Vertrouwen

Vertrouwen speelt een essentiële rol in toezicht. Het is immers onmogelijk om overal permanent toezicht te houden. Hoe hoger het vertrouwen tussen toezichthouder en ondertoezichtstaande, des te hoger is de naleving. Vertrouwen stimuleert de intrinsieke motivatie om na te leven.

Bij vertrouwen accepteert iemand de onzekerheid of de andere partij dat doet wat zij nodig heeft. Dat maakt kwetsbaar en vergt lef. Maar vertrouwen is niet blind: degene die vertrouwt blijft alert of die ander de verwachtingen waarmaakt.

Ondertoezichtstaanden zijn betrouwbaar als zij de regels structureel kunnen en willen naleven. Bij kunnen hoort niet alleen de kennis en expertise hebben die nodig is, maar ook voldoende middelen en tijd. Bij willen hoort voldoende intrinsiek gemotiveerd zijn. Toezichthouders zijn betrouwbaar als zij hun toezicht kundig en procedureel rechtvaardig uitvoeren. Een basishouding van “gezond wantrouwen” past daar niet bij. Responsief toezicht wel, evenals selectief en risicogericht toezicht.

Verder lezen:

  1. Six, F.E. (2010). ‘Vertrouwen in toezicht’. Tijdschrift voor Toezicht, 1 /4: 6-26.
  2. Six, F.E. (2015). Responsief toezicht: it takes two to tango. Column in ToeZine.
  3. Stoopendaal, A. en R. Bouwman (2018). Ruimte voor vertrouwen. Rotterdam, EUR.
  4. Six, F.E. en K. Verhoest (2017). “Trust in regulatory regimes: scoping the field.” In Six, F.E. en Verhoest, K. Trust in regulatory regimes. Cheltenham: Edward Elgar, pp. 1-36.
  5. Six F.E (2013). ‘Trust in regulatory relations: how new insights from trust research improve regulation theory’. Public Management Review, 15/2: 163-185. (paywall)

 

Met dank aan dr F.E. Six MBA, f.e.six@vu.nl.

Laatste update: 18-5-2020

Ben je het niet eens met iets in deze beschrijving, is het niet meer up-to-date of heb je een aanvulling of werkt een link niet? Stuur ons dan even een mailtje. Dan kijken we er even naar en kunnen we het eventueel aanpassen.
Alvast bedankt voor de moeite!