere overtreding zijn (herhalingscriterium) en herhaling moet aannemelijk zijn (herhalingsgevaar). Voor herhalingsgevaar zijn 3 omstandigheden over de mate van continuiteit relevant[3]:

  1. aard van de overtreding;
  2. mate van overeenkomst met eerdere overtreding;
  3. tijdsverloop (handhavingsbevoegdheid kan vervallen). 

Herhalingsgevaar bestaat als de omstandigheden bij oplegging van de last en bij de eerdere overtreding overeenkomen.


[1] A.P. Altena, “Preventieve handhaving: de preventieve herstelsanctie en de herstelsanctie tot het voorkomen van herhaling”, Gst. 2018/121

[2] ABRS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:984

[3] ABRS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2571

Zie ook:

Met dank aan Renata Königel, advocaat Asselbergs & Klinkhamer Etten-Leur, rkdp@ak-advocaten.eu.

Laatste update: 5-1-2021

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date of heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen. Alvast bedankt voor de moeite!