Staatssecretaris neemt advies commissie-Van Aartsen over interbestuurlijk toezicht op OD’s beperkt over

Stas Vivianne Heijnen (CDA)

“Op dit moment is het niet wenselijk om over te gaan op rijkstoezicht op de omgevingsdiensten.” In een brief aan de Tweede Kamer (pdf, 10 juni 2022) geeft Staatssecretaris Heijnen aan dat zij het horizontale toezicht – waarvan de commissie-Van Aartsen juist constateert dat het niet werkt – laat bij de gemeenteraden en provinciale staten. De ILT zal thematisch en signalerend onderzoek doen naar het stelsel, omgevingsdiensten (OD’s) gaan elkaar visiteren. Nog dit jaar starten daartoe de eerste pilots en alle OD’s moeten in 2023 en 2024 worden gevisiteerd. Daarna volgt een vierjaarlijkse cyclus. Dat wordt ook wettelijk vastgelegd.

De Staatssecretaris meent dat de aanbeveling van de commissie-Van Aartsen niet overgenomen kan worden omdat daarvoor “een wijziging van de bestuurlijke inrichting nodig is en de verantwoordelijkheid bij provincies en gemeenten moet worden weggenomen”.

Wat zegt de commissie-Van Aartsen over het interbestuurlijke toezicht (IBT)?

“De commissie stelt voor het rijkstoezicht uit te breiden tot de omgevingsdiensten. Dit staat weliswaar haaks op één van de uitgangspunten van de Wet revitalisering generiek toezicht: het nabijheidsprincipe, maar op dit principe zijn al andere uitzonderingen gemaakt, bijvoorbeeld voor de woningcorporaties. Er zijn voldoende dringende redenen om dat ook hier te doen.
De commissie vindt het wenselijk dat dit Rijkstoezicht uitgevoerd wordt door de ILT. Dit kan  verschillende vormen krijgen, maar het kan in elk geval niet ‘sober en terughoudend’ zijn, de huidige werkwijze.”

“De commissie adviseert om het toezicht van de ILT op de omgevingsdiensten gelaagd uit te oefenen en zowel systematisch als incidenteel. Wat het systematische deel betreft: artikel 5.6 van de Wabo verplicht de minister om elke twee jaar onderzoek te doen uitvoeren naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de VTH. Daarbij aansluitend meent de commissie dat dit onderzoek de vorm dient te krijgen van een tweejaarlijkse stresstest van de omgevingsdiensten, uit te voeren door de ILT. De centrale vraag van de stresstest dient te zijn: is de omgevingsdienst in staat opgedragen taken naar behoren uit te voeren, gelet op de kwaliteit van de bemensing, de werkwijzen, het feitelijk optreden en de uitkomsten daarvan. Daarnaast zal de ILT patronen signaleren uit incidenten en van een uitvoering die niet naar behoren is.”

Inzake milieucriminaliteit gaat de brief in op de volgende zaken:

  • Ontzeggen markttoegang
    Op de bestuurlijke bijeenkomst van 7 februari jl. is er aan de bestuurders voorlichting gegeven door het landelijk bureau Bibob over de mogelijkheden van de wet. Het project is voor nu afgerond, maar er zal contact blijven tussen Landelijk Bureau Bibob en bestuurders voor een juiste toepassing om deze bedrijven te weren.
  • Vergroten bestuurlijke aandacht aanpak milieucriminaliteit
    Binnen het project ‘Bestuurlijke aandacht’ zijn diverse casussen opgesteld, die als best practices en inspiratie dienen voor bestuurders om milieuovertredingen effectief te beëindigen. Van deze casussen zijn podcasts en interviews gemaakt, die beschikbaar zijn. Er hebben zich enkele bestuurders als ambassadeur gemeld.
  • Actualisatie van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS)
    De verwachting is dat de geactualiseerde LHS in het najaar bestuurlijk akkoord wordt gegeven, waarna de bevoegd gezagen de LHS kunnen gebruiken.
  • Onafhankelijkheid
    Het onderzoek is vergevorderd en zal eind juni a.s. bestuurlijk worden besproken.

Aanpak ‘veelplegende’ bedrijven
Aanvullend op het programma ‘Liever een goede buur’ is nader kwantitatief onderzoek (Longitudinale patronen bij de naleving van veiligheidsvoorschriften door Brzo-bedrijven – Blokland et al, 20-5-2022, pdf) gedaan naar de bedrijven waarvan uit eerder onderzoek bleek dat zij verantwoordelijk waren voor relatief veel Brzo-overtredingen (‘veelplegende’ bedrijven).

Uit het onderzoek blijkt dat er geen duidelijke relatie is tussen de onderzochte bedrijfskenmerken en regelovertreding. Het onderzoek laat zien dat er voor overtredingen met verhoogd of onmiddellijk gevaar geen significante verschillen optreden bij aangekondigde of onaangekondigde Brzo-inspecties.

Een positieve ontwikkeling is dat er een algemene dalende trend lijkt te zijn in het aantal geconstateerde regelovertredingen. De veelplegende bedrijven leven de Brzo-regels steeds beter na en de mate van naleving komt sterk in de buurt van de andere groepen. Bij een beperkte groep aan bedrijven stijgt de frequentie van regelovertreding.

Het inzicht in de naleefpatronen op basis van de toezichtsdata geeft waardevolle informatie voor de Brzo-toezichthouders om meer datagericht te werken. Tussen BRZO+ en de onderzoekers zal een overleg plaats vinden om deze statistiek over een langere periode en de aanbevelingen te beschouwen. Daarbij wordt bekeken of en hoe verdere doorontwikkeling van de BRZO+ monitor kan zorgen voor meer zicht op de nalevingspatronen.

Zie ook:

Categorieën:Geen categorie, VTH-Stelsel milieu

Tagged as:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s