Inbeslagneming

De derde afdeling van het eerste Wetboek van Strafvordering (Sv) regelt inbeslagname van voorwerpen (zijnde “alle zaken en alle vermogensrechten”). Vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om:

  • de waarheid aan de dag te brengen (bewijsmateriaal);
  • wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, aan te tonen.
  • verbeurd te verklaren of te onttrekken aan het verkeer (bv (on)roerende goederen, drugs of wapens).

Het Sv maakt onderscheid tussen inbeslagname door opsporingsambtenaren of bijzondere personen (§2) en de rechter-commissaris (§3). §4 Regelt de opslag en teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen. Van de inbeslagneming van een voorwerp moet een kennisgeving van inbeslagneming worden opgemaakt. Het Openbaar Ministerie (OM) beslist wat met het beslag moet gebeuren: Teruggeven, bewaren (deponeren), verkopen (vervreemden) of vernietigen. De bewaarders, aangewezen in het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder DNB en Koninklijke Marechaussee, maar meestal Domeinen Roerende Zaken, voert de beslissing van het OM uit.

Laatste update: 3-8-2021

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date, heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen.
Het gebruik van de kenniskaarten is gratis. Gelieve bij het gebruik van de kenniskaarten in publicaties te refereren aan dit toezichtcompendium of de betreffende kenniskaart, inclusief een link. Alvast bedankt voor de moeite!